De Israëlische kiezer is ook maar een mens

Toen Barack Obama maandag na zijn beëdiging weer het Capitool binnenging, draaide hij zich om naar de Mall en nam nog één keer de aanblik van de wuivende mensenmenigte in zich op.

Hij deed dat in de wetenschap dat zich voor zijn presidentiële ogen nooit meer zo'n massale eruptie van enthousiasme zou afspelen, zei hij zelf. Ik dacht erbij: het is na de hooggestemde woorden van zijn inauguratierede ook een laatste shot euforie voordat zich morgen alweer de eerste reality check aandient.

Dinsdag waren namelijk de Israëlische verkiezingen en alles wees erop dat premier Benjamin Netanyahu, met wie Obama de afgelopen vier jaar zo veel te stellen heeft gehad, zich zou weten te verzekeren van een versterkte rechtse meerderheid. Waarmee Israël voor de Amerikaanse president een nog balsturiger speler zou worden in een regio waar het taaie ongerief al zo hoog ligt opgestapeld.

Maar de Israëlische kiezer had weer eens een verrassing in petto, met dank aan de onvolkomen opiniepeilingen. Netanyahu's Likud-Beitenu-alliantie kwam weliswaar als grootste uit de bus, maar zag haar aanhang met bijna een kwart slinken.

De grote winnaar van de verkiezingen is Yesh Atid, de nieuwe centrumpartij van tv-presentator Yair Lapid, die in één klap de tweede politieke groepering van het land is geworden. In plaats van een nog groter rechts-reli- gieus blok krijgt Israël een parlement waarin rechts en centrum-links (met inbegrip van de Arabische partijen, die overigens bij de regeringsvorming altijd aan de zijlijn staan) elkaar in evenwicht houden.

Dit precaire krachtenveld dwingt Netanyahu om zaken te doen met een of meer centrum-linkse partijen. Dat zou hij waarschijnlijk toch al hebben gedaan, omdat hij liever niet de gevangene is van de religieuze partijen, die de gewoonte hebben om buitensporige privileges te eisen in ruil voor steun aan een regering. Maar nu komt er een heilig moeten bij, waardoor Lapid en eventuele andere centrum-linkse onderhandelaars hogere eisen kunnen stellen.

In een eerdere column heb ik mij erover verbaasd dat het in de Israëlische verkiezingscampagne zo weinig ging over de grote thema's die zich aan het land opdringen: de Palestijnse kwestie, de woelingen in de Arabische wereld, het nucleaire programma van Iran (door Netanyahu bestempeld tot 'existentiële dreiging').

Liever spraken de politici over beter betaalbare woningen en kleinere klassen. En de kiezers wekten ook de indruk dat ze het bij voorkeur daarover wilden hebben. Hetgeen tot uitdrukking komt in de uitslag, want het is bij uitstek de partij van Lapid die de dagelijkse besognes van met name de middenklasse tot inzet van de campagne heeft gemaakt.

Het geeft natuurlijk te denken dat een land waar stormen omheen razen, liefst de ogen lijkt te willen sluiten voor de boze buitenwereld. Maar je kunt de campagne en de uitslag ook zien als een teken van 'normalisering': de Israëlische kiezer is in wezen niet zo verschillend - en wil ook niet zo veel verschillen - van de kiezer in andere westerse democratieën.

Bijna alle verkiezingen van het afgelopen jaar draaiden om de economie en om binnenlandse kwesties: dat was het geval bij de presidentsverkiezingen in Frankrijk, de parlementsverkiezingen in Nederland en de slag om het Witte Huis. Het is ook geen toeval dat er van de negentien minuten die Obama's inauguratierede duurde welgeteld één ging over het buitenland.

Komt er een bredere coalitie in Jeruzalem - wat overigens nog een hels karwei zal zijn gezien de diepe kloof tussen religieus-rechts en centrum-links - dan mag de regering-Obama verwachten dat Israël zich weer wat meer gelegen zal laten liggen aan wat de grote bondgenoot in Washington wel en niet wil. Maar ik betwijfel zeer of dit op afzienbare termijn zal leiden tot bijvoorbeeld een nieuw diplomatiek initiatief om het Israëlisch-Palestijns vredesproces nieuw leven in te blazen. Aan Amerikaanse kant begint de animo daarvoor af te nemen. Qua strategisch belang staat het Midden-Oosten niet meer op eenzame hoogte en de Amerikanen hebben al hun handen vol aan crisisbeheersing.

Centrum-links in Israël staat wel meer open voor hernieuwd vredesoverleg met de Palestijnen dan de Likud c.s., maar hoge prioriteit heeft het niet. Dat weerspiegelt de stemming in het land. Hoewel een meerderheid in theorie nog steeds de twee-statenoplossing accepteert, denken zeer weinigen dat er met de Palestijnen momenteel zaken kunnen worden gedaan. En men ziet een Arabische wereld vol turbulenties, wat ook al geen aanmoediging is voor haastige stappen.

Net zoals de campagne dicht bij huis bleef, heeft de uitslag vooral een binnenlandse betekenis. Maar als die betekenis erin ligt dat het religieuze kamp een toontje lager moet zingen en er de nodige ideologische kou uit de Israëlische lucht gaat, dan is dat bepaald geen kleinigheid.

undefined

Meer over