De laatste hoop laat het afweten

We zijn uiteindelijk allemaal amateurs, zei burgemeester Cohen over de rol van het college in het drama Noord-Zuidlijn...

AMSTERDAM De man op wie de Amsterdamse enquêtecommissie Noord-Zuidlijn haar hoop had gevestigd, liet het dinsdag, op de laatste dag van de openbare verhoren, afweten. Job Cohen (61) verschool zich achter zijn functie van benoemd burgemeester.

En een benoemd (in 2001) burgemeester vervult tussen al die politieke, dus gekozen leden in het stadsbestuur slechts een afstandelijke rol, zo doceerde hij.

Bovendien, en dat geldt volgens Cohen in het bijzonder voor de uiterst gecompliceerde Noord-Zuidlijn ‘zijn we binnen het college allemaal amateurs’. Van hem derhalve geen informatie die het onderzoek verder helpt.

Het stadsbestuur dient volgens Cohen af te gaan op de adviezen van de deskundigen, adviezen die nog eens voor de tweede en vaak derde keer tegen het licht zijn gehouden door externe experts.

Op dat moment, de commissie was net begonnen, had het verhoor van de burgemeester kunnen worden beëindigd. Toch deed hij nog een belangwekkende uitspraak voor enkele politieke bestuurders aan wie ook na hun verhoor de geur blijft kleven van ondeugdelijke informatieverstrekking.

Cohen: ‘Ik ben ervan overtuigd dat iedereen volledig is ingelicht. Ik heb ook nooit signalen ontvangen dat de raad te weinig informatie heeft gekregen.’

De enquêtecommissie krijgt het dus moeilijk, omdat zij in opdracht van de raad moet uitzoeken hoe de hoofdstad verstrikt is geraakt in het miljardenproject waarvan de kosten en datum van oplevering ongewis zijn. De commissie hoopt haar conclusies in november te presenteren.

Het beeld dat na het verhoor van in totaal 34 ambtenaren, (ex)wethouders en externe deskundigen naar voren komt, is dat van een naïef, misschien wel roekeloos stadsbestuur, in de ban van technische hoogstandjes die in eigen huis waren bedacht.

Toen de kassen nog rijkelijk waren gevuld en zowel op het stadhuis als bij verscheidene adviesbureaus de overtuiging heerste dat Amsterdam in haar eentje een niet eerder vertoond project – het CS ondertunnelen, drie stations op 30 meter diepte, een tunnel onder het oude stadshart – kon uitvoeren, zette de raad in oktober 2002 de seinen op groen.

Dit ondanks het feit dat de centrale overheid met een eenmalige bijdrage van 1,1 miljard euro haar handen van de metro had afgetrokken; alle risico’s waren voortaan voor rekening van de hoofdstad. Laatste schatting van de totale kosten: 3,1 miljard euro.

Dát er een tweede metrolijn moest komen, die Amsterdam-Noord met het dichtslibbende centrum en uiteindelijk Schiphol verbindt, is volgens menige kenner nog steeds evident. De nieuwe metro wordt ‘de slagader’ van de regio, herhaalde Cohen nog eens.

Een dag eerder verwoordde oud-wethouder Tjeerd Herrema (PvdA) het nog als volgt: ‘Ik heb het startbesluit herhaaldelijk vervloekt.’ In oktober 2002 was Herrema nog stadsdeelvoorzitter. In april 2006 werd hij na de verkiezingszege van de PvdA wethouder, belast met de Noord-Zuidlijn; begin dit jaar gaf hij er na nieuwe megastroppen en vertragingen de brui aan.

Zijn lot was onontkoombaar: in het raadsbesluit van oktober 2002 zaten talrijke technische en financiële risico’s verborgen.

Volgens Herrema is oplevering nog lang niet veiliggesteld. Er moet nog een nieuw boorcontract worden uitonderhandeld.

Verder zijn de risico’s van het boren nog onvoldoende in kaart gebracht én, eerdere experts wezen er tijdens de enquête al op: hoe staat het met de aanschaf van de metrostellen en bijbehorende techniek? Herrema: ‘Aan een lege metrotunnel heb je immers niets.’

Meer over