De komst van de verborgen imam

SLECHTS WEINIG mensen zullen zich gerealiseerd hebben dat er onherroepelijk een nieuw hoofdstuk in de Iraanse geschiedenis begon, toen op 1 februari 1979 miljoenen op het vliegveld van Teheran een 76-jarige oude fragiele man verwelkomden....

In het Angelsaksische taalgebied is nog niet eerder een biografie van Khomeini verschenen en Khomeini - Life of the Ayatollah van Baqer Moin, hoofd van de Perzische afdeling van de BBC, voorziet dan ook in een leemte. Moin heeft meer dan tien jaar aan zijn biografie gewerkt en hij put voornamelijk uit Iraanse bronnen, waaronder de vele geschriften van Khomeini zelf.

De jonge Ruhollah Khomeini genoot een klassieke opleiding met veel aandacht voor grammatica, de bestudering van de Koran, de klassieke Perzische literatuur en kalligrafie. Op 17-jarige leeftijd ging hij studeren in een madraseh, een seminarie waar volgens eeuwenoude principes de islamitische wetgeving en jurisprudentie, grammatica, retorica, logica en theologie werden onderwezen. Tien jaar later had hij zich in de heilige stad Qom reeds ontwikkeld tot leraar met een eigen kring bewonderaars. In 1936 verkreeg hij het recht op ejtehad (interpretatie) en werd hem toegestaan zelf interpretaties van de shari'a te geven.

In eerste instantie legde hij zich vooral toe op de mystieke kant van de islam, zich daarbij baserend op de middeleeuwse filosofen Avicenna en Ibn Arabi. Mystiek wordt in de islam vaak als ketters beschouwd en ook Khomeini heeft zijn mystieke kanten lang verborgen gehouden.

Hoewel hij nog erg jong was, volgden steeds meer mensen zijn lessen en preken. Algauw kreeg hij de eerste problemen met de politie. De na een machtsgreep in 1921 aan de macht gekomen Reza Khan probeerde in navolging van Atatürk in Turkije het land te hervormen naar westerse model. Meest in het oog springend was het verbod op de sluier, maar ernstiger voor de macht en de invloed van de geestelijkheid was de stichting van staatsscholen die het op religieuze leest geschoeide onderwijs moesten vervangen.

Jarenlang werkte Khomeini gestaag aan zijn carrière als theoloog, waardoor zijn invloed steeds groter werd en zijn volgelingen steeds talrijker werden. Totdat hij in de jaren tachtig zijn macht definitief had gevestigd, zorgde hij er steeds voor verzekerd te zijn van steun uit verschillende delen van de samenleving en de clerus, voordat hij een beslissing nam of een uitspraak deed. Zo schreef hij in 1942 al over de inrichting van de islamitische staat waarin de heerschappij van God gewaarborgd dient te worden, maar de meerderheid van de clerus was van mening dat samenwerking met de sjah verstandiger was dan zich tegen hem te verzetten.

Pas begin jaren zestig stapte hij definitief uit de schaduw en manifesteerde hij zich steeds duidelijker als een politieke mollah door te verkondigen dat de islam alleen kon overleven door de seculiere macht aan te vallen. Het was een sociaal en economisch onrustige tijd en Khomeini zag zijn kans schoon, toen de sjah in 1962 vrouwen en niet-moslims kiesrecht wilde verlenen. Hij wist onder de slogan 'Wij moslims hebben de westerse technologie nodig, maar niet de westerse moraal' de hervormingsplannen van de sjah te verijdelen en werd in één klap diens belangrijkste opponent. Met name onder de traditionele middenklasse in de bazaar, die zich door de economische hervormingen in haar bestaan en macht bedreigd voelde, verwierf hij veel aanhang. Deze groep steunde hem financieel en zou na de Islamitische Revolutie van 1979 een aantal belangrijke ministers en steunpilaren leveren.

Als gevolg van deze gebeurtenissen verkreeg Khomeini meer zelfvertrouwen en durfde hij zich in zijn preken en redevoeringen steeds radicaler te uiten. In 1963 volgde een nieuwe confrontatie toen de sjah weer een aantal hervormingsplannen aankondigde, waaronder landhervormingen, privatisering van de industrie en wederom vrouwenkiesrecht. Aanvankelijk aarzelde een groot deel van de leidende mollahs, maar onder druk van Khomeini en de onrust in de samenleving werden de plannen veroordeeld en werd aangestuurd op een confrontatie met het regime. In de daaropvolgende rellen en propaganda-oorlog, en vooral na zijn arrestatie door de geheime dienst, groeide Khomeini uit tot het symbool van het verzet, martelaar voor het geloof en onbetwist een van de meest gezaghebbende ayatollahs.

Toen Khomeini na een jaar weer op vrije voeten kwam, hield hij een redevoering waarin hij de Iraanse machthebbers beschuldigde van hoogverraad en verraad aan de islam. Prompt werd hij opnieuw gearresteerd en enkele dagen later verbannen. Hij vestigde zich in de Zuid-Iraakse stad Nadjaf, een van de heilige plaatsen van de shi'itische islam. De eerste jaren had Khomeini hier weining invloed. Wel kwam er een permanente stroom aanhangers en giften vanuit Iran.

In een serie colleges in 1970 bracht hij zijn blauwdruk van de islamitische staat, het concept van de velayat-e faqih (het mandaat van de rechtsgeleerde), naar voren. Dit is een radicale herinterpretatie van de shi'itische doctrine die stelt dat de perfecte islamitische staat pas mogelijk is na de wederkomst van de verborgen imam en dat de dagelijkse politiek door de staat afgehandeld dient te worden, terwijl geestelijken slechts over juridische en morele zaken dienen te gaan.

Khomeini stelde dat Gods wetten wel degelijk al voor de komst van de verborgen imam toegepast dienen te worden en dat hiertoe de meest geschikte persoon, een expert op het gebied van de islamitische wet, de absolute heerschappij over de samenleving moet krijgen.

Dit was een zeer omstreden gedachtegang. Khomeini ontmoette veel tegenstand bij de clerus, die vond dat men zich buiten de politiek diende te houden. Khomeini's invloed bleef echter groot en zijn boeken, maar vooral cassettebandjes met zijn preken, werden in grote hoeveelheden in Iran verspreid.

Vanaf halverwege de jaren zeventig werd de situatie grimmiger in Iran. Demonstraties, die steeds vaker in bloedbaden eindigden, volgden elkaar op en langzaam maar zeker schaarden ook meer conservatieve geestelijken zich achter Khomeini's roep om een islamitische staat. Het regime van de doodzieke sjah verloor langzaam maar zeker iedere controle en Khomeini wist uit te groeien tot symbool van het verzet.

In zijn naar Iran gesmokkelde preken sprak hij over een progressieve islam, waarin een vrouw president zou kunnen worden en de clerus slechts een toezichthoudende rol zou moeten spelen. Ook de linkse oppositie en onafhankelijke intellectuelen schaarden zich in deze hectische periode achter hem, deels omdat ze in hem een bevrijder van de massa's zagen, deels uit angst anders in het kamp van de sjah ingedeeld te worden.

De sjah zag zich gedwongen op 16 januari 1979 het land te verlaten en op 1 februari maakte Khomeini zijn triomfantelijke terugkeer. Voor miljoenen Iraniërs was hij een ideaal geworden, een levend symbool van hoop en leek het alsof de verborgen imam, de verlosser was gekomen. Hij bouwde zijn machtspositie langzaam uit om het brede spectrum van de oppositie tegen de shah niet van zich te vervreemden en vervolgens schakelde hij één voor één de liberalen, marxisten en progressieve moslims uit, waarbij duizenden werden geëxecuteerd.

Tegelijkertijd werd andere ayatollahs die zich tegen het principe van velayat-e faqih keerden, de mond gesnoerd en wisten Khomeini en zijn medestanders hun idee van een islamitische staat in praktijk te brengen.

Baqer Moin heeft een fascinerend boek geschreven over een man die een groot stempel op de geschiedenis heeft gedrukt. Vaak weet Moin van dag tot dag de politieke ontwikkelingen weer te geven, maar toch komt de persoon Khomeini niet tot leven.

De mystieke kant van de islam, die zo'n grote rol heeft gespeeld en waaraan Khomeini op het eind van zijn leven weer meer aandacht ging besteden, zijn voorliefde voor poëzie en zijn humor staan mijlenver af van de publieke figuur Khomeini zoals wij hem in het Westen kennen. Deze kloof weet Moin niet te overbruggen en zo blijft Khomeini een koele, berekenende persoon, die zelfs op zijn begrafenis een bloedbad veroorzaakte.

Meer over