De lichtjes zijn gedoofd

Foto's

Wat doet oorlog met een mens? Dat was een vraag die Claire Felicie bezighield. Als professioneel fotografe en niet in de laatste plaats ook als moeder, sinds haar zoon had besloten marinier te worden. 'Ik wilde weten wat voor impact zo'n uitzending heeft.'


Ze wil vooral dat mensen zelf kijken en zelf een antwoord formuleren op de vraag, maar wat zij zag en ziet als ze naar haar eigen foto's kijkt: 'Ze zijn allemaal sadder but wiser.' Zonder te dramatiseren. 'Toen ik sommige jongens terugzag in Afghanistan dacht ik wel: jeetje, wat is er met jou gebeurd? Maar precies vertellen wat ze hebben meegemaakt doen ze niet hoor. Het is een heel gesloten groep.'


Twintig jongens fotografeerde Felicie. Vóór hun uitzending naar Uruzgan. Tijdens hun missie die begon in maart 2010. En erna, zo'n zeven, acht weken na thuiskomst. Ze maakte er per jongen een drieluik van. 'Bij vier van de twintig zag je niks. Maar bij zestien wel. Wat ik noem het lichtje in hun ogen, dat was gedoofd.'


'Toen ik ze voor het eerst zag, waren ze vrolijk, keken ze beetje naïef de camera in. Later waren ze echt minder opgewekt, bedachtzamer. Ik liet die jongens expres heel lang in de lens kijken, nou ja een halve tot hele minuut of zo. Dat deed ik zowel voor als na de uitzending. En dan zie je bij het tweede portret dat ze allemaal met de ogen gaan knijpen of wegkijken. Iets wat ze de eerste keer niet deden. Van die peinzende blikken. Die zwaarte heb ik proberen te vangen.'


Het idee ontstond toen een vriend van haar zoon op missie ging. 'Hij was heel jong, 18.' Ze ging ervan uit: zo'n missie, dat móet zichtbaar zijn in iemands gezicht. 'Ik ben altijd wel gefascineerd door mensen die iets hebben meegemaakt. Vaak zie je dat aan ze, tenminste als je er oog voor hebt.'


Toch schijnt maar 10 procent van de uitgezonden militairen last te krijgen van een posttraumatische stressstoornis, zegt ze. 90 procent heeft dus nergens last van. Van de meeste jongens weet ze dat ze er gemiddeld acht maanden over doen om de missie uit hun systeem krijgen.


Bij sommigen is het contrast tussen ervoor en erna groot, bij anderen is vooral de foto die gemaakt is in Afghanistan opvallend anders. 'Een jongen was zowel voor de missie als erna vrij ingezakt. En in Afghanistan was hij werkelijk een en al activiteit.'


Wat haar daar sowieso opviel: 'Ze zitten daar allemaal vol adrenaline. Heel alert, op de toppen van hun kunnen. Of ze hadden zo'n na-de-inspanning-blik: moe bezweet.'


Felicie fotografeerde alles met een middenformaatcamera, zwart, wit, analoog. Toen ze thuiskwam, had ze pas echt zicht op wat ze had gemaakt. Toen had ze de rust om alles naast elkaar te leggen.


Bij sommige jongens zag ze in de foto's het tegenovergestelde van wat ze met de mond belijden. 'Ze zeggen dat ze allemaal dat het uitstekend met ze gaat.'


Maar, zegt ze: 'De zwaarte die ik bij hen zie, heeft ook iets moois. Al kijk ik daar als moeder wel anders naar. Van je eigen zoon wil je niet dat hij ooit wordt uitgezonden. Je wil je eigen kind toch altijd uit het lijden houden. Hij is zo vrolijk, zo levenslustig. Je wil het liefst dat dat altijd zo blijft.'


Meer over