De leeftijd waarop de wereld aan je voeten ligt

Jongeren op reis zijn een categorie apart. In Amsterdam loopt hierover een expositie: 'Jong en in Track'. Een tocht door tijd en cultuur....

NELL WESTERLAKEN

DE EERSTE KEER vergeet je niet. Misschien was het op een camping in Zeeuws-Vlaanderen of in een hotelletje in Griekenland. Zestien, zeventien jaar was je, vijftien of achttien wellicht, maar eenmaal boven de twintig kon je er eigenlijk niet meer mee aankomen bij je vrienden. Het was spannend, opwindend of teleurstellend - of alles tegelijk, maar het was zeker onvergetelijk: de eerste keer alleen op vakantie, zonder ouders en zonder het wakend oog van een groeps- of reisleider.

De wereld lag open, zoals voor het Amerikaanse meisje met zwart geverfde haren afgelopen week in het restaurant van Arena, het internationale reiscentrum voor jongeren in Amsterdam, voorheen de sleep-inn. 'Zullen we dinsdag de trein nemen naar München? Of toch Berlijn', vroeg ze wat lusteloos aan haar tafelgenoten. Torremolinos-types waren ze zo op het oog niet, en aan Club Med zouden ze vast schijt hebben.

Het maakte ook niet zo veel uit waarheen ze gingen, in elke grote stad zijn immers wel gelijkgezinden te vinden. Waarschijnlijk 'deden' ze Europa in een paar weken. Misschien hadden ze zelfs een paar maanden om te reizen, maar ze hadden zeker nog geen verplichtingen aan baas, partner, kind, hypotheekverschaffer of De Maatschappij.

Jongeren op reis zijn een categorie apart. Arena heeft hierover een expositie samengesteld: 'Jong en in Track'. Of je nu met een chartertje naar de Costa gaat of met een rugzak het oerwoud in: je wilt wat, want je bent jong. De expositie loopt zowel door de tijd als door de verschillende cultuurtjes: van de educatieve Grand Tour die adellijke jongelieden maakten aan het begin van de vorige eeuw tot een bedevaart naar het graf van Jim Morrison.

De tentoonstelling is opgebouwd uit houten kamertjes die met trappetjes en doorloopjes zijn verbonden. De meest spectaculaire verbinding hangt tussen de twee gebouwen waarover de expositie is verdeeld. Om van de ene zaal naar de andere te komen, moeten bezoekers een lange junglebrug oversteken, die een meter of vier boven de grond schommelt. Wie last heeft van hoogtevrees, mag via de achterdeur, maar dan kom je binnen aan het einde van de expositie.

Elk kamertje is een grote houten doos waar je doorheen kunt lopen, een soort Beanery - het pop-art-café/kunstwerk van Edward Kienholz. De hokjes zijn ingericht in de stijl van een jongerencultuurtje met bijbehorende attributen. Een smal junglepaadje van grote kamerplanten en camouflagenetten leidt naar de hangbrug. Onderweg vind je safarischoenen, kameelkleurige pakken en sandalen van kurk.

VERSCHIL in reisstijl bestond al voor de oorlog, maar toen had het meer dan nu met afkomst te maken. Welgestelde jongelieden verpoosden zich in de mondaine kringen van Nice, Cannes of Davos. Ze lieten zich met een badkoetsje de zee indragen bij Schevingen en hoopten op de tennisbaan of 's avonds in het casino een geschikte huwelijkspartij te vinden.

Arbeidersjongeren daarentegen, de stadse bleekneuzen, hadden weinig meer keuze dan een picknick in de berm, georganiseerd door een van de arbeidersjeugdbewegingen. Het waren de gloriedagen van de AJC, de Nederlandse Jeugdherbergcentrale, de Nederlandse Bond voor Abstinent Studerenden en andere clubs waarvan de naam meteen een de-paden-op-de-lanen-in-gevoel oproept.

De tent was voor beide groepen een uitkomst, hoewel aanvankelijk alleen de elite kampeerde in wat toen nog de vrije natuur was. Carl Denig bracht de kampeerrage mee uit Engeland. Pioniers die het waagden de nacht door te brengen zoals kermisgasten of soldaten, werden ingerekend wegens landloperij.

Het canvas gevalletje uit die tijd wekt meer associaties met een veldtocht of een jungle-expeditie dan met een weekendje Veluwe. Dit geldt ook voor de 'lichtgewicht' kampeerspullen die Denig later uitvond: emaille mokken, tinnen bestek, een draagbare primus en - ja toen al - het uitklapbare kampeerstoeltje.

Na de oorlog kwamen de rebellen. Ze gaven hun vrijheidsgevoel vorm met eigen attributen, zoals de scooter of de Amerikaanse

beach-fiets - een voertuig dat het midden houdt tussen een vrolijke fiets en een brommer zonder motor. Hun muziek en idolen onderstreepten hun levenstijl. Sofia Loren flankeert de Vespa, James Dean staat bij de buikschuiver en achter de Puch zijn Die Halbstarken geschilderd. Ze hebben niet direct met reizen te maken. Ze verwijzen naar het gevoel dat van alle tijden is, maar slechts van één leeftijd: dat de wereld aan je voeten ligt.

Het moet bewust zo gedaan zijn door de makers van de expositie. De uitstallingen wekken associaties en herinneringen tot leven zonder een overdaad aan tekst en uitleg. Zo loop je van Born to be wild (bij de Harley Davidson) naar The Age of Aquarius (bij de bont beschilderde 2CV). De muziek ruist zachtjes uit koptelefoons in de kamertjes. Vanzelf denk je er de geur van whisky of wierook bij, ook al ging je toen nog elke zomer met pa en ma naar Frankrijk.

In de jaren zestig was reizen wellicht meer dan ooit verbonden met een way of life. Jack Kerouac en de beatniks ontketenden een cultus. Hippies trokken via de later naar hen genoemde trail naar India en Nepal. Het waren geen gewone vakanties. Ze ontvluchtten hun achtergrond en gingen op zoek naar Oosterse filosofieën, naar een ander leven en vooral naar zichzelf.

Dat zoeken en zwerven krijgt op de tentoonstelling ook een wat zwaarder tintje. Een kleine fotoreportage laat iets zien van het leven van zwerfjongeren. Hun spullen spreken boekdelen: een lipstick, een horloge, een sleutel en een stripje pillen. Ook jongeren die op de vlucht zijn voor geweld of armoede in hun land, krijgen aandacht. Het contrast met de vrijetijdsbesteding van nu dringt zich pijnlijk op.

MAAR HET grootste contrast is te vinden aan het begin van de expositie. Hier staat een beeldje van de Griekse god Hermes, de gevleugelde, die onder meer reizen, de vrijheid van geest en de gezonde nieuwsgierigheid tot zijn taken mocht rekenen. Reizen was voor de Grieken een leermethode. Direct na het passeren van Hermes stapt de bezoeker een disco binnen, de verplichte afsluiting van een zon-, zee- en stranddag. Felle lampen flitsen tegen spiegelwanden in een leeg, donker hol, met lege barkrukken en lege flessen.

'Jong en in Track' in Arena, 's-Gravesandestraat 51, Amsterdam, 020-694.74.44. Open: di-zo 11-17 uur, tot en met 31 augustus. Toegang ¿ 7,50; met CJP vijf gulden.

Meer over