Het Eeuwige LevenKen Mayhew (1917-2021)

De laatste nog levende veteraan uit WO II die de Militaire Willems-Orde kreeg

Ken Mayhew maakte onder andere deel uit van de invasie van Normandië en de Slag om Overloon. Hij raakte drie keer gewond – waarvan een keer door een granaatscherf – en werd 104 jaar oud. Hij was de laatste levende veteraan uit de Tweede Wereldoorlog met een Militaire Willems-Orde.

null Beeld

Nadat hij in oktober 1944 door een granaatscherf was geraakt bij de bevrijding van Venray, werd hij gewond naar een ziekenhuis in Brussel gebracht. Maar hij wachtte zijn genezing niet af. Hij ontsloeg zichzelf uit het ziekenhuis en reisde terug naar zijn manschappen in ­Nederland. Later bleek hij hierdoor een flinke infectie te hebben opgelopen.

Ken Mayhew was de laatste levende veteraan uit de Tweede Wereldoorlog met een Militaire Willems-Orde, de hoogste Nederlandse onderscheiding voor daden van moed, beleid en trouw. Na zijn dood zijn er nog drie Nederlanders in leven met deze onderscheiding vanwege heldenmoed ­tijdens missies in Afghanistan.

Op 5 mei 2019 was Mayhew als 102-jarige nog aanwezig bij het veteranendefilé in Wageningen. Toen hem een stoel werd aangeboden, zei hij: ‘Niet nodig. Ik kan wel staan.’ Hij overleed op 14 mei, inmiddels 104 jaar oud, in Norwich in het Engelse graafschap Norfolk, waar hij woonde met zijn tweede vrouw. Met zijn eerste echtgenote had hij drie kinderen.

Mayhew kreeg zijn onderscheiding in 1946. Zijn werk liet niet toe dat hij naar Nederland kwam om het lintje opgespeld te krijgen. Freelance-journalist Laurens van Aggelen publiceerde in 2018 zijn biografie met de titel: Kenneth George Mayhew – Ridder Militaire Willems-Orde: ‘Hij kreeg de orde thuis door de brievenbus. Aanvankelijk had hij ook helemaal geen idee van de betekenis van die onderscheiding.’

Mayhew werd geboren op een boerderij in de buurt van Ipswich. Op zijn kostschool blonk hij uit in rugby, cricket en hockey. Hij werd verkoper bij een kunstmestbedrijf. Tegelijkertijd meldde hij zich aan voor de Territorial Army, de vrijwillige reservetroepen van het Britse ­leger. Toen in 1939 de Tweede Wereldoorlog uitbrak, volgde hij een officiersopleiding aan de militaire academie Sandhurst. Vervolgens werd hij in de rang van tweede luitenant ingedeeld bij het zo-­genoemde Suffolk Regiment, een onderdeel van het derde legerkorps.

Op 6 juni 1944 maakte zijn regiment deel uit van de invasietroepen die landden op de stranden van Normandië. Mayhew had daarbij het bevel over een infanteriecompagnie met dertien pantservoertuigen. De zwaarste vuurproef kwam op 28 juni in de Slag om Caen, waarbij het regiment 161 man verloor. In de opmars naar het noorden kwam het regiment op 22 september aan bij Weert. Mayhew, inmiddels bevorderd tot kapitein, moest beschietingen met Duitse mortieren uitlokken om de vijand te kunnen lokaliseren. Hierbij raakte hij voor de eerste keer gewond. Meteen na zijn herstel nam hij deel aan de Slag om Overloon. Vervolgens moest hij met zijn manschappen bij Venray een bruggenhoofd zien te maken voor de geallieerde tanks. Op 16 oktober raakte hij weer gewond en werd hij afgevoerd naar Brussel.

Maar hij keerde terug bij zijn eenheid, die bij Blitterswijck was gelegerd. Op 25 februari 1945 raakte hij voor de derde keer gewond en keerde hij terug naar Engeland. Na de oorlog richtte hij zijn eigen handelsbedrijf in kunstmestproducten op. In 1990 ging hij met pensioen. Vier jaar later woonde hij een onthulling bij van een monument ter ere van het Suffolk Regiment in Venray. Daarna raakte het contact vanuit Nederland verloren door een verhuizing. Pas in 2011 dook hij weer op bij een herdenking in Venray. Een jaar later werd hij ontvangen door koningin Beatrix. In 2016 kreeg hij van de Franse ­regering nog een Legion d’Honneur uitgereikt.