De kin van Toon Tellegen, het haar van Imme Dros

Manuscripten, tekeningen, affiches, brieven en handschriften hoeven niet langer verloren te gaan. Binnenkort gaat, eindelijk, het Kinderboekenmuseum open, een afdeling van het Letterkundig Museum en Documentatie Centrum in Den Haag....

TRUUS RUITER

'WAAR IS HET handschrift of typoscript van Minoes?'

'Waar bevinden zich de originelen van de illustraties van Carl Hollander?'

'Is er correspondentie geweest tussen Annie Schmidt en de tekenaar?'

'Waar zijn de originelen van Braakensiek's zo succesrijke illustraties van Dik Trom?'

'Bestaat trouwens het handschrift van dat boek van C.Joh. Kievit, geschreven in een fraaie schoolmeesterhand?'

Om met de laatste vraag van Kees Fens uit zijn veel geciteerde column Het jongste museum (de Volkskrant van 6 oktober 1989) te beginnen: ja, het bestaat. Sterker nog: vanaf 9 december kan iedereen het zien in het Kinderboekenmuseum, de nieuwe permanente afdeling van het Letterkundig Museum en Documentatie Centrum in Den Haag.

Op zoek naar handschriften voor het historische kabinetje met boeken van Kievit (Dik Trom) en Van Abcoude (Pietje Bell) vond een medewerkster van het Letterkundig Museum bij de weduwe Kievit op zolder een grote kist met stapels handschriften, waaronder dat van Dik Trom in een grijze envelop, dichtgebonden met een touwtje - de droom van iedere archivaris.

De 'toevalligheid' van deze vondst illustreert het belang van Fens' betoog van toen dat er snel een 'Museum voor het Kinderboek' moest komen. Er zouden te veel kostbare manuscripten, tekeningen, affiches (elke nieuwe Arendsoog werd op de stations aangekondigd), brieven en handschriften definitief verloren gaan. Aad Meinderts, plaatsvervangend directeur van het Letterkundig Museum, moet toegeven dat de hartekreet van Kees Fens een belangrijk signaal was.

'We liepen al langer rond met het idee iets permanents voor kinderen te doen. Natuurlijk besteedden we al met enige regelmaat aandacht aan kinderboekenschrijvers, zoals Annie Schmidt, Wim Hofman, of we maakten tentoonstellingen over maritieme kinderboeken en, deze zomer nog, over kabouters, maar die waren, alleen al gezien de hoogte van de vitrines, toch te zeer gericht op volwassenen.

'Kinderliteratuur wordt steeds serieuzer genomen, de kwaliteit is toegenomen. Bovendien schrijven veel auteurs, zoals Kossman en Matsier, tegenwoordig niet uitsluitend voor volwassenen - de genres lopen steeds meer door elkaar. Wij krijgen verder nogal wat aanvragen voor afstudeerprojecten. Het is dus van groot belang om archieven te verwerven, te conserveren en toegankelijk te maken voor studiedoeleinden.'

Het archief van Kievit is de meest recente aanwinst. Al eerder ontving het Letterkundig Museum bijvoorbeeld de tekeningen van Wim Bijmoer en het archief van Paul Biegel. 'Het is ook een kwestie van je interesse tonen aan nog levende auteurs', zegt Meinderts, 'De collectie-Imme Dros en Harry Geelen is om van te smullen, maar die komt wel een keer. We zijn ook geïnteresseerd in bijvoorbeeld het Kluitman-archief, waarvan we nu een aantal stukken langdurig in bruikleen hebben gekregen.'

Dat het Letterkundig Museum er veertig jaar over moest doen - de openstelling op 9 december markeert het veertigjarig bestaan - om de kinderboekenschrijver serieus te nemen, kan Meinderts niet goed praten. 'Daar zijn we heel schuldbewust over. Het collectioneren, dat een zwaar accent krijgt bij het Kinderboekenmuseum, moet nog helemaal beginnen. Daar kunnen we pas werk van gaan maken wanneer de tentoonstelling loopt - daar laten we ons smoel mee zien.

'We zullen geen boeken verzamelen, dat is de taak van de Koninklijke Bibliotheek en het NBLC. Het gaat ons om unica, de handschriften en illustraties, brieven en dergelijke, het kwetsbare materiaal.'

En Meinderts wil graag even een misverstand uit de wereld helpen: de Stichting De Waag, die haar pogingen tot een Kinderboekencentrum in Amsterdam jammerlijk zag mislukken, rekende het niet tot haar taak om te verzamelen. De Waag in Amsterdam zou meer een lees-activiteitencentrum worden. Van het Letterkundig Museum kreeg de stichting steun en advies in de persoon van directeur Anton Korteweg, die in het bestuur zat.

Nadat de stichting een paar maanden geleden was opgeheven, werd een bedrag van vijftienduizend gulden van particulieren aan Den Haag geschonken. Een kleine bijdrage aan het budget van 700 duizend gulden van het Kinderboekenmuseum. Ook het VSB-Fonds verleende financiële steun, maar 'onze grootste sponsors zijn de auteurs en illustratoren', zegt Meinderts.

Dat blijkt overduidelijk op de breed opgezette tentoonstelling op de eerste verdieping, waarvoor de 'negentiende eeuw' van de blijvende tentoonstelling 't Is vol van schatten hier. . . (Nederlandse literatuur vanaf 1750) is ontruimd. De kabinetjes voor de kinderen vormen een soort galerij boven en langs de volwassen tentoonstelling op de begane grond.

Het geheel is aangekleed met kleurige panelen, vervaardigd door illustratoren of bedrukt met korte gedichten. Bij de entree staat een grote langneuzige 'sprookjesschrijver' van papier-maché naast een gedicht van Annie M.G. Schmidt, dat begint met: 'Ik ken een man die verhaaltjes verzint / en 's morgens al heel in de vroegte begint. / Hij schrijft over heksen en elfen en feeën / Van kwart over zessen tot 's middags bij tweeën. / Hij schrijft over prinsen en prinsessen / van kwart over tweeën tot 's avonds bij zessen.'

Alle kabinetten zijn ingericht rond een thema, zoals 'oud en jong' met een mooi gedicht van Judith Herzberg ('Als ik oud word neem ik blonde krullen / ik neem geen spataders, geen oude kin) en 'verliefd', waarin een gedicht van Ivo de Wijs afgemaakt kan worden: 'zestien regels van Ivo de Wijs en twee van jou'. 'Ik ben verliefd op jou. En jij? en jij op mij? / Ik zou willen dat je iets tegen me zei / Het liefst iets vouts - want dat is ëecht / En daarom hoop ik dat je zegt. . .'.

Een kamertje is vertimmerd tot een scheepsruim met vaatjes die dienen als kijkdozen met scènes uit De Scheepsjongens van Bontekoe, Marijn bij de Lorredraaier en Behouden huis. In het kabinet dat aan de Bijbel is gewijd liggen replica's van de stenen tafelen en in het detective-kamertje hangt een regenjas over een stoel, naast een tafel met typemachine. Met stukjes hoofd van kinderboekenschrijvers kunnen kinderen montagefoto's maken: de neus van Joke van Leeuwen, de kin van Toon Tellegen, de ogen van Guus Kuijer en het haar van Imme Dros. Achter een loep verschijnt een gedicht van Lucebert op een briefje van honderd gulden.

Er is een Annie M.G. Schmidt-plantsoentje met haar standbeeld - in een van de kabinetten hangt ze als een echte koningin, zoals Andy Warhol's koningin Beatrix. In een oud klaslokaaltje staan tafeltjes met inktpotjes en het befaamde flesje melk, een 'beestenbende' die tastbaar en hoorbaar is, er staat een harnas en op de wikkels in de kauwgomballenautomaat staan dichtregels.

De volwassenen hebben de stofzuiger van Simon Vestdijk en de broek van Belcampo, de kinderen hebben de schrijverstrui van Toon Tellegen. In het sprookjeskabinet liggen de appel van Sneeuwwitje en het glazen muiltje van Assepoester. Dat ook de erwt van de gelijknamige prinses er heeft gelegen, daarvan getuigt slechts een kuiltje in het kussen.

In het detective-kamertje zullen kinderen meer informatie over deze vermissing vinden. Het is de bedoeling dat kinderen - gemikt wordt op de groep van acht tot dertien jaar - de tentoonstelling aan de hand van een opdrachtenboekje bekijken. De oplossingen van de speurtocht worden gedeponeerd in een echte PTT-brievenbus, in een 'straatje' met een kinderboekenwinkel die actuele boeken etaleert.

Te zien is ook hoe een boek tot stand komt, van de getikte teksten en vage schetsen tot het fraai gedrukte en geïllustreerde boek. Het materiaal wordt aangevuld met een informatief videofilmpje. De video, speciaal ter introductie gemaakt door het team van Klokhuis, wordt vertoond in grootbeeld, zodat kinderen zich in een bioscoop wanen. Een televisiescherm zou te 'gewoon' zijn, legt Meinderts uit.

Wat hem spijt is dat hij zijn 'tijdmachine' niet heeft kunnen verwezenlijken. In een soort ruimtecapsule zouden kinderen met behulp van CD-i historische fragmenten uit boeken kunnen oproepen - in beeld, zodat ze 'meegenomen' worden in een andere tijd. 'Het was te arbeidsintensief en daardoor te begrotelijk. Maar het zou weleens gerealiseerd kunnen worden, het is sponsor-waardig, volgens mij.' Voorlopig moeten kinderen die in het Kinderboekenmuseum in een ander wereld terecht willen komen, zich bedienen van doodgewone boekjes in de Leeshoek. En daar zullen ze geen moeite mee hebben.

Truus Ruiter

Meer over