De lantaarnpalen zeggen 'yes', op tv profiteert 'no'

Voor- en tegenstanders van het begrotingsverdrag, waarover Ierland vandaag stemt, krijgen evenveel mediatijd. 'Nee' maakt overuren.

VAN ONZE CORRESPONDENTPATRICK VAN IJZENDOORN

DUBLIN - De lantaarnpalen in Dublin zijn in meerderheid voor de ratificatie van het Europese begrotingsverdrag. Tegenover twee 'Yes-borden' van de drie gevestigde pro-Europapartijen zien de weggebruikers van de Ierse hoofdstad gemiddeld één 'No-bord' van de nationalistische Sinn Féin-partij hangen. In de kranten en op de televisie echter krijgen voor- en tegenstanders precies evenveel ruimte, iets waar vooral Sinn Féin van profiteert, aldus de economieprofessor en Irish Times-commentator John O'Hagan.

'Er is iets merkwaardigs aan de hand op de opiniepagina's van onze kranten', zegt O'Hagan in zijn werkkamer van het 420 jaar oude Trinity College. 'Als The Irish Times bijvoorbeeld een stuk plaatst waarin een econoom uitlegt dat het begrotingsverdrag een ja-stem waard is, dan moet de redactie volgens de kieswet ook op zoek naar een eurosceptische econoom.' Om daar lachend aan toe te voegen: 'En dat laatste valt nog niet mee. De meeste economen zijn voor het verdrag.'

Op de televisie gaat het er even eerlijk aan toe. De 'Shinners', zoals de politici van Sinn Féin worden genoemd, maken overuren in de televisiestudio's, terwijl de drie andere partijen om ruimte moeten vechten. De Labour Partij, de partij van de vakbonden, is het grootste slachtoffer. Als kleine coalitiepartner van de centrum-rechtse Fine Gael-partij raken ze veel stemmen kwijt aan het socialistische Sinn Féin, maar ze hebben amper kans zich in de media te verweren.

Volgens econoom O'Hagan, die begin jaren zestig een tijdje in Medemblik heeft gewoond, is dit referendum een unieke gelegenheid voor Sinn Féin om zich als toekomstige regeringspartij te profileren en de rol van de sociaal-democraten over te nemen. 'De vakbond die de lagerbetaalde arbeiders vertegenwoordigt, heeft zich in het nee-kamp geschaard en is naar Sinn Féin opgeschoven. Bovendien is Sinn Féin altijd sterk geweest op plaatselijk niveau, zeker in de arbeiderswijken.'

De enige handicap van Sinn Féin is volgens O'Hagan de aanwezigheid van haar leider Gerry Adams, die veel potentiële kiezers afschrikt vanwege zijn betrokkenheid bij het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA). Als Adams binnenkort plaatsmaakt voor Mary Lou Mcdonald, die geen IRA-bagage met zich meedraagt, zie ik ze nog wel gaan regeren', zegt O'Hagan.

De nieuwe salonfähigkeit blijkt ook uit het feit dat Sinn Féin anders dan bij de vorige referenda niet ideologisch tegen de Europese Unie is. Dat de leider van de eurosceptische Britse UKIP de nee-campagne kwam ondersteunen, werd zelfs als onbehulpzaam ervaren. In de alternatieve economische politiek van Sinn Féin en de andere leden van het nee-kamp heeft O'Hagan weinig vertrouwen. 'Ze spelen een pokerspel en hopen op een voordeliger verdrag. Dat doen tegenstanders in andere landen ook.'

Al met al verwacht O'Hagan een overwinning voor het ja-kamp. 'Van de middenklasse is ongeveer 90 procent vóór. Bij de lagere sociale klassen leeft veel meer weerstand, maar daar is de drang om te gaan stemmen weer minder groot.' Een nee-stem is volgens O'Hagan geen ramp. 'De Ierse regering kan zich altijd verschuilen achter de Vox Populi, en bij een ja-stem is de positie van Ierland sterker dan die van andere Europese landen, waar geen referendum is gehouden.'

undefined

Meer over