De kunst van het blikvangen

Geschiedenis van veertig jaar affichecultuur in beeld gebracht Peperbussen, driehoeksborden, muppi's en de 'wilde' plakplekken hangen wekelijks vol met nieuwe, kleurrijk bedrukte vellen papier....

OOIT kwam grafisch ontwerper Anthon Beeke op het idee de naakte billen en dijen van een jonge vrouw in te snoeren met leren riemen. Op het achterste van de voorovergebogen vrouw hing hij vervolgens een staart als die van een paard, maakte een foto van het geheel en zette deze op het affiche voor Troïlus en Cressida, een stuk van Shakespeare, destijds op het repertoire van Globe.

Toen het affiche 'op straat' kwam, was de beer los. De actrices plakten rode stickers op het affiche en Beeke moest langdurig in discussie met de spelers en regisseur om zijn ontwerp te redden en zich vrij te pleiten van vrouwonvriendelijkheid. Dat lukte hem - de vrouw verbeeldde Helena als het Paard van Troje - maar in Amerika ontstonden later geregeld fikse rellen als het affiche met een tentoonstelling meekwam.

Zeventien jaar na dato schrijft de ontwerper in Dutch Posters 1960-1996 - A Selection by Anthon Beeke: 'Een affiche zoals dat van Troïlus en Cressida, dat in Amsterdam op officiële plakplaatsen te zien was, zou met geen mogelijkheid op vergelijkbare plaatsen in een zich progressief noemend New York, Parijs of Tokyo vertoond kunnen worden. In wezen gaat het hierbij niet om vraagstukken van morele of normoverschrijdende aard, maar om schimmels uit het rijk van kleinburgerlijk fatsoen en angst. In Nederland is dit standpunt haast gemeengoed en maakt vrijwel niemand zich meer druk over zulke affiches.' Om er haastig aan toe te voegen dat 'je niet a priori een kut nodig hebt om die grensverlegging te bewerkstelligen'.

Ook na dit affiche voor Globe zou Anthon Beeke nog menigmaal mensenvlees verwerken in zijn affiches.

Al een jaar of vijf, zes werd naar Posters 1960-1996 - A Selection by Anthon Beeke uitgekeken, maar de samensteller had andere dingen aan zijn hoofd. Zoals: het runnen van een ontwerpbureau; de aardbol bereizen voor het promoten van Dutch Design; het uitgeven van View on Color, 's werelds duurste magazine; het eigenhandig ontwerpen van een gestage stroom letterlijk opzienbarende affiches voor opdrachtgevers die een breed spectrum bestrijken - van het Stedelijk Museum in Amsterdam tot Joop van den Ende Producties in Aalsmeer. Aanstaande zaterdag wordt het boek gepresenteerd in De Beyerd in Breda, waar een ruime selectie van de affiches tentoongesteld is.

De jaartallen in de boektitel verwijzen naar A History of the Dutch Poster 1890-1960 (Amsterdam, 1968) van Dick Dooijes en Pieter Brattinga, een nooit herdrukte uitgave die inmiddels in het antiquariaat al gauw honderdvijftig gulden moet opbrengen. Met Beeke's boek krijgt het kleine plankje met publicaties over Nederlandse affiches de zo dringend gewenste aanvulling.

Eerst en vooral is Dutch Posters, ingeleid door Paul Hefting, een ravissant uitgegeven plaatwerk dat de neerslag vormt van een grafische communicatievorm die in onze contreien bloeit als nooit tevoren. Peperbussen, driehoeksborden, muppi's en de sinds kort door de overheid aangewezen 'wilde' plakplekken hangen steevast vol met kleurrijk bedrukte vellen papier, en vrijwel wekelijks hangt ook overal wat nieuws. Affiches zijn bedoeld om de tred van de voorbijganger te vertragen. In welke mate dat gebeurt is afhankelijk van de wijze waarop de reclame, de aankondiging of een mening is verpakt.

Dutch Posters laat commerciële reclameaffiches buiten beschouwing, met uitzondering van enkele posters voor de Bijenkorf, Oilily en de Zwarte Beertjes van Bruna. Ook het politieke affiche, naar Beeke's mening 'bijna altijd onder de maat', komt nauwelijks aan bod. Zijn grote liefde heeft het cultureel affiche waarbij de ontwerper een grotere vrijheid geniet en het onderwerp kan interpreteren.

Voor de selectie - duizenden affiches kwamen hem onder ogen - formuleerde Beeke een reeks criteria: beeld en tekst op het affiche zijn gelijkwaardig aan elkaar; het ontwerp is grensverleggend en het kijken naar het affiche moet een esthetische ervaring opleveren waarbij de relatie tussen vorm en inhoud een spannende is. Tot slot dient zichtbaar te zijn dat ook emotie bij de vormgeving een rol heeft gespeeld - een moeilijk af te bakenen maar begrijpelijk criterium voor een ontwerper die in zijn affiches de emotie niet schuwt.

De bijna vierhonderd affiches die Beeke uitverkoos, geven een nagenoeg compleet beeld van veertig jaar affichekunst. Onder de oudere ontwerpers bevinden zich veel gevestigde namen: Otto Treumann, Jan Bons, Nicolaas Wijnberg met zijn geschilderde interpretaties, de Holland Festival-affiches van Dick Elffers, Wim Crouwel en zijn architectuur-affiches, Jan van Toorn die op zijn eigen manier het constructivisme uitdiept.

Als midden jaren zeventig ontwerpbureau's als Studio Dumbar, Hard Werken en Wild Plakken opkomen, levert dat een nieuw soort affiche op. De anarchie viert hoogtij; alles lijkt toegestaan. Niet zozeer de leesbaarheid als wel de blikvangende vondst van de ontwerper is de maatstaf. Spraakmakend en ook origineel waren ze, de affiches bijvoorbeeld die Hard Werken voor het Filmfestival Rotterdam maakte.

In de jaren negentig volgt een periode van nieuwe helderheid. Mooie voorbeelden daarvan vormen de affiches van Lex Reitsma (De Nederlandse Opera) en het ontwerperscollectief Joseph Plateau (Vormgevingsinstituut) - het 'delirium design', zoals Beeke het omschrijft, is vervangen door een beeldspraak die 'op een strenge maar tevens frivole en elegante manier is vormgegeven'.

Opvallend afwezig in het overzicht is Gielijn Escher, in Nederland toch een van de onbetwiste grootmeesters van het affiche. Hem werd vorige week de Prins Bernhard Fonds Prijs voor Toegepaste Kunst en Bouwkunst toegekend. Volgens Beeke eiste Escher een grote zeggenschap over de samenstelling van het boek en dat ging hem te ver. Waarop Escher zijn werk terugtrok. Beeke: 'Het is jammer en ook dom, want het duurt tot 2020 voordat weer zo'n boek verschijnt.'

Dutch Posters 1960-1996 - A Selection by Anthon Beeke.

Uitgeverij BIS; prijs ¿ 95,-. Gelijknamige tentoonstelling in de Beyerd, Breda,

5 oktober t/m 30 november.

Meer over