De langste toog van België

Frans hoor je bijna niet meer in Leuven. Zeker niet op vrijdag. Want dan is het stil. Voor zover duizend cafés stil kunnen zijn....

MICHEL MAAS

HEBBEN leguanen spieren? De twee reusachtige exemplaren in Weirdo's zien er in ieder geval uiterst pezig uit, net zo gespierd als de kaalgeschoren knaap met de knoestige kin, die de voordeur bedient. Traag en zwaar hijsen de beesten zich in hun kooien van de ene dode tak naar de andere, omhoog naar waar de takken de tralies raken. Hebben leguanen oren? Vermoedelijk niet. Het dreunende donker van de disco buiten hun kooi laat ze tenminste volslagen onverschillig. Onhoudbaar klimmen ze verder. En boven aangekomen kijken ze elkaar door de tralies aan. Lang en indringend.

'Zij konden bij elkander niet komen', zegt Kamiel, en op slag krijgt de aanblik van de beide leguanen iets ontegenzeglijk treurigs. In een flits van een seconde slaat die treurnis over op heel deze duistere spelonk, tot berstens toe gevuld met lawaai en jonge studenten, die bier drinken en elkaar over en weer bekijken zonder elkaar ooit te bereiken - behalve achterin, waar een dansvloertje ligt te spetteren in het licht.

Kom. We wurmen ons naar buiten.

Kamiel was hier nog nooit geweest. Misschien is dit wat je de underground van Leuven mag noemen, waarvan hij door de telefoon al riep: 'Maar Michel! Daarvoor zijn wij toch veel te oud?' Hier moet je twintig voor zijn, vijfentwintig op z'n hoogst. Daarna drink je met deze of gene nog je pintje in een van de duizend cafés van Leuven, en voer je goede gesprekken.

Maar Kamiel stort zich, bij nader inzien, toch graag eens in het avontuur. Voor vanavond heeft hij daarom zijn licht eens opgestoken bij zijn vrienden. Hij heeft ze 'de pieren uit hun neus gevraagd' over kroegen en disco's, en nòg is het puur toeval dat we in Weirdo's terecht zijn gekomen: we kwamen er langs en het geluid zoog ons naar binnen. Zo gaat dat. In Leuven zoek je geen cafés, de cafés zoeken jou.

Begin van de avond is het doodstil op straat. Ik heb pech. Vrijdag is de verkeerde dag om uit te gaan in Leuven, want dan zijn de studenten al naar huis voor het weekeinde. En deze vrijdag is helemáál mis, want de vakantie is nog niet afgelopen. Dus zijn alleen de diehards en de internationale studenten in Leuven.

We hebben afgesproken op de Oude Markt, omdat zelfs een blinde toerist dat plein niet kan missen. Hier ligt 'de langste toog van België', een rijgsnoer van cafés rondom het plein, de zijstraten in, en verder naar de Grote Markt, de Vismarkt. . . Een moedeloos makende overdaad. Wat zou een mens hier nog gaan zoeken naar een kroeg! Sluit je ogen, draai driemaal in de rondte en wandel naar binnen door de deur waar je voor staat.

Uit tientallen cafés valt spaarzaam licht naar buiten, en uit een enkel café komt duisternis. Dat is de Metropole, waar ik Kamiel zal ontmoeten. Gesloten. Ik ben te vroeg. Dus sluit ik mijn ogen, draai in de rondte, hou stil en open ze weer. Ik zet koers naar de Revue, maar daar komen juist twee matjes naar buiten die op verkeerde brommers stappen. Nieuwe koers. Maar in de Blokhut liggen achter heel vette ramen de jassen op een knoedel. Ambiorix? Ruikt naar studentencorps. Ik ga windowshoppen, wandel het kroegenlint langs, snuif flarden muziek die naar buiten waaien, proef publiek dat binnen zit, tast het interieur af met mijn ogen. Ik lees de codes, en ik schrap de een na de andere kroeg totdat er bijna niets meer overblijft. Ten slotte beland ik in de Gecko.

Waarom de Gecko?

Geen idee. Omdat de houten tafels met staalplaat zijn bekleed, de muren kunstwerken zijn, er beurtelings opera en space-muziek gedraaid wordt, het donker is en rustig maar niet leeg, mijn voeten pijn doen.

De Oude Markt zullen we de rest van de avond mijden, besluiten we later, leunend aan de bar van Metropole dat toch nog open is gegaan. Hier kwam Kamiel al toen het nog Le doigt dans l'oeil (de vinger in het oog) heette en er jointjes gepaft werden. Jointjes paffen is ten zeerste verboden in België, dus Le doigt dans l'oeil moest dicht, en toen het als Tribunal heropende en er wéér jointjes werden gepaft, moest het wéér dicht. Nu hebben ze het genadeloos verbouwd: het bruine café er uitgegooid, binnen alles opnieuw aangekleed met trendy postmoderne jukebox-architectuur, en de naam Tribunal herdoopt in Metropole. En de jointenpaffers buiten de deur gehouden.

Kamiel komt in dit gloednieuwe café 'uit een zekere nostalgie'. Want onder deze gladde, nieuwe muren, plafonds en vloeren ligt voor hem tot op de dag van vandaag nog steeds Le doigt dans l'oeil. Misschien dat dáárom het gesprek ook snel terugglijdt naar mei '68.

Terwijl in Parijs en Amsterdam de studenten streden tegen de verkalking, knokten ze destijds in Leuven voor een Vlaamse universiteit - als laatste stap in de emancipatie van de Vlaming. Dat hebben ze gewonnen. De Walen vertrokken, met medeneming van de halve bibliotheek (de even nummers bleven hier, de oneven gingen mee) en stichtten in de buurt van Waveren een nieuwe, franstalige universiteit: Louvain la Neuve. Leuven bleef achter, en heet sindsdien Louvain la veuve.

Frans hoor je er nu bijna niet meer. Zeker niet op vrijdag. Want dan is het stil.

E stappen weg uit de cirkel van cafés en zetten koers richting periferie. Eerst naar het noorden, naar de Blauwe Schuit. Eveneens een eertijds bruin café, recent van binnen vervangen door een postmoderne theetuin. Alles blinkt, het licht is licht, de ruimte ruim. Zoals tegenwoordig in bijna alle cafés van Leuven, die de een na de ander van binnen zijn opgenieuwd. Over een echt bruin café moet Kamiel lang piekeren. Hem schiet er geen te binnen.

Helaas zijn in de verbouwing ook de twee deuren verdwenen: de een voerde naar buiten en de ander een kast in, wat altijd leuk was als er vreemden waren. Maar voor Kamiel is dit desondanks nog altijd De Blauwe Schuit, natuurlijk.

We baden even in de tearoom-rust (het is vrijdag), en onderwijl vertelt Kamiel over Belgisch Congo, even verderop, waar het altijd erg leuk was en waar bijvoorbeeld Tom Lanoye nog zijn eerste optredens heeft gehouden. Belgisch Congo is sinds kort gesloten. Pech.

In 't Stuc zit Janien. Dat kun je zien aan de driewielige brommer die voor de deur staat geparkeerd. Janien heeft twee dagen geleden het zestienjarig jubileum van haar 'handikap' gevierd. Een hersenbloeding die haar half verlamde. Als ze 'handikap' zegt, knikt ze met haar hoofd naar haar paarsige, dikke hand die werkeloos in haar schoot ligt. En voor je het weet, is ze bezig het hele verhaal van haar leven te vertellen tot en met haar 'handikap' en de brommer waar dronken studenten altijd achterop proberen te springen.

Aan de bar woedt een heftige politieke discussie tussen vier noord-Afrikanen die de dominateurs van de dominés proberen te onderscheiden, terwijl enkele verspreide trendy studentikozen aan de tafels stuurs voor zich uit zwijgen achter hun bollekes. Zelfs de muziek breekt nauwelijks door de stilte heen, zo stil is het. Vrijdag. En geen voorstelling in de zaal - 't Stuc heeft veel ballet, door het jaar.

Naar El Bueno (Stil). Waar de drank het goedkoopst is van heel Leuven, palestinasjaals worden gedragen, de volkskeuken op woensdag vegetarisch kookt en het mededelingenbord onder het kopje 'Aktie' oproept voor de 'nationale aktie- en trefdag in solidariteit met vluchtelingen en buitenlandse studenten in Steenokkerzeel'. 'Hier ga je toch niet te ironisch over doen hè?', vraagt Kamiel bezorgd. Hij leest hier wel eens voor. Kamiel heet namelijk Vanhole en is schrijver - hij heeft zojuist de literaire prijs van Brabant (Vlaams) gewonnen.

Op de Oude Markt, die wij mijden, moet het inmiddels toch nog aardig druk zijn geworden. Maar wij gaan, ver daarvandaan, naar D'Adario.

De eerste bruine kroeg! Maar dat is schijn. Het bruin is hier niet zo lang geleden met de hand aangebracht. Niet slecht gedaan, de stukjes blote muur onder het weggebikte stucwerk doen het goed. In D'Adario komt de intelligentsia. Vooral de musicus Paul van N. valt vanavond op door de combinatie van geringe lengte, grote hoed en dito sigaar. Musicus in welk instrument kan Kamiel niet vertellen, maar wel dat hij muziekmanuscripten schijnt te hebben ontvreemd uit een Italiaanse muziekbibliotheek. Daar is Paul van N. beroemd om geworden.

In D'Adario is het nìet stil. En wel aangenaam, en zelfs de muziek is prettig. We willen blijven, maar hebben met onszelf afgesproken dat we nog verder gaan.

Naar de Vaart, de docklands aan de Dijle, buurt in opkomst, waar de prijzen van de lofts nog flink zullen stijgen, ook al zijn die pakhuiszolders onmogelijk warm te stoken. We lopen. Natuurlijk lopen we. Zelfs de periferie in Leuven is te dichtbij voor een taxi. We lopen voorbij het station en tussen de reusachtige oude fabriek van Stella en de kolossale nieuwe door, waar maar 25 mensen werken. En we bereiken een havengebied waar behalve de wind niets meer beweegt. We zijn te laat. Café Silo is al dicht. En de grote megadisco Manhattan, een kwartier gaans verderop, blijkt te zijn overgenomen door de Vlaamse televisiezender VTM, die hem tegenwoordig gebruikt om er zijn shows in op te nemen.

Pech. We krijgen het koud en het lopen gaat moeizamer. Terug is altijd verder. Dus we stoppen bij In den ouden tijd/ Aux vieux temps tegenover het station, omdat het nog open is en het licht en de belofte van warmte ons naar binnen zuigen. De deur piept. Alle zes de klanten kijken op. Ze zitten achter flipperkasten of staan schuin tegen de bar aan gekiept. Pat Boone zingt. Er wordt niet gedanst.

R zíjn avonden dat in dit soort cafés de mensen, 'uit pure wanhoop' dansen tot ze er bij neer vallen, om maar niet naar huis te hoeven. En in de Marollen in Brussel, vertelt Kamiel, daar had je een café waar in de zaak een touw gespannen was, waar de drinkers overheen hingen. Ze hingen aan de ene kant, en kotsten aan de andere. En als de kroegbaas vond dat het tijd was, maakte hij het touw los.

Vandaag wordt niet gedanst. Er zijn geen drinkers en er is één vrouw, en die krijg je vannacht niet meer van haar kruk, zo te zien. Het loopt tegen drie uur. Kamiel gaat eens naar huis.

Ik dwaal nog één keer langs de Oude Markt. Er is nog volop leven. Hoezo vrijdag. De Studentenfanfare Leuven staat in Ambiorix op tafel te toeteren, uit Café Allee walmt zwaar vervormde pokkeherrie, in Oase staat het zweet op de ruiten. Alleen Oriënt heeft sta-ruimte en muziek die niet te erg is. Aanstalten tot sluiten wordt nergens gemaakt. Ik sta nog wat in de sta-ruimte. Anderen doen hetzelfde, en kijken lang en indringend voor zich uit. Het is zaterdag.

Metropole, Gecko, Ambiorix, Café Allee, Oase, Orient, Revue: Oude Markt; De Blauwe Schuit: Vismarkt; Weirdo's, Los Buenos: Naamsestraat; 't Stuc: campus achter Frederik Lintestraat; D'Adario: Ravenstraat; In den ouden tijd/Aux vieux temps: Martelarenplein.

Meer over