De lekkende galblaas

De vijf broers R. verloren drie jaar geleden hun vader doordat er complicaties optraden na zijn galblaasoperatie. Zij zijn ervan overtuigd dat de verantwoordelijke chirurgen verwijtbare fouten hebben gemaakt....

Een familie tegen een maatschap van chirurgen. De vier medisch specialisten hebben een advocaat meegenomen, de broers kozen uit hun midden een woordvoerder.

De vraag is: waarom is niet op tijd opgemerkt dat de gal na de operatie gelekt heeft? 'De eerste de beste internetsite geeft aan dat lekkage een belangrijke complicatie bij een galoperatie kan zijn', zegt R.. Het rijtje broers knikt instemmend.

Een verpleegkundige heeft de indruk gehad dat er gallekkage was en dit gerapporteerd in het medisch dossier. 'Deze verpleegkundige heeft de kleur van gal wellicht niet zo helder voor ogen als ik', zegt dokter D., die destijds als chirurg in opleiding assisteerde bij de operatie, die werd uitgevoerd door chirurg T..

Hij zag hoe T. na de operatie aan de galblaas wit gaas in de buikholte legde om het vocht op te nemen. 'Als er op dat moment lekkage was geweest, had het gaas gifgroen moeten kleuren.'

Vaststaat dat het herstel van vader R. niet verliep zoals het hoort. 'Normaal zit iemand na een galblaasoperatie de tweede dag rechtop in bed, de derde dag gaat hij zelfstandig naar de wc en de vierde dag gaat hij naar huis.' Vader lag na twaalf dagen nog in het ziekenhuis. Misselijk, met koorts en een opgezwollen buik.

Toen constateerde chirurg P., die binnen het ziekenhuis autoriteit heeft als opleider, door middel van een punctie dat er gal in de buik was gelopen. In die twaalf dagen waren wel verschillende onderzoeken gedaan, zo blijkt uit de ondervraging van de chirurgen. Er was onder meer een echo van de buikholte gemaakt en een cardiogram.

De zoon houdt vol dat niet gericht is gezocht naar lekkage. 'Een loodgieter zoekt toch ook waar de fout zit? Ik heb een technisch beroep. In de techiek stel je vast dat iets niet gaat zoals het behoort te gaan. Vervolgens ga je systematisch zoeken. Dat is hier niet gebeurd.'

Een paar weken na het overlijden van hun vader hebben de zoons een gesprek gehad met twee artsen: D., de chirurg in opleiding die bij de operatie assisteerde en P., zijn opleider. D. is een van de aangeklaagden, P. is niet aanwezig.

'Als dokter P. u niet steeds de mond had gesnoerd, dan zaten wij hier nu niet', zegt de woordvoerende zoon. 'U heeft uitvoerig uitleg gegeven en u was eerlijk. Dat vonden we allemaal. Maar P. viel u steeds in de rede. Het leek net of hij wou zeggen: ''Pas op, vertel niet te veel.'' Dat beviel ons helemaal niet. Toen we het ziekenhuis uit gingen, zeiden we tegen elkaar: het zit hier helemaal niet snor.'

Dokter D. zegt dat het hem goed doet te horen dat de familie tevreden is over zijn rol. 'Wat betreft dat mondsnoeren door P.: dat is me niet opgevallen. Maar misschien komt dat omdat ik eraan gewend ben.' Achter de rechtbanktafel wordt gelachen. Alleen de voorzitter en de secretaris zijn juristen, de overige leden van het college zijn medisch specialisten.

'Los van het afsnauwen, kreeg u van uw opleider de kans niet om dingen te zeggen die u wilde zeggen?' vraagt J. Tordoir, een van de chirurgen in de tuchtrechtbank aan dokter D..

'Ik zei het daarna opnieuw, in andere woorden', zegt D.. 'Er is niets bewust achtergehouden.' Een van de broers: 'P. heeft letterlijk gezegd: ''Wat is nou een arts in opleiding?'' Met andere woorden: wat u zei, telde niet.' D. haalt zijn schouders op.'Tsja, dat kan.'

Chirurg Tordoir vraagt vervolgens de vakgenoten aan de andere kant van de tafel uitvoerig uit over hoe de verantwoordelijkheid ligt binnen de maatschap. Wie controleerde de overleden patiënt en wanneer? Waarom deed chirurg T., die opereerde, niet de controles in de week daarna? Dat blijkt in de maatschap niet de gewoonte. De chirurgen lossen elkaar daarbij af.

De zoons voelen zich goed behandeld door het centraal tuchtcollege, zegt hun woordvoerder aan het eind van de zitting. 'Er is serieus naar ons geluisterd.' Maar de overtuiging blijft dat de artsen langs elkaar heen hebben gewerkt en dat ze daardoor de gallekkage misten. Uitspraak 24 april.

Meer over