De koppigste Kiplagat

Waar ze ook verblijft, de Nederlands-Keniaanse atlete Lornah Kiplagat droomt altijd van Kapboit, de verzameling ronde hutjes in de Rift Vallei waar ze dertig jaar geleden werd geboren....

TEKST ROLF BOS

Koppig zijn ze, de vrouwen van Kiplagat. Dat weet heel Kapboit. Maak geen ruzie met ze, want je krijgt geheid op je donder. Kreeg de een na jongste, Lornah, het met een dorpsgenootje aan de stok over het vee, dan ging deze hinkend en huilend naar huis. Met een stok geslagen op een plaats waar je een jongen niet mag slaan.

Kwam diens familie even later verhaal halen bij de shamba van de Kiplagats, op de top van de heuvel, dan kreeg Lornah op haar kop van haar strenge vader. Ik vermoord je, riep Mathe Kiplagat waar de rest van de familie bij was. Je hebt onze eer geschonden, een Keiyo-vrouw slaat geen man. Maar hij haalde niet echt uit. De boze familie van het vernederde jongetje ging met een schaap naar huis.

Dat hardleerse zat er al vroeg in bij de vier meiden van Kiplagat. Het heeft te maken met de stam, de trotse Keiyo, waartoe ze behoren. In oost-Afrika werkt de vrouw voor de man, de zus voor haar broer. Zo niet bij de Kiplagats.

In de andere shamba's gooien de jongens hun kleren op de grond en gebaren naar hun zusters dat ze die moeten wassen. Bij de Kiplagats ging dat anders. Ze moesten er alsjeblieft bij zeggen, maar als de meiden geen zin hadden, konden ze zelf naar de wasplaats.

Als haar broer David haar opdroeg het vee te gaan zoeken, zei ze dat hij dat zelf maar moest doen. Waarop David boos het veld inliep, mompelend dat hij hoopte dat zijn zus een man zou trouwen die haar elke dag zou slaan.

De rest van het dorp zag het hoofdschuddend aan. Die meiden van Kiplagat, die zouden nooit aan de man komen. Dat de oudste zus Monica een bewust ongehuwde moeder is geworden, lag in de lijn der verwachtingen. Maar dat Lornah nu in haar grote, blauwe Landrover als een gevierd en welgesteld atlete het rode kleipad komt afstommelen, met aan haar zijde haar Muzungu Pieter, is onbegrijpelijk.

Zie ze zitten, in het gras op de heuvel bij de oude hut en het nieuwe huis dat Lornah voor haar moeder heeft laten bouwen. Een keur aan lachende neefjes en nichtjes, temidden van een stel trotse en goedlachse Keiyo-vrouwen Rebecca, moeder van Monica, Lornah, Ann en Jepkogei, die op hun manier allemaal weten wat er in de wereld te koop is.

De mannen hebben het hier niet voor het zeggen. Broer David, met zijn Ironman-pet op het hoofd, heeft rode ogen van de drank. In naam is hij in Kapboit bewindvoerder voor Lornah's belangen. Maar in werkelijkheid is zus Monica de baas wanneer Lornah weg is, als zij haar wedstrijden loopt en geld verdient in Japan, de Verenigde Staten of haar nieuwe vaderland Nederland.

Honderd meter verderop, bij een bosje, ligt het graf van de oudste broer, Kiptum. Die trok het helemaal niet meer. Hij was altijd dronken, werkte niet, teerde op de zak van zijn rijke zus. Op 44-jarige leeftijd overleed hij. Dat Lornah nu voor zijn kinderen en weduwe zorgt, spreekt voor zich. De oudste zoon mag naar de middelbare school. Hij toont zich een begenadigd voetballer.

De profetie van broer David is niet uitgekomen. Lornah is getrouwd met een man die haar niet slaat en dat terwijl ze niet eens besneden is. Want dat is nog zoiets bij de Kiplagats. De dochters mochten van vader zelf besluiten of ze besneden zouden worden. Mathe bemoeide zich niet met deze idiote traditie, die nog steeds levens neemt van meisjes jongens in dit rurale deel van Kenia.

Veel mannen eisen van hun bruid dat zij besneden is. Een onbesneden vrouw ligt slecht op de huwelijksmarkt, zo wil de traditie. Dus liet de ene zus van Lornah zich wbesnijden, want ze wilde niet alleen achterblijven.

Trouwde ze uitgerekend met een lid van de Kisii-stam die er om bekend staan dat het ze niks uitmaakt of een vrouw wel of niet besneden is.

We mogen de zaken ook weer niet te veel idealiseren, zeggen de dochters. Vader had zijn tegendraadse, liberale opvattingen, waarvan niemand precies weet hoe en wanneer die in zijn hoofd geslopen zijn. Verder was ook hij een ouderwetse man, die veel tradities in ere hield.

Hij had twee vrouwen al kun je dat ook wel weer vooruitgang noemen, want grootvader had er drie. Maar ook Mathe scharrelde heen en weer. Dan was hij in de hut bij zijn eerste vrouw, drie kilometer verder het dal in, dan weer verbleef hij bij zijn tweede vrouw, Rebecca, de moeder van Lornah.

En als hij het op zijn heupen had, als Lornah haar werk als koemeisje, chebatuga, niet naar behoren verrichtte, kon ook hij streng zijn.

Dan kreeg je met een bos brandnetels slaag op je benen. Nee, soms waren ze best bang voor vader.

Aan de andere kant was hij weer vergevingsgezind. 'Neem die keer dat Lornah als dertienjarig meisje een aantal flessen met sterke drank van haar vader had leeggedronken. Gewoon, om ook deens te proberen.

Dronken liep de rebelse Lornah vervolgens achter de koeien aan, maar Mathe k alleen maar naar zijn stok. Haar moeder niet, die wilde haar vermoorden, zo schaamde zij zich tegenover de rest van het dorp. Twee weken was ze ziek, ze kreeg melk met aarde te drinken om de maag weer tot rust te brengen. Lornah heeft malaria, zei haar moeder tegen de nieuwsgierige buurvrouwen bij de waterplaats.

Niemand weet precies wanneer vader werd geboren, maar het was in het jaar na de hevige regentijd, zeggen de dochters. Zijn tweede vrouw, de moeder van Lornah, kent ook haar eigen geboortedatum niet. Ze kan zich nog vaag herinneren dat ze als klein meisje grote branden zag, als gevolg van bombardementen van de Italianen, die vanuit het door hen veroverde Ethiopie Britse kolonie Kenia aanvielen.

De Kiplagats trokken in 1964 de streek binnen. Ze waren redelijk welgesteld, want vader Mathe bezat vee. Op de heuvel achter hun huidige optrekje stond nog een stenen woning van een Engelse kolonel, Boyd genaamd vandaar dat ze het hier nog steeds Kapboit noemen.

De Britse kolonialen trokken weg na de onafhankelijkheid van Kenia en Mathe kon flink wat hectaren grond overnemen. In het stenen koloniale huis wilde hij niet wonen, daar rustte een vloek op, want er waren kort na elkaar drie mensen overleden.

Het koloniale huis raakte in verval. Met de stenen werd een paar jaar geleden voor moeder Rebecca een huis naast de familiehut gebouwd, tegenwoordig compleet met zonnepanelen en mobiele telefoon.

Het huis is gebouwd op kosten van Lornah, tot ergernis van Rebecca, die het zonde van het geld vond. Haar lemen hut was toch goed genoeg? Lornah, de koppigste van het stel, zette door. Haar moeder moest een dak boven haar hoofd krijgen. Nu staat er dus weer een echt huis op de heuvel.

Niet dat moeder Rebecca er vaak zit. In de oude, ronde hut wordt geleefd, gekookt en geroddeld. Naast de zwartgeblakerde vuurplaats is het goed toeven. Ook Lornah, toch gewend aan materi luxe, vindt dit de fijnste plek op aarde.

In het nieuwe huis mag echtgenoot Pieter slapen, daar ook wordt de gast ontvangen met ugali en mursik, een soort karnemelk vermengd met houtskool, die de opstandige maag van de westerse bezoeker tot rust brengt. Dat komt door die houtskool, weten de gezusters Kiplagat.

Aan de wand een portret van Jezus, op tafel een flesje heilig water uit de Jordaanrivier, meegenomen door Rebecca tijdens haar eerste reis naar het buitenland. In het heilige jaar 2000 ging ze met Lornah mee naar de halve marathon van de Dode Zee.

Inmiddels is ook moeder Kiplagat in Nederland geweest, het nieuwe vaderland van haar dochter. Lachend gaan de foto's van hand tot hand waarop ze fier op het strand aan de Noordzee staat.

Kom, we lopen naar mijn oude school, zegt Lornah op een zonnige vrijdagmiddag, dat heb ik jaren niet meer gedaan. Ze trekt haar hardloopspullen aan en even later lopen we achter het ouderlijk huis de heuvel op.

Het uitzicht is fenomenaal. Aan de andere kant van de vallei ging ze eerst op school. Daarvoor moest ze een grote vlakte oversteken, waar twintig jaar geleden de gazellen nog voorbij snelden. Na een hevige brand zijn die ranke beesten nooit meer teruggekomen.

Haar tweede school, waar ze als tiener op zat, ligt meer in de richting van de hoofdweg, de route tussen Eldoret en Nakuru. Bij Kamwosor sla je af om over de rode kleiweg naar Kapboit te rijden, een tocht die in de regentijd vrijwel ondoenlijk is.

Een kleine zes kilometer bedraagt de afstand tussen de ouderlijke hut en de school, een tocht die door Lornah altijd rennend werd afgelegd. Ze was altijd te laat klaar met haar werk bij de koeien, die ze om vier uur moest melken. Ze moest zich haasten om binnen te zijn voordat de bel ging.

Hier, op de rode klei, ligt de basis van het topsportbestaan van de atlete. Haar hele huidige leven haar auto's, haar huizen, haar eigen trainingskamp in Iten heeft ze te danken aan de dagelijkse tochten over deze rode klei. Viermaal liep ze hier per dag, tussen de middag at ze immers thuis. Een halve marathon per dag. Al dravend zegt ze met een lach dat ze als meisje een betere conditie had dan nu.

We lopen tussen de theevelden. Het is hier op 2600 meter hoogte voor een laaglander steunend lopen in de ijle lucht. De neefjes en nichtjes Kiplagat volgen lachend. Zie die rare bleke muzungu nu eens worstelen in de rode klei! Ze schateren het uit.

Het is mooi land, onder die weidse blauwe lucht, waarin dotjes watten geplakt zijn. Maar vroeger, nog geen vijftien jaar geleden was het nog fraaier, toen was het hier nog volop bebost. Als de gezusters Kiplagat door een donker woud naar school liepen, werden ze soms met dennenappels bekogeld door boosaardige apen. Nu is vrijwel al het hout gekapt, illegaal, in het wilde weg, en zijn de apen verdwenen.

Halfweg wijst Lornah naar rechts, naar een paar bosjes. Daar ligt haar vader begraven, overleden in september 2001, toen de atlete in Nederland de Dam tot Damloop liep. Ze hoorde het pas een dag later, ze was nog net op tijd terug voor de begrafenis.

Mathe ligt begraven op de grond van zijn eerste vrouw. Waarom daar? Omdat z vader daar ook weer ligt. In het land staan, toevallig, haar halfzussen en broers. Met een van de vrouwen heeft ze een redelijk contact, met de rest zijn er nauwelijks banden.

Het is een wat ongemakkelijke relatie. Ze heeft het gevoel dat ze allemaal willen profiteren van haar, de beroemde atlete, die het in de wereld gemaakt heeft. Dan, een flauwe bocht naar rechts, de school. Het is vakantie. De lokalen staan leeg, maar de deuren staan open. In haar oude klaslokaal hangen kaartjes met daarop Engelse woorden: chair, book, zebra, airport.

Geschiedenis was haar lievelingsvak, de Eerste- en de Tweede Wereldoorlog hadden haar interesse. Hier leerde ze van Friese koeien en de Flevopolder, toen niet beseffend dat ze later een Nederlands paspoort zou krijgen.

Het is een simpele school, maar wat was ze hier gelukkig, zegt ze in redelijk goed Nederlands. Een taal die ze in haar nieuwe moederland met behulp van de boeken van Annie M.G. Schmidt Jip & Janneke, Pluk van de Petteflet en de teksten van Marco Borsato onder de knie probeert te krijgen.

Zittend in haar oude schoolbankje zegt ze dat ze in elke ochtendpauze, als enige van alle scholieren, naar het gebouwtje liep waar de leraren zaten. Dan vroeg ze om de The Nation, het dagblad van Kenia. Daar moesten de leraren wel om lachen, daar was die wijsneus van Kiplagat weer.

Nee, berichten over de lokale politiek las ze niet, daar begrijpt ze trouwens nog steeds weinig van. Politiek in Kenia is te gecompliceerd. Ze hield het wereldnieuws bij en las de sportpagina's. Ze volgde de verrichtingen van haar nichtje Susan Sirma, die meedeed aan de Olympische Spelen van 1988. Zij bracht haar later, in Nakuru, de eerste wijze stappen bij op weg naar de topatletiek.

Een avond later zijn we in Iten, aan de andere kant van de Rift Vallei. We kijken uit over het dal, in de richting van haar dorp. Ver weg beneden ligt een spiegelend meer. Het menselijk oog kan ze vanaf hier niet ontwaren, maar daar, zegt Lornah, draven de gazellen. Daar lopen de olifanten soms gaat ze daar trainen, loopt ze op met de giraffen.

Hier op deze paradijselijke plek bouwt ze met Pieter haar nieuwe huis. Later, over vele jaren, als ze niet meer loopt, zal ze hier uitrusten. Op haar terras, met een goed glas rode wijn in de tropische avondlucht, recht op de evenaar, terug waar het allemaal begon.

Dan hoeft de koppige Lornah nooit meer te dromen van Kapboit, dan heeft ze het allemaal weer onder handbereik.

Meer over