De laatste nacht in het bos

‘Ik wacht tot ze me wegdragen’, zegt Eno Moben uit Amstenrade. Hij zit om half vier ’s nachts in het ijskoude Schinveldse bos, met dikke kleren aan en een muts op, en leunt tegen de rug van een vriend....

De marechaussee heeft zich in een linie opgesteld recht tegenover het kampvuur van het basiskamp van de actievoerders. Boven in de boomhutten joelen actievoerders van het Groenfront. ‘Kop dicht. Blijf niet staan. Sluit je bij de actie aan’, scanderen ze vanuit de hoogte.

Op de grond maken de demonstranten grapjes met de kleumende marechaussees. Ze zingen Limburgse volksliederen en drinken bier. ‘Hé jongens, hebben jullie geen clublied?’, vragen ze aan de agenten. ‘Laten jullie eens wat horen.’

Urenlang gebeurt er weinig in het bos, overkoepeld door een heldere sterrenhemel. De marechaussees zijn tegen twee uur het bos ingetrokken. Ze drijven de demonstranten, onder wie veel burgers uit Schinveld en de rest van de gemeente Onderbanken, zo’n honderd meter terug. Daarna ontstaat een patstelling die tot zes uur duurt. ‘Ze wachten net zo lang tot die jongens en meisjes in de bomen verkleumd zijn’, zegt een sympathisant op de grond.

PvdA-kamerlid Samson noemt het bizar en gevaarlijk dat de politie in het holst van de nacht met de ontruiming is begonnen: ‘Al die takken en greppels. Zelfs als je niet dronken bent, kunnen er ongelukken gebeuren.’

Kees de Ridder is zondagavond laat nog uit het Brabantse Fijnaart naar Schinveld gekomen, een rit van 167 kilometer. ‘Ik heb nog nooit actie gevoerd. Maar toen ik dit op het journaal zag, dacht ik: dat moet ik meemaken. Want zo ga je niet met burgers om. Als gewone burger vind ik het te gek voor woorden wat de overheid hier in Schinveld aan het doen is.’

Om zes uur krijgt de marechaussee het sein om eindelijk tot actie over te gaan. ‘Ik vorder u allemaal het bos te verlaten. Anders wordt u aangehouden’, roept de leider tot drie keer toe. Eno Moben en zijn vriend laten zich kalmpjes wegslepen. ‘Geweldloos verzet’, roepen de actievoerders vanuit de bomen,. Zij worden voorlopig nog met rust gelaten. Op de grond wordt het bos in een uur tijd leeg geveegd. Diverse demonstranten worden gearresteerd en in ME-busjes afgevoerd. Het kampement wordt met de grond gelijk gemaakt.

De marechaussee houdt iedereen op ruime afstand van de boomhutten. In de duisternis van het bos klinken enkele kettingzagen. Later worden op een plek buiten het bos een paar aan elkaar geketende actievoerders met een slijptol van elkaar gescheiden. De vonken reiken tot hoog in de lucht. Ook zij worden met een arrestantenbusje afgevoerd.

Een dik gekleed meisje loopt hoog in de lucht over een koord van de ene naar de andere boomhut. ‘Wat zien jullie er leuk uit van boven’, roept ze provocerend naar de agenten beneden. Een actievoerder plast vanuit de boom naar beneden en raakt bijna een politie-onderhandelaar.

Als het licht wordt, begint de politie met de ontruiming van de boomhutten. Een hoogwerker rijdt dreigend richting bos. ‘Ben benieuwd hoe ze die eruit gaan krijgen’, merkt een toeschouwer op. Even later rijden ook de houthakkers het bos in. Om elf uur is al bijna een hectare bos gekapt. In een tiental boomhutten bivakkeren nog actievoerders. Enkele agenten bereiken met een hoogwerker een van de hutten. Het verblijf wordt snel ontmanteld. Een actievoerder vlucht hoger de boom in, en wacht af of de politie achter hem aan komt. Vanuit een andere boomhut wordt geroepen: ‘We gaan door, we geven niet op.’

Meer over