De journalist als tandeloze tuinman

Mocht(en) de vermoedelijke folteraar(s) van Hansje Boonstra-Raatjes inmiddels zijn gepakt, dan kunt u hier stoppen met lezen. Dit dinsdag al ingeleverde stukje gaat er namelijk over dat de Nederlandse pers slecht overweg kan met opzienbarende misdrijven waarvan de daders op zich laten wachten....

GERARD MULDER

In het buitenland, Engeland voorop, hebben de verzinsels in geval van stagnerend onderzoek tenminste enige allure. Te denken valt dan aan equivalenten van SLACHTOFFER GEDUMPT UIT GIGA-UFO of BOONSTRA EN TOTH TARTTEN CHINESE TRIADEN. Daarbij vergeleken is zo'n met kracht tegengesproken onthulling van De Telegraaf over een poging tot chantage van de Philips-top te banaal, zelfs als het waar is. Waarschijnlijk belt er elke week wel een gek met dreigementen als er vanavond geen miljoen voor hem klaarligt in de prullenbak bij het Philips Ontspannings Centrum.

Vierentwintig jaar geleden constateerde Vrij Nederland-redacteur Martin van Amerongen in een artikel over de mediabelangstelling voor de ontvoering en dood van het vijfjarige dochtertje van een Brabantse fabrikant (geen Philips) dat het meeste wat meedreef in de informatiestroom wrakhout was, 'ontleend aan babbelzieke buren, de dikke duim en amateuristische speurneuzerij'. Van de berichtgeving over de ontvoering van Gerrit-Jan Heijn in 1986 herinneren wij ons toch hoofdzakelijk - behalve het 'daderprofiel' dat een vijfkoppige bende voorspelde - dat journalisten uit de slordige voortuin van verdachte Ferdi E. zijn misdadige inslag afleidden. Maar ja, tussen de ontvoering en de arrestatie hadden zeven maanden gezeten; dat kun je de pers ook inderdaad niet aandoen.

Nu vliegt een Telegraaf-team naar de Boonstra-villa op de Bahama's om er 'de vrijwel tandeloze tuinman Nelson' de verzuchting te ontlokken: 'In wat voor tijden leven we toch. Drie weken geleden genoot ze hier nog van het prachtige weer. En nu dit, het is gewoonweg vreselijk' Een reporter van het Algemeen Dagblad ontdekte dat golfster Boonstra-Raatjes, heel omineus, al in geen weken meer op de golflinks bij Brasschaat was gesignaleerd - om twee zinnen verder te onthullen dat het bewuste terrein door de regen al sinds oktober onder water staat.

Bij gebrek aan eigen informatie stortte het AD zich dan maar op de geweldenaar die het onderzoek leidt. Deze commissaris Ab van der Werf, 'een goed luisteraar en analyticus genoemd, weet uit ervaring dat onderzoeken van zware misdaden vaak een kwestie zijn van weken- of maandenlang stug doorzoeken', weet verslaggever Allard Besse. Hij voorspelt dat Van der Werfs rechercheploeg volgens de kennelijk specifieke methode-Van der Werf te werk zal gaan: 'Onderzoek van de technische recherche (...), buurtonderzoek, speuren naar een motief, nagaan van telefoongegevens.' Als deze methode inderdaad zo revolutionair is, worden de ergste vermoedens over de werkwijze van Van der Werfs collega's in de rest van het land bewaarheid. Wachten zij toepend af tot de dader zichzelf aangeeft?

De Volkskrant richt de schijnwerper op de tweede zwaargewicht in het onderzoek, officier van justitie P. Notenboom, die 'in het recente verleden allerlei strafzaken voor de rechter bracht'. Het ultieme bewijs van zijn deskundigheid: 'In 1996 kreeg hij de vader uit Krimpen aan de IJssel veroordeeld die zijn drie kinderen had vermoord.' Hoe geruststellend dit mag klinken, de nieuwswaarde van het bericht zou groter zijn geweest als eruit bleek dat mr. Notenboom nog nooit iemand veroordeeld had gekregen, zelfs geen drievoudige kindermoordenaar (een geslaagd beroep op noodweer?).

Dit alles is hopeloos, maar niet ernstig. In de praktijk hebben journalisten zich bij geruchtmakende ontvoeringen en moorden bijna nooit in staat getoond aanwijzingen van enig belang op te diepen. De schaarse keren waarin het toch gebeurde, hebben justitie en politie met succes een beroep op de pers gedaan de gegevens achter te houden om het onderzoek niet te hinderen (een eenzame uitzondering is ironisch genoeg de zaak waarover Van Amerongen schreef, toen het Openbaar Ministerie verzuimde in te grijpen op het moment dat journalisten de Gouden Tip wereldkundig gingen maken).

Er is dus niets aan de hand zolang alle betrokkenen beseffen gezamenlijk een ritueel op te voeren. Redacties geven hun lezers de illusie dat ze worden geïnformeerd, en de lezers houden het gevoel waar voor hun geld te krijgen.

Voor de rest blijft het afwachten, indachtig, volgens het AD dan, het motto van superspeurder Van der Werf: 'Je moet het onmogelijke voor mogelijk houden.' De krant was hiervan zo onder de indruk dat ze het zelfs twee keer afdrukte, één keer in het al genoemde stuk van Besse, en ook nog eens in een aanpalend stuk van Gerard den Elt. En terecht. Tegen zoveel expertise kan een leek, en dat is een journalist per slot van rekening net zo goed als een tandeloze tuinman, niets inbrengen.

Meer over