DE KIP EN HET EI

Wie het Nederlands Pluimveemuseum wil bezoeken en vanaf de Barneveldse gemeentegrens de sporadische bordjes 'museum' volgt, komt verkeerd uit...

FRANS VAN SCHOONDERWALT

Wie zich toevertrouwt aan het openbaar vervoer en Nederland Museumland als reisgids hanteert, wordt eveneens op het verkeerde been gezet.

Beide wegen leiden naar Barnevelds centrum waar de nieuwbouw driftig om zich heen heeft geslagen. Tot de overlevenden behoort de kerk, en ook de woning waarin het Veluws Museum Nairac is gehuisvest. Maar dat staat vandaag niet op ons programma, al prijst de beheerder zijn waar hartstochtelijk aan. Tegelijkertijd overhandigt hij een plattegrond waarop een duidelijk spoor is uitgezet van centrum naar Pluimveemuseum. Wij zijn blijkbaar niet de eerste dolenden in deze Veluwse plaats.

Het museum ligt aan de rand van Barneveld, in een op het eerste gezicht onooglijk gebouw, dat binnen verrassend veel ruimte ter beschikking heeft om uit leggen wat er allemaal kwam èn komt kijken tijdens het proces van ei tot kip tot ei tot kip enzovoorts. Voor pluimvee-leken - wij dus - gaat er een nieuwe wereld open.

Eerst even wat cijfers: de pluimvee- en eiermarkt in Barneveld is 143 jaar oud. In 1851 telde het dorp 3758 kippen, nu ongeveer drie miljoen. De jaarlijkse omzet van eieren op de markt is bijna honderd miljoen. Daarnaast verkoopt de Barneveldse eierveiling - de grootste van Europa - jaarlijks een half miljard. Nederlanders eten per jaar ruim 231 duizend ton kip - zevenduizend vrachtwagens vol - en verwerken per dag 7,5 miljoen eieren. Aan het begin van deze eeuw produceerde een leghen per jaar zestig eieren, nu meer dan 350!

En wat we zeker niet mogen vergeten: het Pluimveemuseum van Barneveld is uniek in de wereld. Althans, voor zover bekend.

'Het sprookje is uit', kopte een plaatselijk dagblad in 1947. 'Nederland kan ook sexen.' In dat jaar kreeg Barneveld als eerste in Europa een sexschool. De cursus duurde een half jaar en kostte drieduizend gulden. Vanaf foto's lachen de eerstejaars, in witte doktersjassen, ons toe. Met het diploma op zak mochten zij zich officieel kuikenseksters noemen.

Wat niets te maken had met kunstmoeders, ontstaan toen de 'opfok' een kloek niet langer toestond haar rillende kuikens onder de vleugels te nemen. En ook niets met kippebrillen, die op hun beurt weer niets van doen hadden met kippig zijn, maar alles met hanig gedrag en pikorde. Het verhaal wil dat de uitvinder, een zekere Spinder uit Harkema, er niet slechter van is geworden, al vielen de knijpbrilletjes snel af.

Toen kippen in de jaren dertig nog gewoon scharrelkippen waren en geen legbatterijen of braadkuikens, woonden ze in hokken van het zadeldakmodel. Er is er eentje op ware grootte nagebouwd. Ondanks de kippestront, vossenklem, vleermuis en spinnewebben moet het leven daar aanmerkelijk aangenamer zijn geweest dan in de hedendaagse legbatterijen. Van de beelden op de diapresentatie wordt een mens niet echt vrolijker, laat staan de kip zelf.

Nee, dan maar liever de broedmachine met de stuntelige eendagskuikens, die in het zaagsel hun eerste onhandige pasjes zetten. Of de film over de Barneveldse markt van weleer. Of het authentieke veilinglokaal waar we zelf mogen meebieden.

Alleen worstelen we, wanneer we weer buiten staan tussen de rennen met oude rassen, nog steeds met dè brandende vraag: wat was er het eerst, de kip of het ei? Ook het Pluimveemuseum geeft daarop geen antwoord.

Frans van Schoonderwalt

Nederlands Pluimveemuseum, Bloemendaallaan 59, Barneveld, 03420-93904. Open: tot 1 oktober di-vrij 10-12.30 en 14-17 uur, zat 13-16 uur. Toegang: ¿ 2,50; kinderen tot 12 jaar één gulden; CJP en 65+ twee gulden; MJK gratis. Voor groepsafspraken: 03420-14073.

Meer over