De lange weg naar een 'superverantwoorde' missie

De Amerikaanse onwil om veiligheidsgaranties te geven, deed de omstreden Afghanistan-missie bijna mislukken. Toen alles geregeld leek, lag de Kamer dwars....

Met afschuw bekeek minister Kamp van Defensie tv-beelden van Amerikaansemilitairen in de Afghaanse provincie Uruzgan. Hij zag een Amerikaansecommandant die om de drie woorden fuckin' zei tegen zijn ondergeschikten.Mishandelde Afghanen. Kogelgaten in deuren.

Tegenover militaire en politieke adviseurs uitte de minister de volgendedag, op 15 december, zijn ergernis. 'Wij doen het op een nette manier', zeiKamp. Maar in het openbaar onthield hij zich van kritiek op de Amerikanen.Als Nederlandse deelname aan de NAVO-missie doorgaat, zal de hulp van nabijgelegerde Amerikaanse militairen wellicht onontbeerlijk zijn. Sterker: alsde VS niet zwart-op-wit veiligheidsgaranties hadden gegeven, zou Kamp deoperatie hebben afgeblazen.

Dat moment was heel dichtbij, twee weken voor de schokkendetv-reportage, blijkt uit gesprekken met bewindslieden, Kamerleden,diplomaten, militairen en andere betrokkenen. Op 30november ontvingen Kampen collega Bot van Buitenlandse Zaken in Den Haag een delegatie vanAmerikaanse topambtenaren en militairen. Die beloofden hun bondgenoten nietin de steek te laten. Concrete toezeggingen bleven echter uit.

De Amerikanen leken de Nederlanders maar watjes te vinden. Gevraagd naarhet hoge aantal dodelijke slachtoffers onder Amerikaanse troepen inAfghanistan, zei een van de bezoekers laconiek: 'We hadden een paar slechtedagen.'

Dezelfde avond reisde generaal Berlijn naar het militaireNAVO-hoofdkwartier in België. De Nederlandse oppermilitair annuleerde eenafspraak met Amerikaanse politici die Nederland kwamen bedanken vooreerdere missies in Afghanistan en Irak. Chef der Strijdkrachten (CDS)Berlijn moest 'nadrukkelijk en ondubbelzinnig' een reeks voorwaarden lateninwilligen door de hoogste NAVO-generaal, de Amerikaan Jones. Zestienpunten, opgesteld door Defensie, Buitenlandse Zaken en Algemene Zaken, hetdepartement van premier Balkenende.

De missie van Berlijn werd een succes, tot veler verbazing. Bovenal waser tevredenheid op de betrokken ministeries, zelfs trots. 'We hebbenkeihard onderhandeld, bijna on-Nederlands.'

Persoonlijke complimenten van Kamp deden Berlijn goed. De VVD-bewindsmanwas niet tevreden geweest met het advies dat de CDS al op 27oktober hadgegeven. Berlijn omschreef de geplande missie van ruim duizend militairentoen als 'uitdagend, maar uitvoerbaar en verantwoord'. Kamp kon datmoeilijk rijmen met een zwartgallige 'dreigingsanalyse' van de MilitaireInlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), die hij een week eerder hadontvangen. De boodschap was: er gaan doden vallen in Uruzgan.

Gewapend met de informatie van zijn militairen besloot Kamp, kort vooreen werkbezoek aan Afghanistan, de ministerraad op 28oktober verslag uitte brengen. CDA-collega Bot zag de bui hangen. Zijn diplomaten waren, netals Kamps militairen, al maandenlang in overleg met NAVO-bondgenoten enandere landen over de Afghanistan-missie (zie inzet). Maar er bestondenvolgens Bot zoveel onzekerheden dat het onderwerp niet rijp was voorbehandeling in het kabinet. Dat Kamp, aanvankelijk fervent voorstander, aanhet twijfelen was, zou het kabinet kunnen nopen tot een vroegtijdignegatief besluit. Dan had Bot in het buitenland heel wat uit te leggen.

De verwarring sloeg toe, ook bij Balkenende, die beide ministers omopheldering vroeg. Kamerleden hadden de indruk dat Kamp een positiefbesluit wilde forceren. Ze maakten hem het verwijt dat hij 'voor de troepenuitloopt'. Ook zou hij uit het oog verliezen dat Bot deeerstverantwoordelijke is voor het uitzenden van troepen.

De kritiek zat Kamp hoog. Toen hij een paar weken later op eenEU-bijeenkomst collega Bot zag lopen, liet hij zich ontvallen: 'Daar komtmijn baas.' Het zou tot begin december duren voordat beide ministerseendrachtig een voorstel aanboden aan de ministerraad.

In de tussentijd brokkelde in de Kamer het draagvlak voor de missie af.Zelfs de VVD, de meest pro-Amerikaanse partij, legde een rechtstreeksverband tussen Amerikaanse schendingen van mensenrechten en het al dan nietdoorgaan van de operatie. Dat sprak Bot aan. Méér dan het aanzwellendegeluid dat de missie te gevaarlijk zou zijn. 'We hebben godbetert een legervoor vredesmissies.'

Onrustig was het ook in het diplomatieke verkeer. Bot boekte een succestoen hij, begin november in Wenen, van de Afghaanse president Karzaitoezeggingen kreeg over een correcte behandeling van gevangenen. MaarNederland was zo veeleisend dat de bondgenoten, waaronder Australië,ongeduldig werden. Een diplomaat uit een andere bevriende natie nam zelfshet woord onbetrouwbaar in de mond.

Kamerleden merkten weinig van het ongenoegen. Op recepties van het corpsdiplomatique in de residentie werd hen beleefd gevraagd naar de stand vanzaken. Het Binnenhof was niet het middelpunt van een diplomatiek offensief,zoals de voormalige Britse ambassadeur Budd had ontketend om Nederlandsetroepen in Irak te houden. Die actie had een jaar geleden kwaad bloedgezet, zowel bij Kamp als bij Kamerleden.

Eind november liet premier Balkenende, die op de Antillen was, via eenvertrouwd Haags kanaal doorsijpelen dat ook hij zijn twijfels had. Niettoevallig deed hij dat aan de vooravond van het hoge Amerikaanse bezoek.Herhaaldelijk (telefonisch) contact tussen Bot en zijn Amerikaanse collegaRice, en overleg tussen Defensie en het Pentagon, hadden niet totovereenstemming geleid.

December brak aan, de maand van de beslissing. De legerleiding achttede missie 'superverantwoord' nadat generaal Berlijn harde toezeggingen bijde NAVO had losgepeuterd. Maar Bot had de Kamer nog een 'pittig gesprek'beloofd met zijn collega Rice, tijdens een NAVO-bijeenkomst op 8december.

Bot kwam juichend terug uit Brussel. Hij had 'voldoende garanties' voorde veiligheid van Nederlandse militairen, en was gerustgesteld door deAmerikaanse stellingname inzake de behandeling van (vermoedelijke)terroristen. Bot en Kamp zaten eindelijk op één lijn.

Generaal Berlijn hield op 9december een gloedvol betoog in deministerraad. Hij relativeerde het doemscenario van de MIVD. Bot en Kampvielen hem bij. Maar menig minister was argwanend geworden door dewisselende stemming van het duo. Ze leken wel weermannetjes: nu eens wasde een positief, dan weer de ander. Dat werd ervaren als 'zwabberbeleid'.

De aarzelingen werden versterkt door het afhaken van steeds meerpartijen: SP, LPF, GroenLinks. Regeringspartij D66 morde. Kamp nodigdeKamerleden uit voor briefings op zijn departement. Hij doolde door deKamer, wachtend op een moment om fractiespecialisten als Herben (LPF) enBakker (D66) indringend toe te spreken.

Tevergeefs. Nog voordat er een kabinetsstandpunt was, keerdeD66-fractieleider Dittrich zich tegen de missie. Een vertrouwelijk gesprekmet generaal Berlijn baatte niet. Dittrich verraste zelfs de eigenministers Pechtold en Brinkhorst. Een ingelaste kabinetsvergadering brachtgeen uitkomst.

Drie dagen voor kerst presenteerde het kabinet het 'voornemen' troepente sturen. Een glunderende Brinkhorst beklemtoonde dat het geen besluitwas. Kamp en Bot poogden tot het laatste moment de D66-collega's teovertuigen, maar erkenden ieders 'recht op een eigen mening'.

Het kabinet had nog niet gesproken, of de CDA-fractie stelde dat eentweederde Kamermeerderheid vóór uitzending moest zijn. Een vondst van deCDA-top, inclusief bewindslieden. Achterliggende gedachte: bij zo'nmeerderheid zal D66 ('D staat voor Democraten') niet breken met hetkabinet. En de CDA-fractie kan zich een handvol tegenstanders veroorloven.

De missie die leek te stranden op Amerikaanse onwil, is nu afhankelijkvan de PvdA. Die wees al eens een Afghanistan-missie af wegens gebrek aanvertrouwen in de VS.

Meer over