reportagecoronadebat

De Jonge vindt zichzelf nog steeds ‘juiste man op juiste plek’, maar zijn krediet in de Kamer raakt op

Binnen de coalitie geniet minister Hugo de Jonge nog voldoende steun, daarbuiten wordt hardop aan zijn kunnen getwijfeld. Dinsdag moest hij zich aan de Tweede Kamer verantwoorden over de trage vaccinatiestart.

De vrolijke vaccinatiebeelden uit andere landen hadden de Kamerleden onder de kerstboom maar lastig verteerd, bleek tijdens het debat. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
De vrolijke vaccinatiebeelden uit andere landen hadden de Kamerleden onder de kerstboom maar lastig verteerd, bleek tijdens het debat.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

‘Er zit een goeie minister.’ Het enige compliment dat Hugo de Jonge dinsdag kreeg kwam niet van de Tweede Kamer, maar van Mark Rutte. Niet eerder spande de premier zich zo in om zijn beschadigde minister van Volks­gezondheid uit de wind te houden. Het kon niet verbloemen dat het krediet van De Jonge bij de Kamer opraakt. Binnen de coalitie geniet hij nog ­voldoende steun, daarbuiten wordt hardop aan zijn kunnen getwijfeld.

Zelf ziet De Jonge zichzelf ‘op dit ­moment’ nog altijd als ‘de juiste man op de juiste plek’, maar in zijn verdediging ontbrak het bravoure uit eerdere debatten. De CDA’er erkende dat hij fouten heeft gemaakt in de vaccinatiestrategie, het hoofdthema van het debat en de reden waarom de Tweede Kamer haar kerstreces onderbrak. Maar weglopen? ‘Dat is niet mijn ­manier van politiek bedrijven.’

Gestuntel

De minister en zijn trage vaccinatieoperatie – woensdag is Nederland het laatste EU-land dat begint – hadden er op dat moment al urenlang verbaal van langs gekregen. De vrolijke beelden uit andere landen hadden de Kamerleden onder de kerstboom maar lastig verteerd, bleek tijdens het debat. Geert Wilders leidde het verzet. ‘Wij zeggen het vertrouwen in u op’, zei hij al aan de start. De PVV-leider zag ‘onnavolgbaar gestuntel met het vaccinatiebeleid’. ‘Alsof we een derdewereldland zijn.’

Andere oppositiepartijen waren in hun bewoordingen niet veel milder. Lodewijk Asscher (PvdA) sprak van ‘een afgang’ voor Nederland. ‘Wat een ­triomf voor de wetenschap’, zei hij over de snelle ontwikkeling van de vaccins, ‘en wat een falen van dit kabinet dat ze nog steeds in de vriezers liggen.’

Net als onder meer Lilian Marijnissen (SP) herkende Asscher een patroon in het optreden van het kabinet tijdens de coronacrisis. ‘Het onderschat het probleem en het is steeds te laat.’ Zo ging het mis bij het testen, het bron- en contactonderzoek en het regelen van voldoende beschermingsmiddelen, en nu ook weer bij het vaccineren. Ook GroenLinks-leider Jesse Klaver concludeerde dat dit allang geen incidenten meer zijn. ‘Er is een probleem met het functioneren van deze minister van Volksgezondheid.’

Nederigheid

De oppositieleiders eisten deze keer eens geen uitleg van De Jonge maar van Rutte, de premier die te vaak zijn snor zou drukken als het lastig wordt. Die ging de uitdaging aan en erkende dat hij en De Jonge zich hadden misrekend. In de voorbereiding op de komst van de vaccins had het kabinet er rekening mee moeten houden dat niet het vaccin van AstraZeneca, maar dat van bijvoorbeeld Pfizer-BioNTech als eerste over de finish zou komen. Of zoals De Jonge het een dag eerder in een brief aan de Kamer al toegaf: de noodzakelijke wendbaarheid ontbrak.

Meer dan de trage vaccinatiestart sprak de Kamer haar ergernis uit over de manier waarop De Jonge die start in het vorige debat had proberen te verkopen. De eerste prikken in andere landen waren ‘symbolisch’, zei hij daarin, want uiteindelijk gaat het erom hoe snel een land als geheel groepsimmuniteit bereikt. Onbegrijpelijk, vond onder anderen Wilders. Iedere persoon die is ­gevaccineerd, is er één meer die is ­beschermd en niet het risico loopt om op de intensive care te belanden – of ­erger. De Jonge gaf hem gelijk. ‘Dat had ik anders moeten formuleren.’

Die nederigheid verdween toen de Kamer doorvroeg over een nieuwe ­lading vaccins, die volgende week arriveert maar pas in februari bij de ­verpleeghuizen terechtkomt. Het herverpakken van de vaccins in kleinere eenheden en het regelen van de ­toestemming om (wilsonbekwame) ouderen in verpleeghuizen te kunnen vaccineren kost meer tijd, zei De Jonge.

Toen een stomverbaasde Klaver vroeg waarom dat in de afgelopen ­weken niet is gedaan, kon de geplaagde minister zijn ergernis niet langer onderdrukken. ‘Ongelofelijk’, mompelde hij.

Nog geen steun in coalitie voor schrappen leeftijd als ultiem criterium bij verdeling ic-bedden

Mogen jongeren op niet-medische gronden voorrang krijgen op ouderen bij de toegang tot de intensive care? Tamara van Ark dacht het pleit definitief te beslechten met een wet die leeftijd moest uitsluiten als criterium, ook als ‘code zwart’ aanbreekt en er een acuut beddentekort is. ­Liever wil zij bij gelijke omstandigheden loten. Toch heeft de ­minister voor Medische Zorg de eigen coalitiepartijen (nog) niet aan haar zijde, bleek dinsdag ­tijdens het debat in de Kamer.

Van Arks partijgenoot Klaas Dijkhoff was daar de eerste die zijn twijfels uitsprak. De fractievoorzitter van de VVD benadrukte dat ‘het niet zeker is dat wij dit zullen steunen’. Er is ook wat voor te zeggen om ‘de mensen die straks aan het bed staan te volgen in hun keuze’, vond hij. Ook Gert-Jan Segers (ChristenUnie) vroeg zich hardop af of niet moet worden vertrouwd op het inschattingsvermogen van de artsen. ‘Is wetgeving echt nodig?’

D66-leider Rob Jetten nam het duidelijkst stelling. Hij pleitte voor het onverkort volgen van het huidige draaiboek, opgesteld door de Federatie Medisch Specialisten en de artsenfederatie KNMG. ‘Wij vertrouwen erop dat de artsen doen wat het beste is. Zij hebben dan ook geen aanpassing van de wet nodig die hun een politieke voorkeur voorschrijft op hun vakterrein.

In haar beantwoording trok Van Ark haar voornemen niet in. Zij zei zich deels te hebben laten leiden door een motie van de Kamer uit maart, die het kabinet opdroeg geen leeftijdsgrenzen te hanteren en alle patiënten als individu te behandelen. Een politiek antwoord op deze ultieme vraag zou artsen volgens haar het gevoel geven ‘dat de samenleving achter hen staat’. De Kamer is daar echter niet meer zo zeker van: een ruime meerderheid ondertekende een motie die Van Ark oproept om toch gewoon het draaiboek te volgen.

Meer over