De kiezer wordt beledigd en voor infantiel versleten, maar hij houdt moedig vol

Bert Wagendorp
null Beeld
Beeld

Het feest van de democratie speelde zich gisteren af naast de voordeur - dichterbij kan niet. Er kwamen desondanks veel mensen niet opdagen, die vinden andere feesten leuker. Op zich is dat merkwaardig, de besluiten van lokale bestuurders zijn direct zichtbaar en je kunt ze er op straat over aanspreken als ze je niet bevallen. Landelijke politiek is verder weg, abstracter, maar wel vaker in het nieuws.

Dat leidt tot de paradox dat de politiek die het dichtst bij de kiezer staat, wordt bepaald door die van het verre Den Haag. Dat was te zien: de wederopstanding van de PvdA onder leiding van Lodewijk Asscher is op lokaal niveau voorlopig nog even uitgesteld en Jesse Klaver zette de opmars die vorig jaar landelijk werd ingezet voort. Of D66 nu in de gemeenten al werd gestraft voor de regeringsdeelname zal nader moeten worden uitgezocht.

Het is nóg ingewikkelder: de lokalo's groeiden ook, ondanks alle inspanningen van de landelijke kopstukken. Voor politieke analytici vormen de gemeenteraadsverkiezingen een mijnenveld (of een paradijs) van mogelijke verklaringen en tendenzen. Het waren de verkiezingen van de voortschrijdende versnippering. In het landsbestuur is vier partijen genoeg voor regeringsvorming, maar in veel gemeenten is dat aantal na gisteren niet voldoende. De keuze van de kiezer wordt steeds specifieker, uiteindelijk gaan we toe naar een systeem waarin eenmansfracties op zoek moeten naar een meerderheid. Dat kun je chaos noemen, maar ook de ultieme democratie.

Gerri Eickhof van het Journaal stond woensdagavond op het dorpsplein van Amsterdam, naast het gemeentehuis. Hij had zich op de vraag gestort waarom mensen niet waren gaan stemmen, en was uitgekomen op zes groepen verzakers. De eerste ging niet uit desinteresse. De tweede was het even ontgaan dat er gestemd kon worden. De derde groep zag 'door de bomen het bos niet meer' en de vierde had de buik vol van de 'narigheid van de politiek'. Als vijfde had Gerri een heel nieuwe stam ontdekt: die van de zeer tevredenen die alles bij het oude willen laten en vrezen dat stemmen alleen maar tot achteruitgang kan leiden.

Ik denk dat er nog een zesde reden was om niet te gaan stemmen, namelijk het NOS-verkiezingsdebat van dinsdagavond, waarvoor de kopstukken van de landelijke partijen waren komen opdraven. Inclusief T. Baudet, wiens partij gisteren in één gemeente meedeed, en G. Wilders, die in dertig gemeenten een verzameling idioten op het democratisch bestel had losgelaten. Het loze gehakketak van tv-debatten werkt me al langer op de zenuwen, maar dinsdagavond werd een tragisch dieptepunt bereikt. Met de gemeenteraadsverkiezingen hadden de discussies niets te maken, de mannetjes sprongen als bronstige herten tegen elkaar op en dierentemmer Rob Trip had er de handen vol aan om er nog een beetje lijn in te houden.

Eén ding was volstrekt duidelijk: de debattanten versleten ons voor stapelgek. Uit alles bleek dat ze ervan uitgingen dat hun publiek bestond uit louter imbecielen die met een viezig boertje of stinkend scheetje naar het stemhok konden worden gelokt, om daar het vakje van hun partij rood te kleuren. Het was een moordaanslag op het politieke debat en een poging de weerzin tegen alles wat politiek is verder te versterken.

In dat licht viel de opkomst dus gisteravond eigenlijk nog alleszins mee: de kiezer wordt beledigd en voor infantiel versleten, maar hij houdt moedig vol.

Meer over