DE LAATSTE KRISTALLEN VAN HET GELOOF

Toen ik de burgemeester van Civitavecchia op de televisie zag, dacht ik vrijwel meteen aan burgemeester Doctoor Rietreiger. En ook een beetje aan Camelia Armenaas....

We kregen ook nog een glimp te zien van de nieuwe commerciële mogelijkheden: een uiterst droevige winkelier in beelden en tuinkabouters was al aan het overschakelen; de kopieën van het wonderbeeld stonden in de zaak. Hij leek mij de eerste die recht had op een miraculeuze genezing, want gezond zag hij er niet uit.

Burgemeester Doctoor Rietreiger is een oplichter en een geldwolf. Door list en bedrog, geholpen door een arme bezembinder die Felix Armenaas heet, weet hij een onaanzienlijk Mariakapelletje tot wonderoord te maken. De gelovigen horen bazuinende engelen en hemelse stemmen die 'Stille nacht' zingen; de hemel raakt de aarde. Maar in een verborgen hoek wordt stiekem geblazen en de hemelse klanken komen van een grammofoonplaat. De burgemeester organiseert zelf de eerste bedevaarten, een Vlaams pelgrimsoord ontstaat. En de offerblokken vullen zich, de helft voor de burgemeester, de andere helft voor Felix Armenaas.

Het verhaal van vroomheid en bedrog, argeloosheid en list, staat in de eerste hoofdstukken van de roman De ongelooflijke avonturen van Tilman Armenaas van Gerard Walschap. Het boek verscheen in 1960. Bijna niemand kent deze avonturenroman. En dat is jammer. Tilman is de oudste van de tien kinderen van Felix en Camelia. In het begin zijn ze allebei ziek en de tien zijn een last. Over Tilman's wonderbaarlijke zwerftochten over de wereld en de hoge functie die hij in een ver land bereikt, gaat het boek, dat ook een succesverhaal is: de tien krioelende bezemkindertjes slagen allemaal in het leven - dat lijkt het grote wonder van Maria! En Felix en Camelia blijken onverwoestbaar. Ook een wonder, want zij had kanker en hij was ook niet gezond, zwaarmoedig zelfs; hij viel uit de boom waaraan hij zich wilde verhangen, kwam in een kelder en dat was het eerste wonder.

Ik had de eerste hoofdstukken het best onthouden. En een paar stukken uit het laatste deel van de roman. Tilman keert na jaren uit Indië naar Vlaanderen terug. En daar staat hij voor het huis van Felix en Camelia:

'De nieuwe woning van zijn ouders was een groot gebouw van twee verdiepingen in rode en blauwe baksteen. In een blauwgeverfde en goudbesterde nis boven de ingang stond een afgietsel van het beeld van O.L. Vrouw ten Bossche dat 's avonds verlicht werd met een aureool van gloeilampen. Boven die nis, in een halve cirkel, zwart op wit van zeer ver leesbaar 'Hotel Onze Lieve Vrouw ten Bossche' en in een rechte band onder de voet van het beeld, nogal dubbelzinnig: Eigenaar Felix Armenaas-Van Ingelant.

'Men trad binnen in een enorm groot café voor de bedevaarders, die bier bestelden of koffie bij de boterhammen met harde eieren van huis meegebracht (. . .). Naast de caféruimte een groot restaurant met wit gedekte tafels voor de godvruchtigen die een warme maaltijd bestelden. Op de verdiepingen twintig kamers voor bedevaarders die niet op één dag terug thuis konden zijn, of van de gelegenheid gebruik maakten om een week vakantie te nemen. Verder was er nog ''het klein salon'', in de winter huiskamer van de Armenazen en in de zomer eetzaaltje voor kleine voorname gezelschappen.'

En Camelia zit van de vroege morgen tot de late avond achter een toog die haar een 'overzicht gaf van zowel het café als het restaurant'. En door een luikje achter haar houdt zij de keuken in de gaten. Zij heerst. Zij is de vrouw ten Bossche! En Felix, met wiens geniale onhandigheid alles begonnen is, leeft op het zakgeld dat hij van haar krijgt. Later blijkt dat hij in een dronken bui een pastoor uit de buurt de mogelijkheden voor een bedevaartsplaats aan de hand heeft gedaan, niet met muziek en bazuinen, maar met andere wondermiddelen uit zijn kleine bedrieglijke geest. En zo weet het bisdom - waar natuurlijk een van de jongens Armenaas vicaris-generaal is - dat alle vroomheid bij de wonderkapel een vorm van uitbating en uitbuiting is.

De roman is een schitterend rondlopend verhaal van winst en wijsheid, geld en genade. Van bedrog, vaak tot in het tweede geslacht.

Ach, de bedevaartplaats met het ene hotel en de ene winkel voor souvenirs (onder meer 'pennestokken met het miraculeuze beeld erin') is natuurlijk niet wat de burgemeester van Civitavecchia droomt. Die ziet torenhoge hotels, zesbaanswegen, een vliegveld, een basiliek, want in Italië gaan ook de wonderen in het groot. De eerste pelgrims die ik op de televisie zag, hadden weinig te besteden. Wat eenvoudige vrouwen schuifelden langs het wonderbeeld, sloegen kruisen en baden. Daar moet Maria wel tranen van in haar ogen krijgen. Van geluk. En vervolgens van verdriet om die handenwrijvende boef van een heidense burgemeester. En zo blijven de tranen rollen, die laatste kristallen van het geloof.

Walschap's spot is mild, volks bijna. De ongelooflijke avonturen van Tilman Armenaas is zijn luchtigste boek, zijn amusantste ook, en de wijsheid stroomt mild onder het verhaal door. Niemand kent het, heb ik gemerkt. Maar Walschap zelf is naar de achtergrond geraakt en met hem onvergetelijke figuren als Houtekiet, Zuster Virgilia en Martine, de hoofdfiguur van de De Française. De literatuur kent geen wonderen. Het is met de meeste boeken 'adieu et merci'. En zo zijn die twee kleine bedriegers, Felix en Carmelia Armenaas, naar het literaire hiernamaals verdwenen. Met de aanstichter, burgemeester Doctoor Rietreiger. Maar ik wed dat ergens in Vlaanderen die Mariakapel er nog staat. Van boven zien de drie dat alles aan. Een wonder. Maar waar is hun schepper Walschap? Niet meer te zien. En zij wenen alle drie. Echte tranen.

Meer over