interview

De krankzinnige werkelijkheid van een Noord-Koreaans strafkamp

Honger, marteling en angst kenmerkten de eerste 23 jaar van Shin Dong-hyuk, in een Noord-Koreaans strafkamp. Tot hij in 2005 ontsnapte. 'Ik moet leren mensen te vertrouwen.'

Propaganda in Pyongyang. (Foto ter illustratie) Beeld ap
Propaganda in Pyongyang. (Foto ter illustratie)Beeld ap

De volgende dag halen, dat was zijn leven. Hij peuterde maïskorrels uit koeienpoep om niet te sterven van de honger. Als kindslaaf werd hij afgebeuld in mijnen en fabrieken. Zijn moeder en zijn broer werden voor zijn ogen geëxecuteerd. In zijn wereld hadden gezinsbanden, trouw en mededogen geen betekenis. Zijn wereld hield op bij het hek rond het strafkamp. Hij had geen idee wat daarbuiten was.

Nu zit Shin Dong-hyuk (30) met een sportief blauw jack in een hotellobby in Den Haag. Zijn vingers glijden over het scherm van een smartphone. Zijn blik is onrustig, oogcontact gaat hij uit de weg.

Shin is een kind van de verborgen goelag in Noord-Korea. Als nakomeling van politieke gevangenen werd hij geboren in het beruchte interneringskamp Kaechon, ofwel Kamp 14. Tot hij als 23-jarige wist te ontsnappen was zijn bestaan een onafgebroken beproeving, waarvan hij de rest van zijn leven de sporen zal dragen. Shin is onvolgroeid als gevolg van ondervoeding, zijn armen zijn gekromd door zware arbeid, littekens en brandwonden herinneren aan de martelingen die hij onderging.

Van zijn vrijheid genieten kost hem moeite. 'Soms ben ik blij. Maar over het algemeen voel ik weinig vreugde', zegt hij zachtjes via een tolk. Shin is zuinig met woorden.

Het levensverhaal van Shin is een schokkende beschrijving van de krankzinnige werkelijkheid van het geheime strafsysteem in de heilstaat van de Kim-dynastie. Shin groeide op in een paranoïde universum van schaarste en angst, waar mensen tot elkaars vijanden werden gemaakt. Minimale of geen voedselrantsoenen, geen boeken, geen normaal menselijk contact.

Hij groeide op in het besef dat iedereen elk moment kon worden afgetuigd of gedood. Het wantrouwen tussen gevangenen was totaal door het gebod elkaar te verlinken bij overtreding van de absurde kampvoorschriften. Shin: 'We werden behandeld alsof we minder waren dan dieren.'

Voor zijn biologische ouders, die hij nauwelijks zag, voelde hij geen affectie. Toen hij als 13-jarige hoorde dat zijn moeder en broer van plan waren te vluchten, rapporteerde hij dat bij een bewaker. Op het niet doorgeven van zulke informatie stond immers de doodstraf.

Lees het volledige interview met Shin Dong-hyuk in de Volkskrant van vandaag.

Meer over