De lange Mars

Zondag oreert Huub Stapel voor de 438ste en allerlaatste keer over de verschillen tussen man en vrouw. Waarover windt iemand die het zo goed voor elkaar heeft als hij, zich nog op?

DOOR HEIN JANSSEN FOTO'S ROBIN DE PUY

Om vier uur 's middags neemt Huub Stapel (58) plaats op de achterbank van zijn Volkswagen Phaeton, bestuurd door zoon Sem (21). Stapel speelt vanavond in theater De Vest in Alkmaar de voorstelling Mannen komen van Mars, Vrouwen van Venus. Voor de 426ste keer. En al voor de vijfde keer in Alkmaar. Of voor de zesde keer - hij is de tel kwijt. Ze vragen hem in ieder geval steeds terug, zoals in bijna alle andere Nederlandse theaters. En altijd uitverkocht. Ook vanavond weer.

Zoonlief, die tijdens de lange tournee Stapels chauffeur is, stouwt nog wat dozen dvd's in de achterbak en zoeft even later Amsterdam-Zuid uit.

'Ja, fijne auto, deze Phaeton. The best car ever made, zei het Engelse autoprogramma Top Gear erover. Met het onderstel van een Bentley, maar dat valt verder niemand op. Het is alsof je in een gewone Passat rijdt, niemand neemt er aanstoot aan.' Op de achterbank zit de succesvolste Nederlandse acteur van dit moment rustig te praten. Over auto's, zijn hitvoorstelling en over de politiek. Vooral over politiek en hoe lafhartig de VVD de kunst heeft verkwanseld.

'De VVD is volkomen de weg kwijt. Zo'n Rutte, die dan zegt dat kunstenaars met hun rug naar het publiek staan en alleen maar hun hand ophouden. Schandalige opmerking, in een land dat toch al zo bedroevend weinig aan kunst uitgeeft. Ja, met mij gaat het goed, uitstekend zelfs, maar ik ben ook ooit met niks begonnen. Ik ben ook tegen muren aangelopen, maar nu zijn er niet eens muren meer. Je moet als kunstenaar lekker thuis blijven zitten, niemand zit op je te wachten en je uitkering wordt ook nog afgepakt - dat is wat er nu aan de hand is. Het is godgeklaagd. Dan kom je bijvoorbeeld in een stad als Zaltbommel of noem maar op, en daar is alles wegbezuinigd: geen bibliotheek meer, geen muziekschool, het theater dicht. Daarmee haal je de cohesie uit zo'n gemeenschap. Cultuur bindt namelijk.'

Huub Stapel zelf heeft weinig te klagen gehad, tenminste niet over zichzelf. Hij is als acteur breed inzetbaar en heeft voor zichzelf altijd maximale vrijheid gecreëerd. Goed verdiend in Duitsland, waar hij jarenlang werkte, reclamespotjes, films. 'Nee, rijk worden doe je niet van toneel, maar met Mars en Venus verdien ik wel bovenmatig goed, dat zal ik niet ontkennen. Ik draai nu mee in de winst, dat is goed geregeld. Toen de kassa's op hol sloegen, heeft de producent mijn percentage verhoogd. Dat was heel netjes van hem.'

Intussen windt hij zich wel op over misstanden die hij overal om zich heen ziet. Dat varieert van het onrecht dat zijn schoonmoeder wordt aangedaan door een malafide Amsterdamse taxichauffeur, de ING-top die vindt dat ze te weinig verdient ('rot op, ga naar het buitenland, verzuip van de pier!') tot misstanden in de berenopvang op Borneo. Of hij is woedend op minister Asscher, die de uitkeringen van artiesten wil aanpakken.

Stapel, mijmerend op de Phaeton-achterbank: 'Ja, ik kan me over dat soort zaken kwaad maken. Agressief? Soms ook, ja. Op Koninginnedag stonden aan de overkant van ons huis twee jongens tegen een muur te zeiken. Toen ik er wat van zei, riepen ze: 'Wat doe je, ouwe?' Ik heb die ene toen een slag voor zijn harses gegeven en die andere trouwens ook. Het is dat mijn vrouw en schoonmoeder me tegenhielden, anders had ik ze allebei uit hun schoenen getrokken.'

Alkmaar. Artiesteningang Theater De Vest. Technicus Arthur van Straelen is net binnen. Koffieautomaat. Het podium inspecteren. Scheren bij de wasbak met zeep van De Vergulde Hand. Foto van vader en moeder op de kaptafel. Dat zijn zo de rituelen. Voor een producent moet dit een droomvoorstelling zijn: er zijn slechts een paar lampen, twee banieren (met Mars en Venus erop) en een bureautje voor nodig. En, in dit geval, een acteur die avond aan avond volle zalen trekt.

Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus begon drie jaar geleden bescheiden in kleine theaters. Het zou negentig keer gespeeld worden. Toen Stapel erover vertelde in talkshow Pauw & Witteman ging het ineens helemaal los. Binnen vijf dagen werden 40 duizend kaarten verkocht. De voorstelling werd doorgespeeld, van de kleine zalen ging het opwaarts naar de grote schouwburgen, tot het Circustheater en Carré aan toe.

'Ja, van een kloostertheatertje in Nuenen zijn we naar zalen met 1.800 stoelen toegegaan. Volgens Joop van den Ende is dit de best bezochte onemanshow ooit. Het geheim is, denk ik, dat het lijkt alsof ik thuis bij de mensen op de bank zit en vertel over mannen, vrouwen, relaties en alles wat daarbij komt kijken. Zo vertrouwd moet het zijn, het gaat over herkenbare dingen. Ik vertel, ik zing een liedje, ik doe een dansje. En ik praat quasi over mijzelf - dat is belangrijk, dat je niet boven de materie staat, één bent met het publiek. Bij toneel moet je altijd doen alsof het de eerste keer is.'

'Laatst kocht een psychotherapeut na afloop van de show vijf dvd's. Om aan zijn patiënten uit te delen. 'Ga eerst maar eens kijken, dan praten we verder' - dat zei hij tegen ze. Het schijnt dat door Mars en Venus relatieproblemen worden opgelost. Maar ik heb ook begrepen dat er echtscheidingen door zijn ontstaan.'

Zondag wordt Mannen komen van Mars, Vrouwen van Venus voor de 438ste en laatste keer gespeeld. De teller van het aantal bezoekers staat dan ruim boven de 300 duizend. Stapel zou rustig nog een heel seizoen door kunnen gaan, maar hij besloot te stoppen nu het nog leuk is en voordat de sleet erin komt. 'Er komen mensen naar deze voorstelling die daarvoor nog nooit in een theater zijn geweest. Mensen die 's middags opbellen om te vragen of er in het theater ook een wc is en of ze ergens hun jas kunnen ophangen. Mensen die in hun bermuda's naar de show komen.'

Vanavond geen bermuda's in Alkmaar. Wel een op en top Hollands doorsneepubliek. Veel stellen van veertigplus, maar ook tamelijk veel jongeren en oudere echtparen. Over Mannen komen van Mars, Vrouwen van Venus schreef de Volkskrant destijds dat het een verzameling clichés is, maar dat het zo prettig is dat je ze nu eens achter elkaar hoort.

Dat klopt: Stapel vertelt in zijn show in hoog tempo over de gevoelloosheid van de rationele man en de tsunami aan emoties van vrouwen. Opvallend energiek wisselt hij stand-up comedy af met een liedje (And I love you so), een-tweetjes met het publiek en hilarische observaties over liefde, huwelijk, seks en de talloze ongemakken daarover. De prins op het witte paard laat hij verschrompelen tot een tuinkabouter op een pony. In de zaal klinken de 'oh's' en 'ah's' van herkenning, men stoot elkaar aan of kijkt een beetje stoïcijns voor zich uit. Veel echtscheidingen zal het vanavond niet opleveren, daarvoor blijft het in Alkmaar net iets te opgewekt.

Na afloop staat zoon Sem in de hal achter een tafeltje met dvd's van de show. 'Het ging zo snel en er komt zo veel tegelijk op je af, dat ik het thuis graag allemaal nog eens rustig wil nakijken', zegt een bezoekster. Een jonge moeder met haar puberdochter koopt ook een dvd. 'Ik ben hier naar toe gekomen voor het onderwerp, maar ook voor Huub. Nee, als Youp hier zou staan, zou ik niet gaan, hij is altijd zo cynisch. En Freek kan soms zo zeikerig zijn en negatief.'

Na een kwartier voegt Stapel zich bij zijn publiek, opgefrist, schoon overhemd. Vrouwen worden weer meisjes, mannen steken hun duim naar hem op. 'Zo, die hebben wilde seks straks', zegt hij als hij een echtpaar gelouterd maar voldaan het theater uit ziet stappen. Als hij zich met zijn publiek onderhoudt, is hij volkomen naturel, maar hij blijft ook op afstand. Iets aardigs schrijven in een agenda, even op de foto: geen probleem, maar er zijn grenzen.

'Deze mensen zijn vanavond naar mij toe gekomen en na afloop ga ik naar hen. De nazit is voor mij een geïntegreerd onderdeel van de voorstelling. Nu zit het vol, maar straks kan ik deze mensen ook weer nodig hebben. Mijn vader is wat dat betreft mijn grote voorbeeld. Hij behandelde ieder als zijn gelijke, of het nu de burgemeester was of iemand uit een achterbuurt. Ik hoop dat ze terugkomen als ik in een ander, misschien moeilijker toneelstuk sta. In die zin ben ik ook een beetje missionaris.'

Het is tegen half een 's nachts als de Phaeton weer uit Alkmaar wegrijdt. Op de achterbank komt de acteur tot rust. Hij filosofeert nog wat over zijn jeugd in Limburg, zijn vader die vertegenwoordiger was in snoepgoed en een winkeltje had. Armoede, onrecht. 'Mijn ouders zijn hun leven lang opgelicht. Ik verdiende in mijn eentje met mijn eerste salaris meer dan mijn vader met zes kinderen. Dat is toch de bron waaruit ik put. En soms is die bron leeg.'

Zoals vijftien jaar geleden, toen hij een burn-out kreeg. Van het ene moment op het andere. Zo maar ergens onderweg. Werkdruk. Opgekropte wanhoop. Stille woede. Onbedaarlijk huilen. Daarna is hij een half jaar met de hond in het park gaan wandelen. Op zoek naar rust in de kop.

Het leven daarna is nooit meer zorgeloos geweest. Maar hij koestert de vrijheid. Hij speelde Ed van Thijn in een tv-serie, Napoleon in het theater en breekt alle records met zijn man-vrouwshow. Vastigheid heeft hij nooit geambieerd.

'Vast in dienst bij een gezelschap, nee, dat is niets voor mij. Ik gedij beter bij het bestaan zoals het nu is, ik wil kunnen ademen. Ik vind het leuk dat Wim Opbrouck en Els Dottermans van NTGent me hebben gevraagd ook eens bij hen te spelen. Ik dacht altijd: er komt een dag dat ze me allemaal hebben gevraagd en die dag ligt allang achter me.'

Intussen weet hij ook wat hij waard is. Toen hij twee jaar geleden niet werd genomineerd voor een Louis d'Or vanwege zijn rol als Napoleon ('de beste rol die ik ooit gespeeld heb') schreef hij een brief op poten naar een van de juryleden. Naar Napoleon kwamen te weinig mensen, vond hij ook. Daarom ging hij bij wijze van pr-stunt als de Franse keizer te paard naar het DeLaMar Theater. 'Nee, daar geneer ik me helemaal niet voor. Ik wil graag vechten voor mijn winkel. Als ik bij Toneelgroep Amsterdam zou zitten, hoef ik al die moeite niet te doen, dan krijg ik mijn salaris toch wel. Ik wilde gewoon dat er meer mensen kwamen, want ik was trots op die voorstelling. Dus dan spring ik met alle plezier gekostumeerd te paard.'

Wat zijn collega's betreft, is hij over één ding duidelijk: Pierre Bokma is de beste. 'Eerst heb je Pierre Bokma, dan een hele tijd niets en dan komen wij, gewone stervelingen. Zo'n talent als Pierre, dat komt maar één keer in de honderd jaar voor, Pierre is van een andere planeet.'

Deze zomer presenteert Huub Stapel voor Omroep MAX het programma MAX Monumentaal, waarin geld wordt ingezameld voor de restauratie van een aantal monumenten. Komend seizoen is hij te zien in het toneelstuk Carnage (God van de slachting) van Yasmina Reza, en daarna in een stuk over de DSB-affaire, het slotstuk van een drieluik over de Nederlandse bank- en zakenwereld. En hij is samen met regisseur Peter de Baan bezig met een opvolger voor Mars en Venus. 'Ja, om werk zit ik niet verlegen en ik realiseer me de luxe daarvan. Maar ik zat laatst in bad en dacht ineens: eigenlijk zou ik alleen nog maar les willen geven. Daar zou ik echt gelukkig van worden. De consequentie is dan dat ik moet stoppen met spelen. En ik moet iets hebben geregisseerd, tussen nu en drie jaar.'

Tegen enen zet Sem Stapel zijn vader af bij diens fraaie huis in Amsterdam-Zuid. Als hij de voordeur opent, komt Nero, de zwarte labrador, naar buiten hobbelen, speeltje in de bek. Man en hond gaan samen naar binnen. Man en hond begrijpen elkaar.

Mannen komen van Mars, Vrouwen van Venus is nog te zien in Almelo (vanavond) en Leiden (14 april); beide voorstellingen zijn uitverkocht.

Wereldwijde bestseller

Huub Stapels voorstelling Mannen komen van Mars, Vrouwen van Venus is geïnspireerd op de gelijknamige, wereldwijde bestseller van John Gray uit 1992, waarvan intussen meer dan 50 miljoen exemplaren zijn verkocht. In Frankrijk werd in 2005 een eerste theaterversie gemaakt. Stapel en zijn regisseur Peter de Baan baseerden hierop hun Nederlandse versie, maar voegden persoonlijke elementen en observaties van de acteur toe.

Waarom Huub?

Initiatiefnemer en producent van Mannen komen van Mars, Vrouwen van Venus is Matthijs Bongertman, directeur van Senf Theaterproducties. 'Ik had indertijd van die Franse voorstelling gehoord, gebaseerd op John Grays boek, en dacht: wie zou dat in Nederland kunnen spelen? Nee, niet Pierre Bokma of Gijs Scholten van Asschat, want die horen toch een beetje bij het cultureel hoogstaand toneel. Maar welke acteur dan? Eentje die één is met het publiek, die bij hen hoort, die schijt heeft aan hokjes? Huub Stapel dus. Ik ben toen met hem naar Parijs gegaan om de show te zien. Het was nogal academisch, met een acteur die meer een dokter was die wel eens zou vertellen hoe het zat tussen mannen en vrouwen. Toch zagen we er wel wat in. De kracht van Huub is dat hij charmant is zonder een verleider te zijn. Ook mannen vinden hem leuk, hij is een van hen, hij houdt van auto's en horloges. Uiteindelijk is zijn show een fenomeen geworden. Veel meer ook dan alleen maar theater.'

Van Flodder tot Mars

Acteur Huub Stapel (58) is van vele markten thuis. Grote bekendheid verwierf hij met de rol van Johnnie in film Flodder van Dick Maas. Andere publieksfilms waarin hij hoofdrollen speelde, zijn Amsterdamned en De Lift. Stapel was ook in veel tv-series te zien, zoals Wet en Waan, Willem van Oranje, Flikken Maastricht en onlangs nog Moeder, ik wil bij de revue. Hij presenteerde ook een autoprogramma op tv. Naast Mars en Venus speelt hij toneelrollen in Napoleon op Sint- Helena, De Kus, De Goede Dood en Art. Hij debuteerde in 1981 als jongeman in het toneelstuk Harold and Maude, met Mary Dresselhuys als tegenspeelster.

undefined

Meer over