De langste toog van Europa

Eeuwenoud, springlevend, is het huidige motto van Leuven. Studentenstad, bierstad, maar zeker ook kunststad. Eindelijk kan Leuven - vooral dankzij burgemeester Louis Tobback - de concurrentie aan met Antwerpen, Brugge, Brussel en Gent....

'Als ze niet naar hier komen, dan kom ik maar naar u.' De studente van de Katholieke Universiteit van Leuven houdt een glas Stella in de hand, en een mobiele telefoon aan het oor. Ze klinkt wat vertwijfeld.

Maar waarom zou ze vrezen dat ze niet naar hier komen? Dit is de Oude Markt, hoor, op donderdagavond, de laatste blokdag van de week zit erop, morgen gaat de meute naar huis, en dan koestert het plein vol terrassen zich ook nog eens in een lage herfstzon; dan komt toch iedereen naar hier? En ze komen niet alleen uit Leuven, maar er zijn er van Gent, Aken, Maastricht, en ja, zelfs die van Brussel komen hier graag. De kotmadam is er ook, maar die is er altijd, versteend op een bankje, bezorgd met een koffiekan in de hand.

Leuven beroemt zich erop dat dit de langste toog van Europa is. Cafés als De Rector, Den Brosser (de spijbelaar), en De Weerelt staan er schouder aan schouder. Wanneer de schemer valt, lichten aan de zomen van het plein steeds feller de logo's Stella Artois op, premium brand van bierbrouwer Interbrew, volbloed Leuvense firma en ook nog eens de grootste van Europa, je schenkt hier dan toch niets anders? Toch wel: Cristal, van Alken. In Het Limburgse Gilde. Vooruit, dan mag het.

Leuven bierstad? De stad liep er mee te koop, tot voor niet zo heel lang geleden. Maar de huidige generatie beleidsambtenaren is er niet zo gelukkig meer mee. Het klinkt wat plat, een tikkeltje ordinair en Interbrew, tja, dat is inmiddels uitgewaaierd over zo'n beetje alle continenten, en daarmee is de band met het dauwwater uit het Meerdaalbos ten zuiden van de stad als bron voor het product wel erg dun, zo niet ongeloofwaardig geworden.

Belangrijker vinden ze dat Leuven, net als Mechelen trouwens, in campagnes van de Toeristische Dienst Vlaanderen tegenwoordig meedoet als heuse 'kunststad', een eer die tot enige frustratie aan de oevers van de Dijle tot dusver alleen was weggelegd voor Antwerpen, Brugge, Brussel en Gent.

De gestegen status is verdiend, vinden ze in Leuven. Bouwkundig patrimonium was altijd al redelijk ruim voorradig. Het weelderige stadhuis is schoongemaakt. De Grote Markt is op één bus na verkeersvrij. Het Stationsplein is opgeknapt, doorgaand verkeer verdwijnt voortaan in een tunnel. Het museum krijgt binnenkort ruimte om werken van Vlaamse meesters te tonen die nu nog in de kelders zijn opgeslagen. Maar alom wordt de invloed van burgemeester Louis Tobback als doorslaggevend in de besluitvorming gezien. Oud-voorman van de Socialistische Partij, gewezen minister van Binnenlandse Zaken en nu senator; zo iemand kun je in de Brusselse bestuurskamers om een boodschap sturen.

Leuven, eeuwenoud, springlevend, is nu het motto. Wat wil je: in de historische binnenstad staat tegenover iedere bewoner, er zijn er zo'n 25 duizend, zo'n beetje één student. Dat geeft een bruisend klimaat, zeggen de ambtenaren in het stadhuis. Leuven leeft 24 op 24 uur. Het leidt tot overlast, mopperen ouderen - lawaai, pissen in brievenbussen, fietsen zonder licht.

Stadsgidsen houden het veiligheidshalve vooral op eeuwenoud. Ze wijzen de bezoekers op de uitbundige Brabantse gotiek van het stadhuis. De nissen voor de beelden stammen net als de gevels uit de vijftiende eeuw, de beelden zelf kwamen er pas aan het eind van de negentiende eeuw, nadat Victor Hugo een vermanend briefje schreef aan het stadsbestuur, toen hij Leuven bezocht tijdens een verblijf in ballingschap te Brussel.

Tegenover het stadhuis staat de Pieterskerk, waar in de kapel van het heilig sacrament Het Laatste Avondmaal (1464) van schilder Dirk Bouts is te zien. Het werk geldt als pronkstuk van de Vlaamse naïeven. Let op de uitdrukkingsloze gezichten van de apostelen, de quasi afwezige houding van Judas. Maar zie ook de contouren van het Leuvense stadhuis door het venster van het vertrek.

Voor dat bouwwerk is ook de wonde geslagen in de verhouding met Brussel, die tot op heden voelbaar is. De hertog van Brabant verbleef aan het eind van de dertiende eeuw steeds meer in Brussel in plaats van Leuven, naar verluidt vooral omdat het daar beter jagen was. In 1378 kwam er een reden bij om de Dijle voortaan te mijden. In dat jaar werd de burgemeester van Leuven in Brussel vermoord. Hij was de vertegenwoordiger van de armen. De verdenking was dat de rijken in Leuven verantwoordelijk waren. Een woedende massa haalde vijftien telgen van welgestelde families naar het stadhuis en wierp ze uit de ramen naar buiten. De gebeurtenis zou als de 'Leuvense defenestratie' de lokale geschiedenisboeken halen. De hertog van Brabant bezwoer dat hij nooit meer een stap in Leuven zette.

De rivaliteit bleef. Op het stadhuis moest een centrale toren komen, naar het voorbeeld van het exemplaar op de Grote Markt in Brussel. Maar de drassige grond maakte hoogbouw onmogelijk. Om dezelfde reden mislukte de bouw van een 170 meter hoge toren op de Sint Pieterskerk. Na vijftig meter traden de eerste verzakkingen op. Het godshuis maakt anno 2001 nog altijd een ontmande indruk.

Vandaag wedijveren de universiteiten. Was bekend dat veel buitenlandse studenten liever Leuven hebben? Er zijn er die in Brussel wonen, maar hier college lopen. Begin zeker niet over kwaliteit, hè. De KUL heeft een ijzeren reputatie. Wie het hier niet kan bolwerken, kan nog altijd uitwijken naar Brussel, meesmuilen ze in Leuven.

De grijparmen van de universiteit reiken tot een wijde cirkel rondom het hart van de stad. Het geldt als waarschuwing: sluit de deur goed, want als je dat nalaat, vind je bij terugkeer de universiteit in het pand. Op een oneindige reeks puien zijn bordjes met aanduiding van faculteit, dienst, centrum en college geschroefd. Zelfs het begijnhof, het grootste van Vlaanderen, is het domein van professoren en studenten.

Vooral de collegegebouwen - er waren er 53 in Leuven - domineren met hun in classisistische stijl opgetrokken toegangspoorten het straatbeeld. Ze behoren lang niet allemaal meer tot de universiteit. In de een zit een kazerne, een ander biedt onderdak aan een advocatenkantoor. Maar de belangrijkste behoort nog tot de KUL, het paus Adrianus VI-college. Hij was pastoor, professor en rector in Leuven, voordat hij naar Rome vertrok. Wie de poort passeert, wandelt een uitgestrekt complex op, met gebouwen opgetrokken in Franse stijl, mansarde-kamers in het dakgedeelte. Aan het begin van de negentiende eeuw zaten hier Franse oorlogsinvaliden, en pal buiten de poort was de hoerenwijk, nu een vriendelijk grasperkje.

Moet dan alles geschiedenis zijn in Leuven? Welnee. De gidsen houden doorgaans ook een bijzondere kaart onder handbereik. Trots wordt die opengevouwen. Kijk, een caféplan.

Zo blijven botsingen met het bier onvermijdelijk. De langste toog is er, maar ook de kleinste brouwerij. In het café Domus staan de ketels, de gistkuipen en de tanks achter de ramen. Een leiding voert het bier rechtstreeks naar de tapkast. Buiten deze muren is het nergens te koop. Het amberkleurige Nostradomus is volgens de beschrijving op de kaart bier met een 'licht gebrande smaak', 'volmondig', 'een fruitig boeket' en een 'licht zoete afdronk'. Honing, weten de kenners. Het speciaalbier Engel is weer 'vol en rond' met 'tonen van rijpe woudvruchten'. Een derde variant is 'zeer hoppig' en heeft een 'aromatisch bittere afdronk'. De naam? Condomus. Leuven is ook studentenstad, natuurlijk.

Meer over