De invloed van geheimzinnige middeleeuwse lanen Eindelijk mag Jihlava trots zijn op zijn beroemde zoon Gustav

Geboren is hij er niet, maar hij heeft er wel zijn jeugd doorgebracht. In Jihlava, een treurige provinciestad in het Moravische deel van Tsjechië, dat in Gustav Mahlers tijd nog op zijn Duits Iglau heette....

CEES ZOON

ZNOJEMSKA IS een vol en vies doorgaansstraatje waar de uitlaatgassen nimmer opstijgen. Aan de ene kant loopt het uit op het centrale plein van de stad, dat net als ontelbare pleinen in dit land kortelings is omgedoopt en de naam van Tsjechoslowakije's eerste president Masaryk draagt. De andere kant leidt naar de zuidelijke uitvalsweg en een vallei die ooit idyllisch geweest moet zijn.

Ongeveer in het midden, naast een winkel in religieuze snuisterijen, staat een bouwval. Het pand onderscheidt zich van de overige gehavende gebouwen in de straat door een fors bord aan de gevel. Een opschrift in het Tsjechisch en in het Duits: 'Hier ontstaat als bijdrage aan een betere verstandhouding tussen Tsjechen, Duitsers en joden het ontmoetingscentrum Gustav Mahler Haus.'

Gezien de staat van volkomen verval van het huis zal het nog wel even duren voor hier ontmoet kan worden. Dat hebben ook de initiatiefnemers van het centrum bedacht. Het plan om een permanente expositie in te richten in het huis waar Gustav Mahler de eerste vijftien jaar van zijn leven sleet, moest gewijzigd worden.

Het alternatief is echter uiterst bevredigend. De Tsjechisch-Duitse stichting heeft een historisch pand om de hoek op de kop getikt, dit met Duitse Gründlichkeit gerestaureerd, en gevuld met foto's en documenten die een mooi beeld geven van Mahlers kinderjaren.

Jihlava, een wat treurige provinciestad in het Moravische deel van het land, zo'n 130 kilometer ten zuid-oosten van Praag, heeft haar beroemdste zoon eindelijk herontdekt. Het is een stad die ook enkele opmerkelijke raakvlakken met Nederland heeft. Hier zag rijkscommissaris Seyss-Inquart het levenslicht. En het is de eerste plaats in Oost-Europa waar Albert Heijn na de val van het communisme een supermarkt begon.

Gustav Mahler werd geboren op 7 juli 1860 in Kaliste, een puur Tsjechisch dorp in een verlaten uithoek van Moravië. Drie maanden later al verhuisde het gezin Mahler naar Jihlava, dat in die dagen nog op zijn Duits Iglau heette.

Het is waar dat hij niet ter wereld kwam in Iglau, maar het is wel de stad waar hij werd gevormd, stelt de conservator die de expositie heeft ingericht: 'Hier zette hij zijn eerste stappen als kind, beleefde hij de vreugde en het verdriet van de kindertijd, volgde hij zijn schoolopleiding. Hier had hij zijn eerste liefdes, legde hij de basis voor zijn muzikale opleiding en had hij de eerste succesvolle publieke optredens.

'De omgeving van het Duitstalige Iglau was van grote invloed op zijn talent: de geheimzinnigheid van de middeleeuwse lanen, de kleurrijke atmosfeer van de markten, de schoonheid van de natuur in de omgeving. Allemaal invloeden die zich wel moesten weerspiegelen in zijn latere werk.'

Sinds Mahlers dood in 1911 had Jihlava Gustav zo goed als genegeerd. Een zuinig herdenkingsconcert begin jaren dertig, meer kon er niet af. Tijdens de communistische dictatuur, die niet geinteresseerd was in het vergroten van de populariteit van de joodse kunstenaar, verdween hij bijna geheel uit beeld. De enige uitzondering was de onthulling, ter gelegenheid van zijn honderdste geboortedag, van een bronzen plaquette van de hand van Milan Knobloch. Die Mahler-kop zit nog altijd in de muur van het afgebrokkelde huis in Znojemka.

De ontkenning is inmiddels omgeslagen in verering. Het is Mahler voor en Mahler na in Jihlava. Overal zijn de verwijzingen naar het genie te vinden. Aan beide zijden van het centrale plein, dat zo'n belangrijke rol speelde in Mahlers jeugd, komt de naam steeds terug. Op het plein zelf worden de historische panden voorzichtig opgeknapt en in verse pastel geverfd. Al is het aangezicht voorgoed verziekt door een grauw bouwwerk dat als een communistische meteoriet in het hart van de ruime vlakte is ingeslagen.

Het woonhuis in Znojemka, het museum om de hoek, de St. Jacobs-kathedraal waar Gustav in het koor zong, het stadstheater waar hij voor het eerst optrad. Van de synagoge, die kort na de komst van de Mahlers werd gebouwd en die ook Gustav bezocht, rest niets meer dan een herdenkingsplaat: de tempel werd in 1939 door de nazi's geplunderd en platgebrand. De stad heeft Mahler zelfs geëerd door het splinternieuwe hotel in het voormalige dominicanenklooster naar hem te vernoemen.

Het gezin Mahler verruilde kort na Gustavs geboorte Kaliste voor Iglau, dat toen 25 duizend inwoners telde, in overgrote meerderheid Duitsers. Iglau ging door voor een Duits taaleiland in de Tsjechische provincie van het Habsburgse rijk. De verhuizing was mogelijk door de liberalisering in Wenen, die onder meer joden in staat stelde zich vrij te vestigen.

Vader Bernard Mahler opende in Iglau een nering in spiritualiën met eigen distilleerderij, waaraan een kroeg werd toegevoegd. Bernard was een hard werkende, dominante man met een neiging tot grofheid en geweld. Getuige daarvan is zijn omvangrijke politiedossier met boetes voor allerhande vergrijpen, van vechtpartijen en belediging van de straatagenten tot illegale handelspraktijken en het misbruiken van prostituées.

Aan de andere kant stond Gustavs moeder Marie, een gevoelige en fysiek zwakke vrouw met een aangeboren hartafwijking. Haar lichamelijke en psychische toestand werd verder ondermijnd door de reeks kinderen die zij ter wereld bracht. In twintig jaar tijd baarde zij er liefst veertien. Acht van hen stierven op jeugdige leeftijd.

Gustav trok meer naar zijn moeder en was ernstig aangedaan door de vaak heftige ruzies tussen zijn ouders, die hij ontvluchtte door op straat of in het nabijgelegen bos zijn heil te zoeken. De lange rij sterfgevallen van zijn broertjes en zusjes tekende hem voor het leven.

De kroeg van zijn vader vormde Gustavs eerste kennismaking met de muziek: de drinkliederen werden hem met de paplepel ingegoten. De legende wil dat zijn eerste betaalde compositie er een in dit genre was: in opdracht van zijn vader en tegen een kleine vergoeding componeerde hij als zevenjarige een drinklied dat bleek aan te slaan bij de kroegtijgers.

Verhalen over Mahlers eerste stappen in de muziek zijn er legio en ze worden in Jihlava allemaal breed uitgemeten. Vier jaar oud zou hij op de zolder van het huis van zijn grootvader een piano hebben ontdekt, waarvan hij niet meer was weg te slaan. Hij zou als kind het mannenkoor in de synagoge het zwijgen hebben opgelegd en vervolgens zelf een lied ten gehore hebben gebracht. En als kleuter zou hij met zijn trekharmonica concerten hebben verzorgd voor de vrouwen op de markt om de hoek van zijn ouderlijk huis.

IGLAU BLEEK een stad die stimulerend werkte voor de muzikale ontwikkeling van Gustav. De stad had een aardige muziektraditie: van de eerste zangschool werd al in 1571 gewag gemaakt. In het begin van de negentiende eeuw genoot de lokale moderne Musikverein enige reputatie.

In 1852 richtte Jindrich Fischer, een muziekleraar en de dirigent van het koor in de St. Jacobskathedraal, een Männer-Gesang-Verein op, die niet alleen in de kerk, maar ook bij publieke ceremonies acte de présence gaf. Met Fischers zoon Teodor, een klasgenoot, zong Gustav Mahler in de St. Jakob, waardoor hij ook vertrouwd raakte met het ritueel van de katholieke mis.

Bernard Mahler had inmiddels het muzikale talent van zijn zoon onderkend en een piano voor hem gekocht. De jongen werkte een serie leraren af om uiteindelijk in handen te vallen van Jan Brosch. Onder diens leiding maakte hij zulke snelle vorderingen dat hij, tien jaar oud, op 13 oktober 1870 voor het eerst optrad, in Iglau's stadstheater. De plaatselijke krant Vermittler was zo onder de indruk dat zij Gustav kwalificeerde als de 'nieuwe grote virtuoso'.

Muziek was er alom in het Iglau van Mahlers kinderjaren. 'Hij was vaak in de gelegenheid muziek te horen in de St. Jacobskerk, waar oratoria en andere soort kerkmuziek als Mozarts Requiem ten gehore werden gebracht', vertelde zijn vriend Teodor Fischer later in een herdenkingsrede. 'Lokale orkesten traden op, amateurgezelschappen voerden opera's op, op gezette tijden kwam er een heel goed opera-gezelschap naar de stad, en als bezoeker van dirigent Fischers huis deed Gustav Mahler tal van muzikale ideeën op.'

De Tsjechische volksmuziek was springlevend, in de kroeg thuis waren er de drinkliederen. En dan was er nog een ander muziekgenre dat dominant aanwezig was in Iglau en dat een blijvende invloed had op Gustav Mahler: de militaire muziek. 'Zijn verbeelding werd gestimuleerd door de levendige drukte van een garnizoen, waarvan de signalen later opdoemden in zijn liederen en andere composities.'

Sinds het jaar 1751 was Iglau een garnizoensplaats. Vanaf 1794 was het voormalige dominicanerklooster in de Krisova-straat permanent ingericht als kazerne. Die werd slechts door het grote plein gescheiden van Gustavs ouderlijk huis. In hetzelfde pand is nu het nieuwe Hotel Gustav Mahler ondergebracht.

Tijdens Gustavs kinderjaren was een keur van legereenheden in Iglau ondergebracht. In het oorlogsjaar 1866 zelfs een Pruisisch garnizoen, maar normaliter troepen uit het veelvolkerenrijk der Habsburgers: Oostenrijkers, Hongaren, Kroaten. De troepen werden niet alleen bewonderd om hun kleurige uniformen, maar ook om de muziek die zij ten gehore brachten.

In de tweede helft van de negentiende eeuw werden de militaire kapellen in het hele Habsburgse rijk opgewaardeerd. Naast hun oorspronkelijke functie van het begeleiden van de ten strijde trekkende troepen traden ze op in nieuwe rollen, bij een stijgend aantal festiviteiten en publieke bijeenkomsten. Zo drongen zij ook in Iglau het culturele leven binnen en wonnen aan populariteit. De van oorsprong kleine kapellen werden uitgebreid met dezelfde instrumenten als de hedendaagse kapellen.

Gustavs belangstelling werd gewekt door de klanken van de hoornblazer en de drummer tijdens marsen en rituelen als het réveil. Hij werd zo gegrepen dat hij geen optreden van de hele groep miste, bij parades, begrafenissen en promenade-concerten. De grote sterren daarbij waren dirigent Jan Opelt en de solo-trompettist Feldwebel Frantisek Trnka.

Dit alles heeft een blijvende invloed op Gustav Mahler gehad. Militaire ritmen en signalen zijn te horen in tal van Mahlers liederen, zoals Tambour, Geselle, Der Schildwache Lied, Der Gefangene im Turm en Wo die schönen Trompeten blasen. Bovendien duiken ze op in bijna alle symfonieën van de meester.

De veelheid van muziekvormen die het Iglau van Mahlers jeugd kende, zijn bepalend geweest voor zijn ontwikkeling. De stad stijgt soms direct op uit zijn muziek. Zo is het, zei de componist over zijn Zevende Symfonie, die in 1908 in Praag in première ging:

'Hören Sie? Das ist Polyphonie, und da hab' ich sie her! Schon in der ersten Kindheit im Iglauer Wald hat mich das so eigen bewegt und sich mir eingeprägt.'

Meer over