De lekkere trek laat zich sturen

Het Popeye-effect bestaat, blijkt uit experimenten op Nederlandse scholen. Inzetten van groenteknabbelende stripfiguren stimuleert kleuters gezond te eten.

TONIE MUDDE

Op basisscholen in Houten, Weesp, Zwijndrecht en Almere voltrok zich onlangs een klein wonder. Kleuters die voorheen zo vies waren van wortels dat ze de groente niet eens wilden aanraken, besloten spontaan dat wortels toch best lekker waren.

Nou ja, spontaan. De 4- tot 6-jarigen werden eerst voorgelezen uit een prentenboek met in de hoofdrol een konijn dat sterker wordt van wortels. Na afloop konden de kinderen kiezen uit verschillende tussendoortjes. De kinderen die lazen over het groentekonijn, en vragen over het verhaal beantwoordden, grepen opvallend vaak naar de wortels; ruim twee keer zo veel als controlegroepen. Van een ongezonde snack - kaasblokjes - snoepten ze juist twee keer zo weinig.

Volgens hoofdonderzoeker Simone De Droog, die donderdag promoveert aan de Universiteit van Amsterdam, is dit een belangrijke ontdekking in de strijd tegen overgewicht. 'Snoepfabrikanten en fastfoodketens gebruiken vaak leuke figuurtjes om hun snacks nog aantrekkelijker te maken voor kinderen. Datzelfde wapen kun je dus ook inzetten om gezond eten te stimuleren.'

Steeds meer kinderen kampen met overgewicht, blijkt uit de landelijke groeistudies van onderzoeksinstituut TNO. Was in 1980 nog 1 op de 15 meisjes van 9 jaar oud te zwaar, nu is dat 1 op de 4. Bij jongens is de trend niet veel beter.

Met het stimuleren van gezond eten kun je niet vroeg genoeg beginnen, vindt Ingrid Steenhuis, universitair hoofddocent gezondheidsbevordering bij de Vrije Universiteit. Maar kleuters een hoorcollege geven over de baten van broccoli: dat gaat niet werken. 'Zulke jonge kinderen denken nog totaal niet bewust na over gezond eten. Dat moet je ook niet nastreven.'

Ze is daarom enthousiast over de potentie van groentekauwende figuurtjes, bijvoorbeeld op verpakkingen of in prentenboeken. 'Met dergelijke social-marketing-strategieën kun je gezond eten op een speelse manier leuk maken, zonder dat daar opvoedkundige preken voor nodig zijn.'

Toch moeten we de aanstekelijkheid van een wortelknabbelend konijn ook weer niet overschatten, waarschuwt ze. Het aanbod thuis is waarschijnlijk belangrijker: fruit en groente voor het grijpen, zo min mogelijk koekjes en suikerhoudende frisdranken in huis.

Het belang van die strategie bleek ook uit het experiment met de prentenboeken. Op de schaal met tussendoortjes lagen behalve wortels ook zoute stengels. Die aten de kleuters altijd tot de laatste kruimel op, zelfs na vijf dagen educatieve voorleessessies. Koek, chips en snoep zijn standaard lekker voor een kind, groente moet het leren waarderen.

Het snelste succes valt te halen met poppetjes die kinderen al langer associëren met bepaalde producten, ontdekte De Droog bij haar experimenten. Konijnen met wortels, apen met bananen. Maar de jonge geest is zo flexibel dat ook nieuwe combinaties rap indalen. Een wortelknagende schildpad? Werkt na vijf voorleessessies net zo goed als een konijn.

Wat wél uitmaakt is de voorleestechniek. Wanneer de leidster (m/v) zich beperkt tot voorlezen, is de verandering in eetgedrag marginaal. Pas wanneer de leidster de kleuters vragen stelt - wat gebeurt er met konijn als hij wortels eet? - gaan de kinderen uit zichzelf meer wortels eten.

Naar de langetermijneffecten heeft De Droog geen onderzoek gedaan, maar op basis van reacties van ouders vermoedt ze dat die er wel zijn. Zo mailde een moeder haar: 'Ik vind het leuk om even te laten weten dat mijn dochter na het onderzoek een andere keuze bij McDonald's maakte. In plaats van een knijpfruitje koos ze worteltjes als toetje.'

Volgend jaar lanceert De Droog samen met collega's een nieuw multimediaal onderzoeksproject: 'De wereld van de groentefroetels', met onder meer apps vol groenteminnende poppetjes. In Engeland proberen gedragswetenschappers eetpatronen van kinderen te veranderen met filmpjes over de ultragezonde superhelden 'Food Dudes' .

Die projecten zijn volgens De Droog hard nodig om kennis te kweken. Want hoewel Bugs Bunny al meer dan zestig jaar wortels eet, en Popeye al dik tachtig jaar spinazie, zijn de effecten van dergelijke poppetjes op het eetgedrag nooit goed bestudeerd. 'Ik heb me kapot gezocht naar een studie over de verkoop van spinazie in de hoogtijdagen van Popeye. Bestaat niet.'

Het gebrek aan wetenschappelijke kennis, leidt volgens De Droog regelmatig tot goedbedoelde campagnes met een zwakke wetenschappelijke fundering. Ze wijst op het voorleesboek Na-Aapje gaat koken van het door de overheid gefinancierde Voedingscentrum. Daarin maakt een aap spaghetti met gehakt en broccoli. De laatste zin van het boek luidt: 'Na-aapje is trots. Dat wordt smullen - eet smakelijk!'

'Een leuk initiatief hoor', zegt De Droog. 'Maar snapt een kleuter wat trots is? Werkt het wel als één figuurtje verschillende soorten eten promoot? Ik zou dat eerst goed onderzoeken.'

KLEINE PORTIES, KLEINE BUIK

Wat stilt de trek meer: 1 stukje chocola, of 10 stukjes chocola? Wageningen Universiteit testte het uit. Proefpersonen kregen grote en kleine porties chocola, aardappeltaart en chips voorgeschoteld. Vijftien minuten na de laatste hap vulden ze vragenlijsten in. Uitkomst: beiden groepen hadden evenveel honger. En dat terwijl de proefpersonen uit de grote-portiegroep 77 procent meer calorieën naar binnen werkten.

undefined

Meer over