De laatste kans voor premier Çiller

HET LEGER hoefde niet uit te rukken. Een militaire coup was niet nodig. Het is de Turkse legertop zonder militair ingrijpen gelukt de islamitische regering van premier Erbakan op haar knieën te dwingen....

Niet dat het leger echt bezorgd hoefde te zijn. Want hoe verontrust ook de legertop zich steeds heeft uitgelaten over de toenemende islamisering van het land, het had en heeft nog steeds alle touwtjes in handen. Uiteindelijk moet Erbakan inbinden. Het laatste redmiddel van de coalitie is een machtswisseling aan de top die is afgedwongen door vice-premier Tansu Çiller, leider van de conservatieve Partij van het Juiste Pad (DYP).

Het is de vraag voor wie deze wisseling van de macht belangrijker is. Zeker is dat het voor Çiller een laatste kans is. Zij heeft geëist dat zij deze week de macht van Erbakan kan overnemen. Na een lang gesprek met Erbakan dreigde Çiller uit de regeringscoalitie te stappen. Voorwaarde voor de machtswisseling is wel dat premier Demirel toestemming geeft. Dat hoeft niet per se tot een premierschap van Tansu Çiller te leiden die koste wat kost aan de macht wil blijven. Al was het alleen maar omdat ze als ambteloos burger zal worden gearresteerd wegens corruptie.

Vanaf het aantreden van de islamitische regering heeft het leger, gesteund door grote delen van de westers georiënteerde zakenwereld, argwanend de handel en wandel van Erbakan gevolgd. Een vijfde van de Turkse bevolking stemde - om welke redenen dan ook - voor de Welzijnspartij, en Erbakan zag en ziet het als zijn opdracht hun wens Turkije een islamitisch gezicht te geven te respecteren. Veel kiezers waren proteststemmers omdat linkse of Koerdische alternatieven ontbreken. Deze kiezers zijn het oude systeem beu. Maar vooral de have nots van Turkije stemden op de Welzijnspartij.

Vanaf het begin van Erbakans premierschap zag het leger het als zijn taak te waken over het seculiere karakter van de republiek Turkije, zoals dat in de grondwet is vastgelegd. Telkens weer heeft het leger Erbakan het laatste half jaar gewaarschuwd dat hij een einde moest maken aan de oprukkende fundamentalistische islam in staatsinstellingen en bedrijven. Het leger stelde op 28 februari een ultimatum. Erbakan moest daadwerkelijk de islamisering terugdraaien. Zo niet, dan zou het leger het doen.

Erbakan deed niets. De irritatie bij het leger groeide en de krachtigste waarschuwing volgde vorige week. Generaal Fezvi Turkeri verklaarde dat er een islamitische opstand dreigde. De strijdkrachten zouden niet aarzelen die opstand met harde hand neer te slaan, waarschuwde Turkeri. De boodschap was duidelijk. Het geduld van het leger was op.

De legertop liet bij monde van de generaal weten dat Turkije inmiddels een dertigtal fanatieke islamitische groepen telde die gemene zaak maakten met de Koerdische PKK. De legertop onderstreepte dat tijdens een zogeheten voorlichtingsbijeenkomst voor de verzamelde Turkse pers, een op zich hoogst opmerkelijke actie van een organisatie die zich niet met politiek mag bemoeien.

Bij die gelegenheid toonde het leger, dat het tot zijn taak rekent Turkije behalve tegen vijanden van buiten ook tegen vijanden van binnen te beschermen, beelden van bijeenkomsten van de Welzijnspartij. Op die beelden waren hoge en minder hoge gasten uit Iran, Libië, Saudi-Arabië en Sudan te zien. Vooral Iran moest het tijdens de voorlichtingsbijeenkomst ontgelden omdat dit land Turkije een islamitische wet naar Iraans model zou willen opleggen. Deze bezoekers willen Turkije 'de duisternis insleuren, ver van de westerse beschaving', aldus het leger.

Een andere doorn in het oog, verklaarde het leger niet voor de eerste keer, was de groei van de imamscholen. Centra van fundamentalistische indoctrinatie, aldus de legertop. Hoewel de scholen inderdaad veel fundamentalisten afleveren, had die waarschuwing toch een beetje het karakter van een gelegenheidsargument. Want de groei van de scholen dateert juist uit de periode dat niet-islamitische regeringen, met steun van het leger, aan de macht waren.

Deze politici gunden het religieuze volksdeel de opleidingen omdat ze zich niet helemaal doof wilden tonen voor wensen van islamitische kiezers. De militairen prezen de scholen als een alternatief voor 'links onderwijs'. Maar nu deze scholen als een boemerang tegen hen werken, zoeken ze de schuld vooral bij Erbakan en niet bij zichzelf.

Onderdeel van de deal die Çiller en Erbakan hebben gesloten is dat er op korte termijn nieuwe verkiezingen zullen komen. Çiller had liever pas over een jaar verkiezingen gehad want de nabije toekomst ziet er voor de DYP belabberd uit. De populariteit van de partij is tot een minimum gedaald. Çiller persoonlijk blijft zich uit lijfsbehoud vastklampen aan de leider van de Welzijnspartij. Maar of Çiller zelf haar beste tijd gehad heeft, is koffiedik kijken. In de Turkse politiek komen gedoodverfde verliezers op soms miraculeuze wijze terug.

Voor Erbakan ziet de toekomst er niet zo ongunstig uit. Hij kan - als hij het onderspit delft - als martelaar poseren, gemangeld door het leger en andere krachten die het zijn islamitische aanhangers niet gunnen hun invloed uit te oefenen. Als de stemmers in dat beeld geloven, kan de martelaar Erbakan wel eens sterker dan ooit terugkeren.

Henk Müller

Meer over