DE LEGE JAREN ZEVENTIG

SOMS lijkt de volwassenheid een slap aftreksel van de puberteit. In de tienerjaren immers schijn je intenser te leven en ben je doorgaans vatbaarder voor allerlei invloeden en nieuwe ervaringen....

Vreemd is het dus niet dat tegenwoordig steeds meer aandacht wordt besteed aan de jaren zeventig. De dertigers en veertigers rukken op in de media en blikken graag terug op de tijd die hen geestelijk gevormd heeft.

Zo konden wij vorige week een NPS-documentaire zien over de punkbeweging (nihilistische herriemakers met een hoop metaal door oor en neus). En op een Rotterdams festival schijnt momenteel een film te draaien over glitter-rockers (nichterige types die hun gebrek aan muzikaal talent probeerden te verbergen door dameskapsels en opzichtige make-up).

Het zijn niet bepaald hoogtepunten in de geschiedenis van de populaire muziek die nu nostalgisch belicht worden. Vergelijk The Sweet en de Sex Pistols met de Beatles en de Stones, of zet Gary Glitter naast Bob Dylan, en je begint bijna waardering te krijgen voor de jaren zestig.

Op filmgebied viel er in de jaren zeventig aanzienlijk meer te genieten. Althans, dat is de stelling van Peter Biskind die een lofzang heeft geschreven op de generatie regisseurs die toentertijd het aangezicht van Hollywood veranderde. In Easy riders, raging bulls richt hij een monument op voor de Altmans, Coppola's en Scorseses die de bioscoopganger confronteerden met heel andere personages dan Rock Hudson en Doris Day.

Toch is het een uiterst treurig relaas, omdat het gedetailleerd de neergang van enige getalenteerde cineasten beschrijft. De filmmakers die de strijd aanbonden met de conventies van het studiosysteem in Hollywoord, trokken de aandacht met veelbelovende debuten, maar begonnen daarna aan a toboggan ride into the gutter. De titel van het slothoofdstuk van Biskinds boek wordt dan ook gevormd door de befaamde laatste woorden uit Easy rider: we blew it.

Wat verknalden de Hollywood-sterren uit de jaren zeventig nu precies? In de eerste plaats hun privéleven. In Easy riders, raging bulls wordt de lezer tot vervelens toe getrakteerd op verhalen over ontrouw en bedrog, mislukte huwelijken, excessief drugs- en alcoholgebruik, seksisme en gewelddadigheid.

Prototype van de nieuwe lichting was Dennis Hopper, die begin jaren tachtig dagelijks drie gram coke, twee liter rum en 28 biertjes tot zich nam en er prat op ging Amerika aan de drugs te hebben geholpen.

Omdat regisseurs als Coppola zich als een soort halfgoden beschouwden, waren zij niet erg bedreven in het samenwerken met anderen. Door hun eigenzinnige, autoritaire gedrag maakten zij zichzelf al snel onmogelijk en riepen zij financiële catastrofes over zich af.

De anything goes-instelling die in de mode kwam, manifesteerde zich uiteraard ook op het witte doek. Het was eens wat anders om in Bonny & Clyde amorele criminelen op een sympathieke wijze te zien geportretteerd.

Wat volgde, was echter een stortvloed van eentonige films over asocialen aan de zelfkant, met bijbehorend geweld en taalgebruik. Volgens het oorspronkelijke script van Robert Towne - een van de door Biskind bezongen genieën - voor The last detail, zou in de eerste zeven minuten 342 maal het woord fuck vallen. Dat was pas nonconformistische Kunst.

De jaren zeventig waren, zoals elk decennium, een heterogeen tijdperk, waarover moeilijk te generaliseren valt. Het was de tijd van Joop den Uyl én Dries van Agt, van Abba én Johnny Rotten, van transcendente meditatie én de Rote Armee Fraktion.

Toch valt in die verscheidenheid in ieder geval een belangrijke, nieuwe trend te ontwaren, die de Amerikaanse filosofe Gertrude Himmelfarb the demoralization of society heeft genoemd. Een demoralisering waarvan de Werdegang van Peter Biskinds helden een treffende illustratie vormt. De opkomst van het ik-tijdperk ging gepaard met zelfverheerlijking en een egoïstische jacht naar genot. Weinig ruimte bleef hierbij over voor de gevoelens van de medemens.

Vorig jaar gaf The ice storm, een prachtige film van Ang Lee die zich afspeelt in de jaren zeventig, een ontluisterend beeld van zo'n groep verveelde Amerikanen die per se met hun tijd mee willen. Partnerruil voelen zij bijvoorbeeld als een soort verplichting, die echter uiteindelijk onnoemelijk veel schade aanricht in hun liefdes- en gezinsleven.

Aangrijpend is vooral het eind van de film als hoofdrolspeler Kevin Kline inziet wat voor een zootje hij van zijn leven heeft gemaakt en in huilen uitbarst. Hij streefde naar zelfontplooiing en vervreemdde daarmee van zijn omgeving. Hij ging op zoek naar zichzelf en vond, zoals veel generatiegenoten, een verpletterende leegte.

Vrijheid zonder verantwoordelijkheid, zo leert Ang Lee, is een van de grootste problemen van deze tijd.

Meer over