De jaren zeventig-manier

Op welk moment hij het dichtstbij zijn held Jeff Tweedy in de buurt was? 'Vorig jaar september', zegt Joost Oskamp (30) zonder nadenken, beter bekend als singer/songwriter Joast. 'Tweedy zou optreden in de Oosterpoort en ik had weten te regelen dat ik backstage kon. Om hem zelf mijn vinyl te geven.' Hij maakt een zenuwachtig gebaar van: hier, alstublieft, mijn plaat. 'Maar goed. Toen kon ik dus niet. Ik moest zelf optreden.'


En dus is het dichtstbij: '16 november 2009, in Paradiso. Ik stond twee meter voor zijn neus. Ruim tweeënhalf uur lang was ik helemaal blown away.'


'Parttime rockheld' is Joast nog, en parttime webredacteur bij De Klassieken, het programma van Maartje van Weegen op Radio 4. De singer/ songwriter is een klein half jaar na het uitkomen van zijn debuutplaat Transatlantic Hope druk doende met zijn doorbraak. Clips maken, singles uitbrengen, the-making-of-filmpjes. Sinds een week beginnen de aanvragen van radio, krant en tv binnen te druppelen. Wat dat ene minuutje De Wereld Draait Door vorige week al niet doet!


Maar toegegeven, de totstandkoming van Transatlantic Hope is ook wel een goed verhaal, klassiek, weet ook Joast. Het begint zomer 2007 als hij - toen nog bassist van de Utrechtse band Taxi to the Ocean - tegelijk zijn band kwijtraakt en zijn vriendin, met wie hij zou gaan samenwonen. 'Ik had mijn kamer al opgezegd.' En dus vond hij zichzelf ineens in de jongenskamer in zijn ouderlijk huis in Baarn; alleen met zijn gitaar, een Tsjechisch model, plastic microfoon (relikwie van zijn voorbije relatie) en een ouderwetse viersporenrecorder. In de ultieme omstandigheid, kortom, voor het schrijven van melancholische liedjes.


Na een halfjaar had hij 'genoeg voor een plaat'. Hij mailde iedereen, tot in L.A. aan toe, en zo gebeurde het dat hij in januari 2009 zijn vliegangst overwon om naar 'Hollywood' te gaan, een serieuze afspraak met producer Todd Burke ('Ben Harper, Jack Johnson, Red Hot Chili Peppers') op zak. Drie weken later vloog hij terug, nu met zijn debuutalbum op zak: zíjn liedjes opgenomen met drummer Joey Waronker ('R.E.M., Beck, Paul McCartney, Pink'), bassist Justin Meldal-Johnson ('Air, Macy Gray) en gitarist Brad Fernquist ('de gitarist van de Goo Goo Dolls!') en toetsenist Peter Adams (Tears for Fears).


Stuk voor stuk eigenlijk ook allemaal helden van hem. Maar waarom dan toch Jeff Tweedy, zanger van de Amerikaanse countryrockband Wilco? Simpel. Oskamp voelt zich verwant met Tweedy, muzikaal, natuurlijk, 'dat ligt er dik bovenop, met de akoestische gitaar in een rocksetting', maar ook in de manier waarop hij muziek beleeft. 'Hij is al zo lang bezig en daarin is hij zo gestaag aan het bouwen aan een oeuvre. Plaat na plaat blijft hij zich uitvinden. Als je kijkt naar zijn band nu, dan is die totaal anders dan vijftien jaar geleden. Na de derde plaat, Summerteeth (1999) ontsloeg hij de drummer en de gitarist omdat hij iets totaal anders wilde doen. Alles voor de muziek.'


De eerste keer dat hij Wilco hoorde, was op een mixtape, die hij voor zijn 17de verjaardag kreeg van de zanger van Taxi to the Ocean. Met daarop, hij weet het nog precies, twee nummers: Misunderstood en The Lonely 1. 'Wow, dat kwam toen zo direct binnen.'


'Echt verliefd' werd hij uiteindelijk in de Melkweg tijdens een concert. 'Ik wilde eigenlijk niet gaan, ik voelde me enorm verrot. Het was net uit met mijn eerste liefde, ik had liefdesverdriet en last van paniekaanvallen en ik dacht: laat maar. Uiteindelijk was het heel bizar want ze speelden maar met zijn vieren. De band was enorm uitgedund waardoor Tweedy zelf alle gitaarpartijen moest spelen, samen met de toetsenist die ook af en toe een gitaar pakte. Het was zó intiem.'


Wat ie toen ook zong: How to fight loneliness - Joast begint meteen te zingen. 'Toen ik dat hoorde, ging ik helemaal kapot! Een andere tekst van hem is You have to learn how to die, if you wanna feel alive. Dat kwam op dat moment echt zo hard binnen. Dat was precies wat ik moest horen.'


En zo zijn er wel meer van die teksten die hem bijblijven. Levenslessen zoals in de documentaire I'm trying to break your heart waarin Tweedy praat over liedjesschrijven als een ambacht. 'Hij dwingt zichzelf om elke dag te gaan zitten met zijn gitaar, omdat de kans op een goed liedje dan veel groter is dan wanneer je alleen gaat spelen als je een goed idee hebt. Aan zulke dingen klamp ik me vast. Ik schrijf dat ook op.'


Alles weet 'ie van hem ('hij heeft zijn hele leven al last van migraine') en hij volgt alles. Zo kwam hij er vorige week achter dat Tweedy weer soloshows gaat geven, en nu overweegt hij dus om speciaal daarvoor naar Toronto te vliegen: 'Dát is natuurlijk de Heilige Graal: Tweedy solo zien.' Maar hij voelt zich ook verwant. De kracht van Joast is ook kleinschaligheid en intimiteit. 'Tweedy denkt altijd vanuit het liedje, en daaromheen bouwt hij dan een band. Daarmee kleurt hij het liedje in, maar de band neemt nooit de overhand.'


Andere overeenkomsten: 'Tweedy was vroeger ook bassist in een bandje en hij is als leadzanger ook helemaal from scratch begonnen. En hij heeft ook paniekaanvallen, een soort stage fright, dus dan kijk ik hoe hij daarmee omgaat.' En hij heeft humor. 'Hij is helemaal zichzelf, houdt geen façade op en doorbreekt conventies. Daar hou ik van. Als 'ie tijdens een concert de tekst van een liedje niet meer weet, stopt 'ie gewoon met spelen en zegt ie: 'Nou heb ik dit nummer godverdomme al 9 miljoen keer gespeeld.'


'Je hebt natuurlijk heel veel artiesten die als ze succes hebben meer in rijkdom zwelgen dan dat ze mooie platen maken. Maar hij ontmaskert die mythe van de rockheld. Hij is altijd stug door blijven gaan en hij heeft heel langzaam een heel grote groep volgers opgebouwd, niet door hits, maar met zijn oeuvre. Een beetje op een jaren zeventig-manier. Dat lijkt mij ook te gek.'


Zo heeft Joast stiekem, voor zichzelf, ook al een heel scenario in zijn hoofd. 'Ik zet lijntjes uit en zie overal mogelijkheden', zegt hij. Met wie hij zijn volgende plaat wil maken, en met wie daarna, en hoe hij zichzelf ook steeds weer uit gaat vinden. Uiteindelijk wil hij natuurlijk met de meester zelf aan het werk. Al heeft hij ook een soort angst om hem te ontmoeten: 'Stel je voor dat er totaal geen chemie is.' Ondertussen heeft hij met iedereen om Wilco heen wel een keer contact gezocht. 'Ze zijn heel benaderbaar'. De regisseur van de documentaire I'm trying to break your heart. De ex-drummer, die hem vervolgens uit zichzelf mailde: ik wil een plaat met jou maken. En zijn management. 'Ik had met iemand afgesproken dat ik cd's zou opsturen, maar nu is diegene daar weg, dus moet ik het opnieuw proberen.'


Maar Tweedy zelf? Die kan hij vooralsnog niet vinden. 'Ik heb wel gezocht, maar hij is niet zo actief op internet. Ja, ik ben een soort stalker. Erg eigenlijk. Ik heb pas contact gelegd met zijn vaste fotograaf. Dus als daar wat uitkomt: dan ben ik écht nog maar een handshake away!'


Meer over