De jongens en meisjes van Wim Kok

Dinsdag presenteert het kabinet-Kok zijn tweede begroting; het eerste jaar paars zit erop. De bewindslieden verbazen zich nog regelmatig over elkaar....

Minister-president Wim Kok kijkt verstoord op. Tegenover hem zitten de ministers Gerrit Zalm en Hans Wijers onbedaarlijk te lachen. De andere ministers kijken nu ook naar het schaterende stel. Kok informeert wat er aan de hand is. 'We hebben de slappe lach,' geeft het duo proestend toe. De voorzitter van de ministerraad fronst zijn wenkbrauwen. Want ministers behoren niet te giebelen en zeker niet in 's lands hoogste vergaderzaal.

Toch is Kok in de loop van zijn eerste jaar als premier gewend geraakt aan de kracht van humor. De Trêveszaal als theater van de lach. Relativering en kwinkslagen spelen een niet te onderschatten rol bij de besluitvorming en het handhaven van de vergaderorde in de prachtige zaal, die in een Lodewijk-XIV-stijl door de Franse hugenoot Daniël Murot is gebouwd aan het einde van de zeventiende eeuw.

De vier ministers die tegenover de minister-president zitten en in feite met hem het kernkabinet vormen, hebben allemaal een groot gevoel voor humor. Ad Melkert, Hans Dijkstal, Zalm en Wijers zijn stuk voor stuk in staat de spanning te breken met een opmerking. Dat is ook nodig, want het gaat er soms stevig aan toe.

Met enige regelmaat vliegen penningmeester Zalm en Melkert elkaar tot vermaak van de anderen in de haren over de ambities van zijn departement Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De manier waarop Melkert bijvoorbeeld geld wil inzetten voor de banenplannen, past niet in de budgetdisipline. Dan wordt Melkerts nota teruggestuurd naar zijn ministerie. En hij komt er in de loop van enkele maanden net zo vaak op terug tot hij op een andere manier zijn zin krijgt. Als Melkert het dan voor elkaar heeft, krijgt goedkeurende schouderklopjes van Zalm.

Kok heeft het wapen van de humor ook ontdekt en zit scherp en gevat voor. Het komt weleens voor dat Jan Pronk tijdens de wekelijkse ministerraadsvergadering oneerbiedig geknield op de vloer zit, gebogen over allerlei stukken. Als hij verneemt dat er iets van zijn gading aan de orde is, komt zijn hoofd boven de rand van de ovale tafel uit en roept iets in de vergadering. Waarop Kok zegt: 'Fijn dat collega Pronk ook weer meedoet.'

Negen jaar na zijn overstap van de vakbeweging naar de politiek zit de minister-president eindelijk behoorlijk in zijn vel. Tijdens het laatste Kerstreces, nodigde hij alle ministers en staatssecretarissen uit op het Catshuis voor een Indisch buffet. Zo relaxed hebben zijn bewindslieden hem nog nooit gezien. Tijdens de maaltijd kijkt Kok stralend over de lange tafel in Tuinzaal. Een enkeling verdenkt de premier ervan dat hij doodgewoon trots is op zijn ploeg.

Het wordt door de meeste bewindslieden als een godsgeschenk ervaren dat het CDA zichzelf uit het lansbestuur heeft gestoten. Het is een van de grootste geheimen van het paarse kabinet en het lijkt onwaarschijnlijk dat het ooit iemand dat hardop zal zeggen. Die bevrijding wordt het intensiefst beleefd door de PvdA-ministers en het meest door Kok.

Een voorbeeld. Tijdens het derde kabinet-Lubbers werd het bewindspersonenoverleg van de PvdA beheerst door de vraag: hoe gaat het CDA ons deze week een hak zetten en hoe gaan we dat tegen? Het eerste werd in de regel goed aangevoeld, het laatste werd zelden voorkomen. Waar Lubbers tijdens zijn overleg met de CDA-ministers de zaak strak regisseerde en de eenheid bewaarde, maakten de PvdA-ministers op vrijdag ruzie met elkaar.

Het autoritair-regentesk complex, waarin het CDA beurtelings VVD en PvdA duldde, is definitief ingestort. In dit paarse kabinet worden de kaarten open op tafel gelegd en de dingen worden bij de naam genoemd. Wat de PvdA'ers ook zo curieus vinden: een afspraak met een VVD'er is een afspraak.

De vraag wat PvdA, VVD en D66 verder bindt dan een diep gevoelde distantie van het CDA komt op tafel bij de start van deze ogenschijnlijk wonderlijke coalitie.

De verse bewindsliedenploeg breekt zich niet al te lang het hoofd over schijn en wezen van paars. Vice-premier Dijkstal zou in de regeringsverklaring zo graag een paarse visie definiëren, maar dat valt niet mee: de meesten zijn nog maar net bekomen van de schok dat het CDA niet meeregeert. Eerst maar eens aan de slag, vindt Kok, dan zien we wel wat paars is.

Enkele weken later blijkt dat er inhoudelijk wel een paarse coherentie is. Premier Kok vraagt alle ministers in een rondje hun maatschappijvisie te formuleren voor de Troonrede. Tot verbazing van alle aanwezigen kijkt dit gezelschap in grote lijnen op een gelijkmatige manier tegen de wereld aan. Terwijl de buitenwereld zich het hoofd breekt over de vraag hoe lang deze ploeg het volhoudt, weten de deelnemers nu dat ze dicht bij elkaar staan.

Enkele weken geleden, bij de compositie van de Troonrede van dit jaar borrelt opnieuw de wens van een paars vergezicht op. Al die passages over de herdenkingen die de ambtenaren van Algemene Zaken aandragen, worden afgeschoten. En om koningin Beatrix weer al die dorre beleidsonderdelen te laten opsommen, gaat te ver.

Premier Kok en zijn vice-premier Dijkstal komen in het debat om een visie tegenover elkaar te staan. Leuke voornemens, vindt Kok, maar het komt straks toch weer neer op wat de ambtenaren van de departementen aanleveren.

Uit pure balorigheid tegen zoveel nuchterheid maakt de vice-premier een alternatieve Troonrede, die een constitutionele crisis zou hebben opgeleverd als het staatshoofd deze teksten had moeten uitspreken. Voor ieder departement bedenkt Dijkstal een one-liner. Zo staat op het briefje dat de vice-premier laat rouleren onder zijn collega's bij het ministerie van Landbouw Natuurbeheer en Visserij: 'We zitten tot onze nek in de stront.'

Toch komt het tot een soort totaalvisie per beleidsonderdeel. Wijers zet in zekere zin de toon: 'Het vorige kabinet legde een wollen deken over het hele land, wij delen alleen dekens uit aan degenen die het nodig hebben.' Per departement geven de bewindslieden aan wat de overheid vermag en wat de burger zelf kan doen.

Een jaar na dato is het paarse kabinet aan zichzelf gewend geraakt. De ministerraad kan op verschillende manieren worden bekeken. Allereerst vanuit de cultuur van de drie smaldelen.

De VVD-ministers kijken aanvankelijk bedenkelijk naar types als Pronk en Ritzen, die worden beschouwd als fossielen van een compleet vastgedraaid kabinetsbeleid. Nu zien ze dat Pronk niet die linkse gek is, maar een aardige man. Pronk heeft inderdaad over alles een mening, maar is zelfs bereid die in te ruilen voor een betere. Tobbers blijven het natuurlijk, die sociaal-democraten. En hoewel er vanuit een natuurlijke reflex steekwoorden vallen als 'de onderkant', 'solidariteit' en 'de minima', valt er mee te regeren.

Op hun beurt kijken PvdA-bewindslieden raar op als ze soms links worden gepasseerd door sociale noties van de liberalen. Op veel fronten hebben ze een andere kijk, maar je kunt er veel beter zaken mee doen dan met het CDA, dat in een aantal gevallen dichter bij de PvdA staat. De VVD'ers zijn het meest rationele en relativerende smaldeel. VVD-ministers werpen vaak de vraag op of de overheid dit wel voor zijn rekening moet nemen. Maar hun principes zijn altijd prettig bespreekbaar.

D66 heeft in het kabinet vooral veel moeten leren. Centrale leiding heeft lange tijd ontbroken en de vier bewindslieden redeneren vooral als vakminister. Tijdens het bewindsliedenoverleg van de D66'ers was het vaak: 'Ik doe morgen dit voorstel, steun je me een beetje?' Om nog maar te zwijgen van het innemen van standpunten ten opzichte van agendapunten van VVD- en PvdA-ministers. Charmant, maar een beetje a-politiek, vinden de anderen.

Het verschil tussen ministers die in de Tweede Kamer hebben gezeten en degenen die van buiten de politiek komen, is groot. Oud-kamerleden zoals Melkert, Dijkstal, Jorritsma, Van Mierlo en Voorhoeve denken zetten vooruit. Ze kunnen beter inschatten hoe voorstellen door het politieke mijnenveld van de nieuwe Tweede Kamer kunnen worden geloodst.

Ministers zoals de D66'ers Borst, Wijers en Sorgdrager zeggen vaak: 'Waarom zeggen we niet gewoon wat we vinden?' Ze redeneren alsof ze nog in de directiekamer van hun vorige baan zitten. Als Kok vraagt op welke politieke gronden een bewering wordt gedaan, zegt Wijers: 'Omdat ik dat vind.' Bewindslieden van PvdA en VVD refereren nogal eens aan hun verkiezingsprogramma, D66'ers zijn daar nog niet op betrapt.

Dat dit paarse kabinet vier vrouwelijke ministers en vijf dito staatssecretarissen telt, heeft volgens beide seksen zo zijn gevolgen voor de vergadering. De meeste vrouwen komen uit vergadercircuits waarin het aantal mannen procentueel veel groter was. Volgens de vrouwelijke bewindslieden is het markantste verschil dat er door hun getalsmatig grotere aanwezigheid zakelijker wordt vergaderd. Door hun presentie worden agressiviteit, hanengedrag en al te emotionele uitspattingen in toom gehouden. En waar die toch de kop opsteken of de atmosfeer anderszins onaangenaam dreigt te worden, zijn het vaak de vrouwen die het proces de goeie kant opsturen, als de heren een tijdelijk gebrek aan relativeringsvermogen tonen.

Vrijdagochtend tien uur begint de ministerraad, waaraan zowel ministers als een aantal staatssecretarissen deelnemen. Daarvoor hebben de negen vrouwen gezamenlijk in een fitness-centrum van een ministerie aan hun conditie gewerkt. De training heeft een netwerk-functie gekregen. Zo kunnen Margreet de Boer en staatssecretaris Tonnie van de Vondervoort onder de douche verwikkeld raken in een fel debat over de bestuurslagen in Nederland. En tijdens het daarop volgende ontbijt laat staatssecretaris Tineke Netelenbos alvast de hoofdlijnen van haar onderwijsnota los. De vrouwen die op dat moment kritiek leveren, zullen haar niet voor een tweede keer bekritiseren in de ministerraad.

De mannen hebben nu ook ontdekt dat het wel wat heeft om aan je conditie te werken, ze willen meedoen met de vrouwen. Staatssecretaris Erica Terpstra heeft hun enkele weken geleden in een brief laten weten dat ze best bereid is een locatie voor de heren te zoeken. Desnoods levert ze er een instructeur bij, maar samen fitnessen met de meiden, dat kunnen ze vergeten.

Tegen tienen worden de vrouwen die bij de ministerraad moeten zijn, door hun chauffeurs afgezet bij Algemene Zaken. Sommigen gaan al vast de Trêveszaal binnen, anderen drentelen wat in de belendende Blauwe Zaal. Premier Kok komt vaak als een van de lateren. De kamerbewaarder maant de anderen die nog niet in de vergaderzaal zitten, naar binnen te gaan.

Kok opent met de tekst 'Mensen, zullen we niet eens beginnen?' Eerst worden de notulen vastgesteld, dan de vergaderorde. Dat is het moment voor fietsliefhebber staatssecretaris Willem Vermeend Kok te vragen of punt 28 eerder kan worden behandeld. Dan kijkt Kok naar buiten en zegt: 'Het is inderdaad lekker fietsweer.'

Als voorzitter van de ministerraad heeft Kok een zekere onvoorspelbaarheid. Soms heeft hij nog geen trek in een onderwerp. Dan slaat hij het gewoon over of schuift het zo ver naar achteren, dat het onwaarschijnlijk is dat het dezelfde dag nog wordt afgehandeld. Als er dan protest klinkt, zegt Kok soms: 'Daar beslissen we met zijn veertienen over'

Een versnelde behandeling komt ook voor. De meeste ministers bladeren een beetje met de stukken mee. Maar als Kok kort na de opening plotsklaps over de als punt zeventien geagendeerde onderwijsnota van Netelenbos begint, dan volgt er in de ontstane verwarring geen tegenspraak.

Kok als voorzitter van de ministerraad is een heel andere dan zijn voorganger. Er zijn nu geen technocratisch-abstracte discussies meer waarin Lubbers en Kok met elkaar debatteren over de A.I.-ratio en de R.U.K., terwijl de rest luistert en niet weet waar het over gaat.

Nu wordt er veel meer inhoudelijk gesproken, de discussies worden niet beheerst door financiën. Veel vaker dan in het vorige kabinet vragen paarse bewindslieden zich af wat hun maatregelen betekenen voor de samenleving.

Het non-interventiebeginsel is afgeschaft. Iedereen mag in principe over alles meepraten. Wat daarbij nog weleens in de weg staat is de enorme afstand die sprekers soms moeten overbruggen om verstaanbaar te zijn. De akoestiek is beroerd. De Boer en Borst klagen erover. Bij de constituerende vergadering van dit kabinet heeft Pronk het onderwerp aangesneden. Hij had er tenslotte al acht jaar op zitten in deze ruimte. Minister-president Kok: 'Dan moeten we maar wat harder spreken.' De vastgeroeste wetmatigheden van Algemene Zaken laten geen geluidsinstallatie toe. Zoals er tot groot verdriet van de 25 bewindslieden reeds sinds de Tweede Wereldoorlog bij de lunch op vrijdag slechts zes kroketten worden geserveerd.

Meepraten kan dus, mits luid en duidelijk. Pronk benut die kans maximaal als hij zin heeft, wat hem soms op een verstoorde blik van Kok komt te staan. Pronk introduceert zijn interventies nog wel eens met de tekst: 'Ik heb hier vroeger in een andere functie veel mee te maken gehad', maar niemand stelt ooit de vraag in welke hoedanigheid.

Jozias van Aartsen en De Boer praten vanuit hun bestuurlijke ervaring over meerdere onderwerpen mee. Borst wordt beschouwd als een bindende factor en inhoudelijk de sterkste vakminister. Als Van Mierlo er niet is, vertolkt zij de politieke standpunten voor het D66-smaldeel. Melkert manifesteert zich als het linkse geweten van de PvdA, wat een verrassing is voor de VVD'ers die hem hebben meegemaakt als PvdA-kamerlid.

Hans van Mierlo wordt als ontzettend breedsprakig ervaren en niemand mist hem als hij op reis is. Geen der aanwezigen kijkt uit naar een reprise van de ochtend dat Van Mierlo urenlang sprak over uitzending van vijftien Nederlandse VN'ers naar Haïti. Annemarie Jorritsma stelt zich op als een politiek dier. In het begin leek ze de ministerraad te beschouwen als een fractievergadering en sprak over erg veel onderwerpen mee. Voorhoeve praat de laatste tijd wat minder over kwesties buiten zijn eigen portefeuille, in verband met de problemen op zijn departement en Bosnië.

In de constituerende vergadering van het kabinet-Kok is in augustus vorig jaar de afspraak gemaakt dat er af en toe speciale thema's aan de orde zouden komen. Dat is nu drie keer gebeurd. Borst heeft voor de zomer een notitie over de gezondheidszorg uitgedeeld om haar collega's ervan te doordringen wat voor een complexe materie haar ministerie behelst. Onuitgesproken probeert ze zo begrip en daarmee politieke manoeuvreerruimte te verwerven. Van Mierlo heeft in het voorjaar in de Trêveszaal met flapover en overheadprojector de problemen van de herijking van het buitenlands beleid geschetst.

En zo heeft Winnie Sorgdrager een notitie laten ronddelen met het onderwerp 'Meer veiligheid, minder criminaliteit.' Daar moeten ministers aan wennen, ze bladeren dan door de notitie en vragen: 'Wat moeten we nu beslissen?' Het ontwapenende antwoord: 'Niets, ik wil gewoon discussiëren.'

Een van de grootste verschillen met het vorige kabinet is dat het debat in de ministerraad plaatsvindt en de meeste beslissingen in de Trêveszaal vallen. Lubbers haalde ieder conflict meteen uit de ministerraad en stelde de vraag: 'Lossen jullie het zelf op of zal ik een voorstel doen?' De bewindslieden kozen vrijwel altijd voor het laatste.

Kok vindt dat ministers er zijn om problemen op te lossen. Hij vraagt als er tijdens de eerste behandeling in de ministerraad een probleem opduikt: 'Moet ik me er in dit stadium mee bemoeien?' Moeilijkheden worden meestal tussen de eerste en de tweede ronde opgelost. Als het hart van het kabinetsbeleid aan de orde is, bemoeit Kok zich er wel op eigen initiatief mee, zoals met het zorgbeleid enkele weken geleden.

Wat ook anders is geworden: ministers van departementen die traditioneel op voet van oorlog verkeren, gaan verstandig met elkaar om. Als in de stukken voor de ministerraad staat: 'Zijn de ambtenaren het eens?' en het antwoord is nee, hoeft dat geen enkel probleem te zijn. Om de doodeenvoudige reden dat de ministers het eens zijn. Dijkstal en Sorgdrager investeren bewust in hun relatie. Datzelfde geldt voor de relaties van De Boer met Jorritsma en Van Aartsen. In het vorige kabinet ontaardde de politieke discussie in persoonlijke aanvallen tussen Maij-Weggen en Alders. Betere contacten tussen de ministers stralen af op de ambtenaren. De VROM-ambtenaren en die van Verkeer en Waterstaat hebben nog nooit zo prettig samenwerkt.

De spanningen in het kabinet-Kok kunnen de vergelijking met die van het derde kabinet-Lubbers niet doorstaan. Er is nog nooit gestemd het afgelopen jaar. En de trojka Kok- Dijkstal-Van Mierlo heeft zich nooit tijdens de ministerraad afgezonderd; dat kwam met Lubbers en Kok regelmatig voor.

In het eerste paarse jaar zijn er wel momenten geweest die belangrijk waren voor de cohesie van het gezelschap. De besluitvorming rond de A-73 heeft veel emoties losgemaakt in het kabinet. Dat majeure beslissingen genomen kunnen worden door toevallige aan- of afwezigheid van een individueel kamerlid, zou niet meer mogen voorkomen. De beslisingen over Schiphol en de Betuwelijn zijn om die reden met extra zorg succesvol begeleid vanuit het kabinet. De Betuwelijn werd door D66 beschouwd als de lakmoesproef. Doorslaggevend voor de partij was de psychologie van het totaalpakket. Het ging niet alleen om het bedrag, maar ook om de verwezenlijking van de wens om iets aan alle vijf de knelpunten te doen.

Twee weken voor het definitieve besluit schreef vice-premier Van Mierlo op 14 april in een vertrouwelijke brief aan minister-president Kok: 'Ik acht het niet goed denkbaar dat we een Betuwelijn aanleggen zonder een regeling te treffen voor het Pannerdens kanaal. Zoals je zelf al eens hebt gezegd: iedere partij moet iets kunnen laten zien op het vlak waarmee de kiezers haar associëren. Voor ons is dat onder meer de Betuwelijn.' Van Mierlo kreeg zijn zin.

Het meest emotioneel zijn de discussies over Bosnïe geweest. De ministers weten dat hun opvatting in deze discussies beslissend kan zijn over leven en dood. Er zijn veel vragen gesteld, om de eigen twijfels te overwinnen. Woede is er in de Trêveszaal als Bolkestein vindt dat de Nederlandse blauwhelmen teruggetrokken moeten worden op een moment dat het er echt om begint te spannen. Verslagenheid en een drukkend collectief schuldgevoel als de verrichtingen van Dutchbat en de rol van de ministerraad in de Trêveszaal worden geëvalueerd. Tijdens de evaluatie trekt men de conclusie dat de wens om de eigen jongens zo snel mogelijk thuis te krijgen ten koste is gegaan van de Moslimbevolking. En Kok ziet enkele weken later ontzettend op tegen het debat daarover met de Tweede Kamer. In het bijzonder tegen hetgeen VVD-leider Bolkestein zal gaan zeggen. Vanuit het VVD-smaldeel gaan op zo'n moment messages uit met de strekking: 'Frits, jaag Wim niet op de kast in dat debat.'

In retrospectief is een van de aardigste beslissingen de keuze van het kabinet voor de gevechtshelikopter. Voorhoeve heeft met kracht van argumenten de Apache binnengehaald. PvdA en D66 neigen lange tijd naar de Eurocopter, met D66-minister Wijers voorop. Voorhoeve slaagt erin alle argumenten tegen de Apache te ontmantelen.

Wijers schrikt zich een hoedje als zijn smaldeel hierover verdeeld raakt. Borst spreekt zich plotsklaps uit voor de Apache. Borst: 'Ik heb geen verstand van helikopters, laat staan van gevechtshelikopters. Ik kom uit de medische wereld. Vanuit die ervaring weet ik dat het beter is de wensen te volgen van degenen die met de apparatuur moeten werken. Ik ben dus voor de Apache.'

Als de beslissing na maanden vechten uitvalt in het voordeel van Voorhoeve, wordt de minister uitbundig gefeliciteerd door de PvdA- en D66-ministers.

Het is een bijzonder kabinet en dat is het. Het geheim zit hem in de mix van de personen, en dat illustreert hoe cruciaal het kiezen van de poppetjes in de slotfase van een kabinetsformatie is. Een ander deel van het geheim wordt gevormd door de gunstige conjuncturele omstandigheden.

Paars is zich er bovenal van bewust dat het zich, zonder dat letterlijk zo te zeggen, moet afzetten tegen de spastische regeerstijl van de kabinetten-Lubbers II en III. Wie kan zich voorstellen dat CDA-minister Bert de Vries, de voorganger van Melkert op Sociale Zaken, zou hebben gezegd: 'Lesbian rights are human rights'? En zou een bewindspersoon uit een van de vorige kabinetten tegen de verliezende finalist Ron Zwerver hebben gezegd, zoals Erica Terpstra deed: 'Het is kloten, kop op joh'

Jan Hoedeman

Meer over