Bellen metPeter de Waard

De kwestie: wat maakt een goede Kwestie?

Precies tien jaar geleden verscheen op de economiepagina voor het eerst De Kwestie, de column die Peter de Waard sindsdien vier keer in de week tikt. De 400 woorden groeiden uit tot een anker in de krant. Alle reden om te bellen met de productiefste verslaggever van de Volkskrant.

Peter de Waard. Beeld Els Zweerink
Peter de Waard.Beeld Els Zweerink

In een lofzang schrijft Arnon Grunberg vandaag dat hij De Waard trouw leest en waardeert omdat hij ‘feiten van verzinsels scheidt’ en ‘volstrekt onafhankelijk te werk gaat’. Ook bijzonder: in al die jaren sloeg De Waard niet een keer over.

Peter, de kwestie vandaag is: wat maakt een goede Kwestie?

‘Ik vind eigenlijk dat er te veel koppen in de krant staan met een vraagteken erachter. Maar voor mijn column is die vraag wel heel belangrijk: die prikkelen en geven de aanleiding voor een scherpe analyse die aansluit bij de actualiteit.

‘De Kwestie moet ook altijd een punt maken, een conclusie hebben. Dus een goede laatste zin. En er moet humor in zitten. Ik ben correspondent geweest in Engeland en daar zijn ze een meester in tongue-in-cheek, een ironische toon. Dat is ook wat ik bewonderde in voorgangers bij de krant als Godfried Bomans en Jan Blokker.’

Je hebt ook het geluk dat er op economisch terrein de afgelopen tien jaar veel is gebeurd waar je vraagtekens bij kunt zetten.

‘Dat klopt. Toen ik begon, was de kredietcrisis uitgebarsten en overgeslagen in de eurocrisis. En nu zitten we weer in een coronacrisis. De eurocrisis was nog wel voorzien en te begrijpen. Als je een monetaire unie begint, moet je er ook een politieke unie aan vastkoppelen. Ik ben wel voorstander van een federaal Europa of je nu belasting betaalt voor een weg in Delfzijl of Brindisi maakt mij niet uit.

‘Maar die andere twee crises zag echt niemand aankomen. Dat zijn de unknown unknowns waar je in de geschiedenis van de economie meer voorbeelden van ziet. En dan moeten we daar met zijn allen maar weer oplossingen voor zien te bedenken.

‘Dat gebeurt nu door ongekend veel geld in de economie te steken en de rente zeer laag te houden. Dat je nu op spaargeld boven de ton toe moet betalen, was ooit ondenkbaar. De huizenprijzen en waarde van aandelen stijgen naar recordhoogte. En kijk naar de populariteit van goud of de bitcoin. Mensen verliezen het vertrouwen in hun munt.’

Is dat niet eigenlijk al inflatie?

‘Klassieke inflatie is dat lonen en prijzen in een spiraal terecht komen. Dat hebben we nu niet. Maar we zien natuurlijk wel dat wonen veel duurder wordt voor mensen die geen eigen huis bezitten, en dat mijn babyboomgeneratie lachend rijker wordt dankzij hun huis.

‘Dat zou een voorbode kunnen zijn voor inflatie. Ik hoop het niet hoor, want inflatie is heel moeilijk te beteugelen. Het is vergelijkbaar als met een tube tandpasta: je legt je duim erop, je ziet het eruit komen maar je krijgt het er nooit meer netjes terug in.’

Als lezer leer je echt iets wanneer je De Kwestie leest. Recent schreef je bijvoorbeeld over belastingontwijking – De Kwestie: Ligt het volgende belastingparadijs op Mars? – en begin je met rijke Atheense kooplieden die al belasting ontweken. Waar heb je al die kennis vandaan?

‘Ik ben erg historisch geïnteresseerd. Op school vond ik geschiedenis het leukste vak. Niet economie. Daarover lees ik veel boeken, ik kijk televisiedocumentaires zoals de prachtige van zondagavond over Trump en ik lees al vanaf mijn tiende de Volkskrant. Bovendien heb ik het geluk dat als ik zoiets lees, ik het ook onthoud.’

En je hebt in al die jaren als journalist ook heel veel opgestoken natuurlijk.

‘Ja, ik begon in 1975 bij een regionale krant. Daar moet elke dag een pagina worden volgetikt en dan leer je heel snel over veel dingen. Zit je ineens in de gemeenteraad van Castricum en moet daarna op je fietsje naar de redactie om over gemeentefinanciën een hapklare brok te schrijven. Ik heb wel midden in de nacht burgemeesters uit hun bed gebeld om nog even te checken hoe iets ook alweer precies zat.

‘In 1988 kwam ik naar de Volkskrant op de financiële redactie en ik heb lang voor de krant in Engeland als correspondent gewerkt. En nu ben ik alweer lang terug bij de economie.’

Je hebt ook nog heel even over religie geschreven.

‘Ja, toen ik terugkwam uit Engeland. Maar Pieter Broertjes (destijds hoofdredacteur, red.) werd al snel boos omdat ik een kardinaal te kil had afgelegd in een necrologie. Toen was duidelijk dat ik maar beter terug kon naar de economie.’

Arnon Grunberg waardeert je onafhankelijkheid.

‘Daar waak ik inderdaad erg voor. Ik zit niet in een circuit, ik heb geen belangen, mijn vrienden zitten niet in de politiek of in de financiële sector.

‘In mijn journalistieke verleden ben ik daar twee keer tegenaan gelopen. Op een gegeven moment kwamen gemeenteraadsleden op mijn verjaardag. En toen ik later over de beurs schreef, ging ik vaak een wijntje drinken bij de handelaren thuis. Het werden vrienden. En toen dacht ik: het wordt me te klef, dat is gevaarlijk. Ik moet wat anders gaan doen.

‘Je moet nooit schrijven over de mensen die je persoonlijk kent. Als ik nieuws hoor uit Heiloo, waar ik woon, zal ik dat altijd aan iemand anders geven om erover te schrijven.’

Maar je bent niet zonder ideologie, toch? Ik zou zeggen dat je links bent?

‘Links liberaal inderdaad.’

Wat is nou het onderwerp waar je echt van belang bent geweest in het debat het afgelopen decennium?

‘Ik denk toch wel over de pensioenen. In die discussie heb ik steeds geschreven over hoeveel geld veel pensionado’s uit mijn generatie krijgen, en dan hebben ze ook vaak nog van die huizen die enorm in waarde zijn gestegen.

‘Natuurlijk is het geen vetpot als je alleen met AOW moet rondkomen, maar de ouderen die zo rijk zijn geworden mogen we best wat harder belasten. Daar heb ik veel over geschreven en dat is volgens mij ook wel iets dat politiek wordt overgenomen. Veel lezers nemen me dat overigens niet in dank af, haha.’

Even een kijkje in de keuken. De oplettende lezer zal opvallen dat jouw rubriek er altijd is, terwijl de meeste andere columnisten weleens vakantie nemen. Hoe kan dat?

‘Ik heb altijd een paar columns klaarliggen en voor een vakantie werk ik vooruit. Want als ik tijdens de vakantie ga schrijven, gaat dat mijn vrouw irriteren.

‘Het kost me geen moeite, ik heb nog altijd meer ideeën dan ik kwijt kan. Voor morgen heb ik er ook al een, over sparen. En desnoods kan ik voor de rest van de week al leveren.’

Je schrijft daarnaast ook nog algemene economische stukken, bijna dagelijks een necrologie en af en toe een stuk over golf. Ooit zei een stagiair na het lezen van zo’n golfstuk: grappig dat er twee mensen bij de krant werken die Peter de Waard heten.

‘Haha. Ja. Ooit werkte er wel een Michèle de Waard, maar ik ben de enige Peter.

‘Ik vind het overigens niet zoveel zeggen. Ik ben wel een harde werker, maar onderzoeksjournalistiek of sommige analyses kosten meer tijd, dat is niet minder waardevol.’

Peter, ik wil ook nog een kleine zwakte van je bespreken. Je ijzeren geheugen is iets minder accuraat als het om namen gaat. Ik herinner me bijvoorbeeld dat je econoom Barbara Baarsma, Barbara Jaarsma noemde.

‘Oh, ja… Ik heb mezelf inmiddels wel aangeleerd om alle namen te checken, maar dat klopt. Met Baarsma ben ik overigens nog steeds niet on speaking terms. Zij had een rapport geschreven dat aantoonde dat Nederland geen belastingparadijs is, ik vergeleek dat in een column met de slavernij, die ooit ook gewoon legaal was. Dat heeft ze me zeer kwalijk genomen. ’

Je gaat binnenkort met pensioen, want je wordt 66 jaar en vier maanden. Stop je dan ook met De Kwestie?

‘Mijn lot is in handen van de hoofdredactie. Die heeft gezegd dat ik met De Kwestie nog even door mag. Dat doe ik graag.’

Meer over