De koe verliest haar onderzoekers

Nederland telt steeds minder koeien, varkens en kippen. De veestapel heeft de grenzen van de groei bereikt. Dat merken ook onderzoekers....

Door Ben van Raaij

Rubber voelt lekker onder de hoeven. Daarom beschikt de roostervloer over vaste vloerbedekking. En dat is niet de enige noviteit in de net in gebruik genomen koeienstal. Zo zijn er doehetzelf-rolborstels voor het betere schurkwerk, verstelbare wanden voor frisse lucht en een lichtdoorlatend goedkoop foliedak. Doel: meer runderwelzijn en een grotere melkgift.

Zo'n honderd koeien scharrelen nog wat onwennig rond in de hypermoderne proefstal op de Waiboerhoeve in Lelystad. Om beurten komen ze naar de melkrobot, die elke koe aan haar eigen zendertje herkent en dan met laserprecisie de uiers vindt, de tepels des infecteert, de melk aftapt en de individuele melkproductie registreert.

Maar intussen gaat het slecht op de Waiboerhoeve, het proefbedrijf van het Praktijkonderzoek Veehouderij, onderdeel van de Animal Sciences Group (ASG) van Wageningen Universiteit. Vorige week werd bekend dat 'Lelystad' een kwart van de tweehonderd arbeidsplaatsen schrapt en enkele proefbedrijven compleet opdoekt.

De vraag naar veeteeltkundig onderzoek neemt af vanwege de inkrimping van de veestapel. Europese regels en mestbeleid eisen hun tol, steeds meer rundvee- en varkenshouders gooien het bijltje erbij neer. Het aantal veehouderijen daalt al jaren met 5 procent per jaar. Volgens het CBS is de melkveestapel sinds 1993 met ruim 15 procent gekrompen, tot bijna anderhalf miljoen stuks. Daar komen economische malaise, MKZ en vogelpest nog bovenop.

En dat voelen ze in Lelystad, waar het exploitatietekort dit jaar oploopt tot vijf miljoen euro. De veehouderij betaalt namelijk 30 procent van de opdrachten via een sectorale heffing op melk en vlees. De rest komt van de industrie en de overheid, die toegepast onderzoek echter niet langer als haar taak ziet.

Zuur, voor een instelling met zo'n grote traditie. Want hier zijn legbatterij, scharrelschuur, ligboxenstal en melkrobot ontwikkeld of praktisch toepasbaar gemaakt. Jaarlijks komen buitenlandse bewonderaars uit alle windstreken naar deze 750 hectare in het weidse polderland tussen Lelystad en Dronten.

Praktijkonderzoek Veehouderij is een cluster van proefbedrijven die allemaal gericht zijn op innovatie in hun sector. De Waiboerhoeve is voor runderen (melkvee en vleesvee), varkens, schapen en paarden. Het aanpalende Spelderholt is voor pluimvee. Elders in het land zijn er nog vijf praktijkcentra voor melkvee en twee voor varkens.

Onderdelen die te weinig omzet maken, zijn nu de klos. In Lelystad worden de proefbedrijven voor vleesvee/schapen en varkens plus twee voorbeeldbedrijven (hightech en lage-kosten) gesloten. Waarschijnlijk ook dicht gaan het proefbedrijf voor paarden in Lelystad en het melkveecentrum in het Gelderse Hengelo. Even respijt krijgen nog het pluimveebedrijf in Lelystad en het melkveecentrum in Noord-Brabant.

De ingreep is onderdeel van Focus 2006, de grote saneringsoperatie van de Wageningse onderzoeksinstituten, zegt prof. dr. ir. Pim Brascamp, directeur wetenschap van ASG en interim-manager in Lelystad. Want de hele groene wetenschap kampt met dalende inkomsten enerzijds, en nieuwe onderzoeksvragen anderzijds. Snoeien en omschakelen naar de buitenlandse markt is nuhet parool. In totaal verdwijnen vierhonderd van de vierduizend banen.

Is het niet bizar om centra te sluiten die precies doen wat het kabinet met zijn kennisbeleid wil, toepassingsgerichte innovatie in wisselwerking met het bedrijfsleven? Ach, de buitenwereld heeft altijd het speelveld bepaald, zegt Brascamp. 'Vroeger was de opdracht zo goedkoop mogelijk zoveel mogelijk produceren. Vanaf de jaren tachtig spelen ook de maatschappelijke randvoorwaarden op: milieu, dierenwelzijn.'

Saneren biedt ook kansen, zegt Brascamp. Het afgeslankte Praktijkonderzoek moet een slagvaardige 'kennispartner' in de regio worden. 'Onze nieuwe missie is het bijstaan van de veehouder, die soms moet beslissen over miljoeneninvesteringen: wel of niet uitbreiden, wel of niet naar Oost-Europa emigreren.' 'Het momentum is goed: de sector vraagt erom', zegt onderzoeksmanager ir. Frits Mandersloot.

Een voorbeeld van zulk op de regio gericht onderzoek is het rendabel koppelen van rundveehouderij en natuurbeheer in West-Nederland, samen met Vereniging Natuurmonumenten. Mandersloot: 'Je kunt producten uit natuurgebieden, zoals maaisel, tot waarde brengen als veevoer. Vanuit een puur agrarische visie zou je dat nooit doen, want het is laagwaardig voer.'

Nee, een 'grafstemming' heerst hier niet, zegt ing. Jaap Gielen, bedrijfsleider rundvee, al moeten er van zijn team van 28 mensen zes weg. 'Het was iedereen duidelijk dat er iets moest gebeuren.' Wrang is het voor de betrokken dierenverzorgers, vaak boerenzonen die destijds geen bedrijf konden overnemen. 'Die zouden best voor zichzelf willen beginnen, maar dat kan niet meer.'

Dmoet waarschijnlijk ook dicht, gebaart Gielen in de stallen van het Proefbedrijf Paarden, waar een dozijn drachtige KWNP-merries (Koninklijk Warmbloed Paard Nederland), elk met halszendertje, 'groepshuisvesting' deelt.

Hier wordt onderzoek gedaan naar blessurepreventie en embryotransplantatie, maar de vooruitzichten zijn beroerd. 'De paardensector groeit, maar het zijn vooral hobbyisten', zegt Gielen. 'Die komen wel met vragen over voeding of huisvesting, maar van de sector worden we financieel niets wijzer.'

Meer over