De jacht op ongeremde hormonen

Een overtrainde sporter kampt met hetzelfde probleem als een uitgebluste werknemer: ontregelde stresshormonen. Naar een simpel meetinstrument wordt naarstig gezocht....

door Ineke Jungschleger

HOE HERKENT een arts dat een sporter overtraind is? Hij komt niet op dreef, is lusteloos, moe en somber. 'Daar zie ik er minstens tien per dag van', zeggen de huisartsen aan wie Frank Nusse, bondsarts van de Koninklijke Nederlandse Schaatsenrijdersbond, bijscholing geeft over inzichten die voortkomen uit de sportgeneeskunde. De overtrainde sporter is er ongeveer hetzelfde aan toe als de patiënt met onduidelijke klachten die burned-out raakt als er niet wordt ingegrepen. Het aantal stresshormonen in bloed, urine of speeksel van de overtrainde sporter en de overspannen werknemer toont een frappante gelijkenis.

De sport schreeuwt om een simpel instrument waarmee trainers tijdig kunnen onderkennen of hun pupil goed bezig is dan wel over de schreef gaat. Ook keuringsartsen kijken daar reikhalzend naar uit. Eenderde van de 900 duizend arbeidsongeschikten in de WAO werd afgekeurd op grond van psychische klachten. Niemand weet precies wat hun mankeert. Inmiddels staat vast dat iemand die chronisch vermoeid of burned-out is sterke overeenkomsten vertoont met de topsporter die na één rondje niks meer kan.

Alle ogen zijn gericht op de onderzoeken naar de werking van stresshormonen. Onderzoekers van medische faculteiten zoeken aansluiting bij de sportwereld omdat daar het economisch belang van zo'n meetinstrument het grootst is. De sportkoepel NOCNSF is een belangrijke financier van wetenschappelijk onderzoek in de sportgeneeskunde. De conditie van een topsporter is meer onderzoeksgeld waard dan die van de gemiddelde werknemer.

'Dat kun je wel stellen', zegt dr. Judith Sluiter, verbonden aan het Coronel Instituut voor arbeid, milieu en gezondheid van de Universiteit van Amsterdam. Sluiter promoveerde vorig jaar op een proefschrift over werkbelasting. Voor haar onderzoek gebruikte zij als indicatoren van belasting de stresshormonen adrenaline, cortisol en noradrenaline.

Zij volgde chauffeurs en verpleegkundigen van de ambulancedienst van de Amsterdamse GG en GD bij spoedritten en liep mee met personeel van de bloemenveiling in Aalsmeer en de vuilnisdienst in Amsterdam. Bij hen werden gedurende hun werk en in hun vrije tijd de stresshormonen in de urine gemeten. De werknemers van de ambulancedienst stopten vlak voor en na spoedritten wattenstaafjes in hun mond om de uitscheiding van cortisol in het speeksel te meten.

Sluiters concludeert dat de overeenkomst met de resultaten van onderzoeken in de sportwereld intrigerend is. 'Bij chronische vermoeidheid vind je dezelfde uitputting van het hormonale systeem als bij overtraining. In de sport wordt geobserveerd wat er precies met mensen gebeurt als de training wordt opgevoerd. Op een gegeven moment wordt niet beter gepresteerd, integendeel, de sporter knapt af. In de werkwereld wordt de productie gemeten, verder niets.'

In de sportwereld wordt gesproken over overreaching, een lichte vorm van overtraining, die met een aantal dagen rust voorbij is. Als een trainer dat bijtijds ziet, kan veel ellende worden voorkomen. 'Het oog van de trainer is erg belangrijk', zegt Nusse, de sportarts van de schaatsers. 'Er zijn uiteindelijk weinig sporters overtraind. Als het toch zover komt, is het moeilijk toe te geven. Topsporters willen altijd presteren en kunnen moeilijk afhaken. ''Hij zal wel de ziekte van Pfeiffer hebben of een virusinfectie'', wordt dan vaak gezegd. Maar als je weinig of niks vindt wat zo'n ziekte bevestigt, kun je er niet omheen vast te stellen dat zo iemand overtraind is.'

Slaapproblemen, prikkelbaarheid, emotionele labiliteit en vermoeidheid die niet overgaat: het wordt steeds duidelijker dat ontregelde stresshormonen een belangrijke rol spelen in het proces dat leidt tot uitputting. Hormonen die in hun normale doen zorgen voor de extra stoot energie, nodig voor een bijzondere inspanning, worden schadelijk voor het lichaam wanneer ze te vaak en te lang hun aanjagende functie moeten vervullen. Hoe dat werkt, is nog maar voor een deel bekend.

DE FUNCTIE van het hormoon cortisol is suiker vrijmaken en daardoor energie. Naast de 'gewone' activiteitshormonen adrenaline en noradrenaline, wordt cortisol extra aangemaakt om nieuwe, spannende of onplezierige situaties aan te kunnen. 'De mens is een gewoontedier', zegt Sluiter. 'Als je weet wat er van je wordt verwacht en wat je kunt, herstelt de hormoonbalans zich na de inspanning. Zodra mensen onzeker zijn omdat ze in een nieuwe situatie komen, stijgt het cortisol. Dat gebeurt ook als ze in een omstandigheid komen die ze al kennen, maar waarmee ze een negatieve ervaring hebben. Als je bang bent voor je baas, stijgt het cortisol iedere keer dat je met hem te maken krijgt.'

Sluiter mat de hartslag en de uitscheiding van stresshormonen bij ambulancepersoneel dat met spoed uitrukte en vroeg naar de ervaren stress. Zij stuitte op een opmerkelijk verschil tussen ritten waarbij de situatie bij aankomst meeviel en die waar een kritieke toestand werd aangetroffen. 'Bij steek- en schietpartijen en hartaanvallen waarbij de patiënt in de ambulance moest worden gereanimeerd of overleed, was 30 minuten na terugkomst de stress nog steeds hoger dan voordat ze op pad gingen.'

Zolang het lichaam alleen meer van die hormonen produceert om een situatie op te lossen, is er geen probleem. Een nacht slecht slapen omdat de opwinding niet wegebt, leidt niet tot blijvende schade. Nooit uitgerust zijn wél. Wie de alledaagse inspanning door gebrek aan energie niet meer aankan, maakt extra stresshormonen om dingen het hoofd te bieden die voorheen op de automatische piloot gingen.

'Het gaat om het herstel', zegt Sluiter. 'Wanneer moet het afgelopen zijn met het extra aanjagen? Het ziet ernaar uit dat het een continuüm is: opgejaagd, doorrennen, verder opjagen en dan in elkaar storten.' Bij sporters laat het lichaam het afweten. Op de werkvloer gaat het sluipenderwijs. Sluiter: 'Het uitputtingsproces lijkt meestal vergevorderd tegen de tijd dat bij iemand burn-out wordt geconstateerd.'

De geneeskunde heeft van het wetenschappelijk onderzoek in de sportwereld geleerd dat bewegen beter is voor het herstel van vrijwel alles dan langdurige bedrust. Dat geldt ook voor mensen die burned-out zijn. Of, zoals psychotherapeut en analytica Sonja van Zweden het noemt: lijden aan chronische stress.

'Naarmate de uitputting toeneemt, van overwerkt naar oververmoeid en overspannen, is er een cascade van klachten die uiteindelijk leiden tot depressie, angst aanvallen en andere dingen die gekwalificeerd zijn als psychiatrische ziektebeelden. Daar komen ze mee bij de dokter, die het eindbeeld van de roofbouw ziet en concludeert: dit is een neurotische persoonlijkheid die doorverwezen moet worden voor psychotherapie.'

Zelf heeft ze mensen die op deze manier bij haar kwamen langdurig behandeld met gesprekstherapie. 'Sinds het mij zelf overkomen is, vijftien jaar geleden, weet ik dat je te uitgeput bent om iets te kunnen met wat het arsenaal van de psychotherapie aanbiedt. Door iemand in deze toestand tot inzicht te willen brengen, door te focussen op de problemen, voeg je extra stress toe.'

Toen ze zelf ziek werd, begon ze alles te lezen wat er te vinden was over de neurologische en hormonale kenmerken van surmenage, de term die internationaal werd gebruikt voordat burn-out in zwang kwam. Door haar opleiding in de exacte kant van de psychologie, de functieleer, had ze de achtergrond om dit soort wetenschappelijk onderzoek te kunnen lezen.

'Ik heb het op een rijtje gezet en mijn conclusies eruit getrokken. We hebben te maken met het effect van neuro-hormonale ontregeling ten gevolge van roofbouw. Die ontregeling heeft de neiging zichzelf in stand te houden. Als het lang genoeg duurt, past het systeem zich aan. Als het tekort aan herstel chronisch wordt, gaan mensen stresshormonen overproduceren. Dat is slecht voor alles.'

Van Zweden heeft een behandeling ontwikkeld om de neuro-hormonale vicieuze cirkel te doorbreken en het herstel op gang te brengen. Uit de cursussen die zij geeft is een netwerk van ruim honderd psychotherapeuten voortgekomen die hun ervaringen met burned-out patiënten uitwisselen.

Het feit dat zij vijftien jaar geleden al de richting insloeg die nu toonaangevend wordt, berust volgens Van Zweden op toeval. 'Ik was ziek, dus gemotiveerd, en ik had de tijd doordat ik ziek was. Daarvoor werkte ik dag en nacht.'

Daarbij komt dat de gemiddelde medicus of psychotherapeut niet goed onderlegd is voor het lezen van experimenteel onderzoek. 'Het zijn twee werelden die door een enorme kloof gescheiden zijn', zegt Van Zweden. 'Dat is heel erg. Omdat er geen goed medisch concept is met meetbare klachten, slaat de pendule de andere kant op. Er wordt steeds vaker verkondigd dat mensen met psychische klachten niet echt ziek zijn, maar gewoon problemen hebben die alleen opgelost kunnen worden door en in het werk. Een in de politiek populaire stelling die strijdig is met de praktijk.'

Meer over