DE KLANTVRIENDELIJKE DOOD

IN principiële discussies wordt vaak van een hellend vlak gesproken om aan te geven dat de ontwikkeling helemaal de verkeerde kant uitgaat....

Over de betekenis van dit soort 'hellend vlak-argumentaties' schreef Douglas Walton in Slippery Slope Arguments (1992). Van het hellend vlak-argument wordt naar zijn mening misbruik gemaakt als daarmee vooral wordt bedoeld maatschappelijke onrust te mobiliseren. De argumentatie leidt dan niet tot een logisch beredeneerde conclusie, maar tot een blokkade van de discussie. Want wie wil nu schuldig zijn aan nazi-misdaden?

Het hellend vlak-argument kan worden gebruikt om de tegenpartij iets in de schoenen te schuiven. Naar aanleiding van een tv-debat over het Chabot-arrest vroeg Gijs Schreuders zich op deze pagina af waarom ik mij niet kritischer tegenover mijn interviewer had opgesteld: of ik serieus denk dat de Hoge Raad en de wetgever het menselijk leven minachten en daarom maar het groene licht geven voor massamoord?

Lieve hemel, ik zou mijzelf nog liever een levenslang schrijfverbod opleggen dan zoiets zelfs maar te denken. Door de suggestie dat ik van het hellend vlak argument een onheilspellend gebruik maak, doet Schreuders precies datgene wat hij mij verwijt. Zo komt het debat geen stap verder.

Toch kan volgens Walton het hellend vlak argument een functie hebben. Door de bewijslast over en weer bij de andere partij te leggen, wordt de grens afgetast tussen aanvaardbare en niet aanvaardbare situaties. Het is onzin te beweren dat de Nederlandse euthanasiepraktijk tot massamoord zal leiden, maar het is ook onzin te doen alsof het gaat om koekjes van de bakker om de hoek.

Op welke wijze het hellend vlak argument wordt gebruikt in actuele strafrechtelijke discussies, hebben de Amsterdamse juristen Fleur Keyser-Ringnalda en Klaas Rozenmond beschreven in het tijdschrift Delikt en Delinkwent (1993/7). Zij tonen aan dat de discussie waarin alleen maar wordt gewaarschuwd tegen fictieve gevaren, in de lucht blijft hangen. Dat draagt niet bij tot de politieke besluitvorming.

In die discussie schreeuwen bijna al mijn collega-strafrechtjuristen moord en brand als de overheid haar bevoegdheden wil uitbreiden. Waarom is er dan bijna niemand die zich actief in het euthanasiedebat mengt? Als dokters zich, met goedkeuring van de overheid, de meest vergaande bevoegdheid toeëigenen of laten aanleunen, is het kennelijk niet meer nodig de macht-kritische functie van het recht uit de kast te halen.

Natuurlijk hebben dokters niet de bedoeling de weg vrij te maken die tot massamoord leidt. Maar dat is de kwestie toch ook niet? Er kunnen ook minder om omvangrijke en toch ernstige gevolgen optreden, ook als dat niet de bedoeling was. Sommige processen hebben een effectieve dynamiek die onderhuids doorwerkt. Tot in de medische opleiding toe, waar tegenwoordig meer aandacht wordt besteed aan de verfijning van euthanatica dan aan de verbetering van pijnbestrijding.

Nu niet meer omstreden is dat ook buiten de stervensfase en dus ook bij psychiatrische patiënten euthanasie of hulp bij zelfdoding is toegestaan, kan feitelijk worden vastgesteld dat daarmee een vitale grens is overschreden. Want als geen onderscheid meer mag worden gemaakt naar het soort lijden, waar ligt dan nog de beperking die iedereen in rechtspraak en politiek zegt na te streven?

De beperking kan alleen worden gevonden in verbetering van de maatschappelijke en medische omstandigheden die de doodswens beinvloeden. Daarom blijf ik van mening dat een gedachtenwisseling over het probleem van eenzame en demente bejaarden belangrijker is dan een tv-documentaire die poogt het doodgaan op verzoek van zijn taboe te ontdoen, maar in werkelijkheid niets anders is dan een perverse inbreuk op de intimiteit aller intimiteiten: het sterven.

Het is zaak alert te blijven op maatschappelijke ontwikkelingen die risico's met zich meebrengen. Ik noem hier de politieke manipuleerbaarheid van medische criteria. De medische stand blijkt in staat - zie de WAO-geschiedenis - om zonder scrupules terminale patiënten van de ene op de andere dag arbeidsgeschikt te verklaren. Zo veilig is de medische ethiek dus ook weer niet.

En wat te denken van de oprukkende commercialisering in een bijna onbetaalbare gezondheidszorg? De ethiek dreigt hier te worden gereduceerd tot de autonomie van het tussen arts en patiënt gesloten contract waarbij ook een klantvriendelijk tijdstip van overlijden kan worden vastgesteld.

Waarom zou in die situatie iemand die in het genot is van het zelfbeschikkingsrecht, meer bescherming moeten hebben dan iemand die bij de Hema een strijkijzer koopt?

Meer over