De kunst van het kwetsen

Is Tony van der Meulen behalve hoofdredacteur van het Brabants Dagblad een hoerenloper die er buitenechtelijke verhoudingen op nahoudt met jonge vrouwen op zijn redactie?...

Door Jean-Pierre Geelen

Idiote vraag, maar sinds vorige week zaterdag moeten we hem toch even stellen. Toen schreef cabaretier Youp van 't Hek dit namelijk in zijn column in NRC Handelsblad, compleet met de namen van Brabantse cafen hotels waar hem dat ter ore was gekomen.

Een opmerkelijk stukje; of het nu op waarheid berust of niet. In het ene geval is het irrelevant (Van der Meulen is geen Amsterdamse wethouder), in het andere geval getuigt het niet van veel fijnzinnigheid.

Het kwam zo: Van 't Hek trad vorige week enkele dagen op in Den Bosch, en de redactie van de plaatselijke krant had het wel leuk geleken een stukje te schrijven over hoe het de beroemde komiek beviel om enkele dagen in de door hem zo verafschuwde provincie te verblijven. Dat een verslaggeefster zijn gangen leek na te gaan, zinde Van 't Hek niet, waarop hij in zijn column keihard uithaalde naar haar hoofdredacteur, Tony van der Meulen.

Wat Van 't Hek precies bewoog, blijft duister: hij weigert commentaar. 'Ik heb Youp nog nooit ontmoet', zegt Van der Meulen desgevraagd. 'Wel belde hij vorige week vrijdag hysterisch van woede op over onze actie. We vroegen hoe we de gemoederen konden sussen, maar er was geen houden meer aan: hij beloofde een vreselijk stuk over mij te schrijven, met vermelding van mijn telefoonnummer.'

Het telefoonnummer bleef onvermeld, maar verder was de klap raak: Van der Meulen heeft zijn verlof van twee maanden, dat toevallig afgelopen weekend zou ingaan, voorlopig opgeschort, omdat hij zijn handen vol heeft aan het ontkennen van de 'feiten'. In NRC Handelsblad schreef hij een ingezonden brief om zich te beklagen over de 'verbale terreur' die hem overkwam. 'Tot mijn eigen verbijstering zag ik mezelf gedwongen op te treden in het SBSprogramma Shownieuws.'

Van der Meulen: 'In zijn poging om wraak te nemen is Youp van 't Hek geslaagd: zijn stukje circuleert in Brabant ook al onder vele niet NRC-lezers, het staat op internet en het zal volgend jaar ook ongetwijfeld in zijn nieuwe bundel verschijnen. Hierdoor zal ik bij veel mensen jarenlang het door hem gecrede imago houden. Op die manier verwordt satire tot reputatiemoord.'

Dat het Brabants Dagblad inbreuk maakte op Youps privacy, erkent Van der Meulen. 'Ik had het stukje vooraf niet gelezen. Achteraf ben ik er niet blij mee. Het ging namelijk werkelijk helemaal nergens over en was dus heel onschuldig. Het had niet in de krant gemoeten, omdat het gewoon niet zo'n goed stuk was.'

Van der Meulen is hoofdredacteur, en dus eindverantwoordelijke, dat snapt hij ook wel. Maar mag een columnist op zo'n harde wijze zijn plek in de krant gebruiken voor een persoonlijke afrekening? Zou echt elke NRC-lezer

hebben begrepen waar de columnist fictie bedreef en waar niet?

Van der Meulen reageerde per ingezonden brief, NRC-hoofdredacteur Folkert Jensma ('Ik had de column voor publicatie niet gelezen,maar ik waak ervoor in het openbaar oordelen te geven over individuele columns of columnisten voor je het weet raak je aan het opinieklimaat binnen de krant.') zal er in zijn wekelijkse lezersrubriek op terug komen.

Verder staat het 'slachtoffer' tamelijk machteloos. Juridische stappen zijn geen optie voor Van der Meulen: 'Het klinkt verheven, maar ik voel mij als hoeder van het vrije woord niet in de positie om een columnist het woord te ontnemen. Ik neem van 't Hek ook niet eens zo veel kwalijk, meer zijn hoofdredacteur, die deze column heeft laten passeren. Bovendien: als ik er een zaak van maak, ben ik er nog maanden mee bezig. Daar heb ik geen zin in. En de kans bestaat ook nog dat je het verliest.'

Een columnist mag veel. Hij mag verzinnen, verdraaien en snoeihard oordelen.

Alleen freelance querulant Theo van Gogh kan bogen op de reputatie door vrijwel elk medium een keer te zijn ontslagen, maar die is daar ook op uit. Elsevier-hoofdredacteur Arendo Joustra weigerde eens een column van Pim Fortuyn over de van fraude beschuldigde oud-burgemeester Bram Peper, vanwege onvoldoende feitelijke onderbouwing.

Eenmaal werd een columnist door de eigen hoofdredactie aan de kant gezet omdat hij nadrukkelijk niet over een privangelegenheid wenste te schrijven. Het was Sytze Faber, behalve burgemeester van Hoogeveen ook auteur van een column in weekblad De Tijd. Het was midden in de affaire rond een avondje stappen in Zwolle, waarin drank, bordeelbezoek en twee hoogwaardigheidsbekleders (onder wie Faber zelf) de hoofdingredien waren. Voorpaginanieuws in alle kranten, maar de hoofdpersoon weigerde in zijn bijdrage voor De Tijd er met een woord over te reppen. Waarop de hoofdredacteur na lang aandringen de samenwerking met de columnist opzegde.

Die hoofdredacteur was Tony van der Meulen, die nu zo verbolgen is over een columnist die over zijn priveven schrijft. Het ligt ietsje genuanceerder, zegt Van der Meulen: 'Ik vond dat Faber op een of andere wijze aandacht moest besteden aan die affaire, die tenslotte landelijk nieuws was. En het grootste verschil met Van 't Hek is dat de kwestie rond Faber op waarheid berustte, terwijl Van 't Hek verzinsels opschreef.'

Slechts zelden wordt een columnist door een rechter veroordeeld. Wijlen Telegraaf-columnist Leo Derksen ging ooit voor de rechter onderuit nadat hij de toenmalige ombudsman Frits Bom had vergeleken met Hitler.

En Metro-columnist Luuk Koelman moest onlangs een column over activiste Gretta Duisenberg (opgevoerd als iemand die de liefde bedreef met Yassar Arafat) van zijn website verwijderen.

Theodor Holman, columnist voor Het Parool en De Groene, mag zich ervaringsdeskundige noemen: tweemaal diende hij zich te verantwoorden voor de rechter. In Nieuwe Revu mocht hij de vrouwelijke leerlingen van CDpoliticus Konst niet aanraden hun docent valselijk te beschuldigen van seksuele intimidatie. Holman: 'Ik geloof dat ik werd veroordeeld tot een boete van duizend gulden, wegens het aanzetten tot misdadige actie. Een terecht oordeel, vind ik achteraf.'

Tweede-Kamervoorzitter Bukman overwoog juridische stappen tegen Holman nadat die hem van ontucht had beticht, maar daar zag de voorzitter waarschijnlijk op aanraden van juristen toch maar van af. De zin 'Nog steeds vind ik iedere christenhond een misdadiger', leverde Holman vrijspraak op in een zaak wegens vermeende belediging van het christelijk volksdeel.

Waar liggen de grenzen van de columnistenvrijheid? 'Ik weet het werkelijk niet', zegt Holman. 'Ik hoop dat ik altijd binnen het betamelijke weet te blijven, maar tegelijk weet ik dat als ik dat niet doe, dat een functie heeft. Waar ik de wet overtreed, weet ik zeker dat het ironie betreft en dan is het weer toegestaan.'

Oud-staatssecretaris Aad Nuis heeft in 1985 in een lezing de column doodverklaard, wegens gebrek aan literair gehalte. Over kwaliteit kan verschillend worden gedacht, maar feit is dat het genre nu, krap twintig jaar later, allesbehalve uitgestorven is. Integendeel: de column, in de jaren zeventig vooral door toedoen van de opinieweekbladen opgekomen, is inmiddels verworden tot een verzamelplaats van totaal ongelijksoortige grootheden.

Een beetje krant kent vele tientallen cursiefjes, luchtig geschreven terzijdes, alsmede hele en halve analyses of vlammende betogen aangaande de laatste ontwikkelingen in de mondiale politiek. Van particulier leed rond de gestorven huispoes tot de erudiete beschouwing inzake de uitbreiding van de EU: het heet allemaal column. Wat een feitelijke analyse is en wat een quasi-literaire verdichting van hele en halve feiten is, blijft vaag.

Daar heeft de rechter kennelijk ook moeite mee. De beoordeling van een klacht blijkt in elk geval in de praktijk nogal eens subjectief. Wie is de auteur, op welke plek stond de column, wie is het 'slachtoffer', hoe dient de tekst te worden geerpreteerd al die vragen zijn van belang voor de beoordeling en eventuele veroordeling van een column.

De consument wordt tegenwoordig al evenzeer in verwarring gebracht. Toen Theo van Gogh in zijn column voor het tv-programma van Harry Mens suggereerde dat LPF-leider Mat Herben steekpenningen zou hebben aangenomen voor de aankoop van de nieuwe Amerikaanse straaljager, verweerde Van Gogh zich met de mededeling dat hij daar niet als journalist zat, maar slechts een gerucht doorgaf.

Maar de (ongewilde) bekentenis van Rob Oudkerk over zijn hoerenbezoek lazen we in twee columns van Heleen van Royen, die kennelijk ineens geerpreteerd dienden te worden als een puur journalistieke daad. Niet dat het van wezenlijk belang is, maar hoe moet de lezer inschatten dat NOVA-verslaggever Willem Lust volgens een van haar columns een haarstukje draagt? Dat zullen we pas over lange tijd weten, en dan nog alleen maar omdat dan de gerechtelijke bodemprocedure die Lust tegen de columniste aanspande is afgerond.

'Ook een columnist dient feiten als feiten te behandelen', zegt Elsevier-hoofdredacteur Arendo Joustra. Vandaar dat hij destijds de column van Pim Fortuyn over Bram Peper weigerde af te drukken. Joustra: 'Ik heb het altijd vreemd gevonden dat voor columnisten een grotere vrijheid geldt dan voor journalisten. Daar is Nederland ook uniek in: in de VS bijvoorbeeld staat de columnist geheel gelijk aan de journalist. En waarom ook niet?'

Meer over