De kantoortuin als speelplek voor Anita

Weer eens wat anders: kinderstemmetjes op het werk. Ook tijdens deze schoolvakantie nemen ouders hun kind mee naar het werk....

'KINDEREN meenemen naar een plek waar mensen concentratie nodig hebben bij hun werk, vind ik echt niet kunnen', moppert een medewerker van Hogeschool Inholland Haarlem. 'Een tijdje terug kwamen de twee dochters van een medewerker regelmatig mee. Ze wilden steeds helpen en dus lieten we ze koffie halen en het oud papier wegbrengen. Maar ze kwamen voortdurend terug om te vragen wat we aan het doen waren. Na een tijdje werd dat behoorlijk storend.'

Het fenomeen doet zich dezer dagen weer op uitgebreide schaal voor. De kinderen mee naar het werk. Omdat schoolkinderen heel wat meer vakantie hebben dan de doorsnee werknemer, lossen veel ouders dit op door hun kroost een dagje mee te nemen naar het werk. Maar niet ieder kind gaat braaf in een hoekje zitten kleuren of met wat paperclips spelen. Integendeel.

Edith Hagenaar (33) neemt haar drie kinderen, nu vijf, drie en één, regelmatig mee naar het werk. Samen met haar man leidt ze een installatiebedrijf met ruim honderd medewerkers. 'Op het kantoor staat een speelbox voor de kinderen. Meestal gaat het goed. Maar toen mijn oudste klein was, ging hij soms vreselijk bléren als ik even naar de wc moest. Dat stoorde natuurlijk wel.'

Ze alledrie meenemen vindt ze zelf te hectisch. 'Toch ontkom ik er af en toe niet aan, als er iets belangrijks is. Maar dan probeer ik het te beperken tot tien minuten.' Hagenaar heeft het idee dat de medewerkers het wel gezellig vinden.

Maar collega's zijn niet altijd zo tolerant als ze geconfronteerd worden met het ouderschap van anderen. Zo roepen op het werk borstvoedende of kolvende moeders bij een kwart van de werknemers veel afkeer op, blijkt uit onderzoek door bureau Centerdata van de Universiteit Tilburg. Met name mannen tussen de 16 en de 24 en lager opgeleiden vinden dit 'niet normaal'.

Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de Stichting Voedingscentrum Nederland en maakte deel uit van de campagne 'Borstvoeding verdient tijd' afgelopen najaar. Aanleiding voor de campagne was dat in Nederland weliswaar 77 procent van de moeders met borstvoeding begint, maar slechts 21 procent hiermee na drie maanden doorgaat.

Toch is in de Arbeidstijdenwet vastgelegd dat moeders het recht hebben tijdens werktijd te kolven of te voeden tot hun kind negen maanden is. Ze mogen hieraan maximaal een kwart van hun werktijd besteden. Werkgevers zijn verplicht hiervoor een ruimte beschikbaar te stellen.

'Toen ik na de bevalling van mijn dochter weer aan het werk ging, zag ik er heel erg tegenop te gaan kolven. Ik had het nooit iemand zien doen', zegt Marjolijn Daverveld (33). Ze werkte toen nog als communicatieadviseur bij een verzekeringsmaatschappij. Inmiddels runt ze een eigen communicatiebureau. Ze bleek inderdaad de eerste met dit voornemen.

Toen Daverveld bij de afdeling P & O informeerde naar een ruimte, werd haar eerst gevraagd of ze thuis kon gaan kolven. Vervolgens stelden ze voor dat ze het op de wc zou doen. De afdeling P & O meende ook dat Daverveld 'in haar eigen tijd' moest kolven. 'Na enig aandringen kreeg ik een afsluitbaar rommelhok in de kelder.

'Maar dat werd ook door de ICT-afdeling gebruikt. Ik had netjes een briefje opgehangen, maar de eerste keer dat ik er zat, stonden ze al op de deur te bonken. Ze vonden het geen stijl dat ik daar zat, want ze wilden te allen tijde gebruik kunnen maken van de ruimte.' Uiteindelijk kon ze terecht in opslagplaats voor drukwerk.

Uit een afgelopen september verschenen rapport van de Wetenschapswinkel van de Vrije Universiteit Amsterdam 'Hand in eigen boezem', een onderzoek naar de omgang van de werkgever met vrouwen die borstvoeding willen geven op het werk, blijkt dat van de ondervraagde P & O-afdelingen van vier grote bedrijven niemand precies van de regeling op de hoogte was. Geen regeling en dus al helemaal geen beleid. Het initiatief om erover te beginnen, ligt bij de vrouw.

Judith Bach (30), lerares Nederlands op een middelbare school, kreeg te horen dat ze het best in de bibliotheek kon gaan zitten, omdat daar toch bijna niemand zou komen. 'Maar acht van de tien keer kwam er wel iemand. Daarom week ik uit naar het invalidentoilet. Daar kon de deur tenminste op slot.'

Ze heeft haar dochtertje zelf gevoed tot die dertien maanden was en kolfde in de pauzes. Haar collega's reageerden positief als ze de melk in de koelkast in de lerarenkamer kwam zetten. Maar dat Marjolijn Daverveld haar dochter bleef voeden tot die negen maanden was, bleken veel collega's overdreven te vinden. 'Ze vroegen of het nu nog niet genoeg was en of ik het niet had kunnen afbouwen. Gelukkig reageerden mijn naaste collega's wel positief. Zij namen de telefoon voor me aan en herinnerden me er ook aan.'

Toen Natascha Oorthuis (30) na de geboorte van haar eerste kind nog computerwerk deed bij TPG bleek het geen probleem om te kolven. Er was altijd wel een lege kamer. 'Wel zag ik mijn cheffin schrikken toen ik aangaf dat ik dit een maand of acht wilde gaan doen. Ze had verwacht dat het een maandje zou zijn of zo.'

Maar nu ze haar tweede kind heeft en als postbode werkt, is er geen kolfruimte beschikbaar. 'De baas vindt het daarom gemakkelijker als ik tussendoor naar huis ga om te voeden. Gelukkig woon ik maar drie minuten van mijn werk. Maar dat geldt niet voor iedereen. Omdat er nu meer zwangeren zijn, zou hij over een oplossing nadenken.'

De overwegend vrouwelijke collega's van Oorthuis reageerden op kantoor veelal positief, maar nu ze vooral met mannen werkt, blijkt dat die vaker opmerkingen maken. 'Ze zeggen bijvoorbeeld als ik naar huis ga: ''Moet dat kind alweer aan de tiet''? Maar dat bedoelen ze niet lullig. Als je daar niet tegen kunt, moet je geen postbode worden', relativeert ze.

Oorthuis neemt haar oudste kind van drie een keer of zes per jaar mee als ze post gaat sorteren. 'Voor een uurtje of twee is dat geen probleem. Maar het is niet de bedoeling dat je het doet omdat je geen oppas hebt.' Ze gelooft niet dat er collega's zijn die er zich aan storen. Bovendien is ze niet de enige die het doet.

Edith Hagenaar gaf haar kinderen gedurende de eerste maanden ook regelmatig op het werk de borst. 'Tijdens vergaderingen, bijvoorbeeld met de Ondernemingsraad, lag mijn jongste te slapen. Maar als ze ging huilen, liet ik haar drinken. Dan zag ik mensen eerst wel even kijken: zou ze dat nou echt doen? Maar ze reageerden er niet op.'

Daarbij speelt volgens Hagenaar mogelijk wel mee dat ze de baas is. 'Ik denk dat het vooral erg afhangt van je eigen houding. Ik wil niemand chockeren en doe het dus niet pontificaal. Ik beschouw het zelf als een natuurlijk gegeven en heb me er daarom ook nooit voor geschaamd.'

Meer over