Reportage

‘De invasie van Nederlanders heeft in Antwerpen goedgemaakt wat door corona kapot was gegaan’


Een Nederlandse student sjeest door de Meir, een winkelstraat in het centrum van in Antwerpen. Hij doet met een stel vrienden een dagje Antwerpen vanuit Hengelo. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Een Nederlandse student sjeest door de Meir, een winkelstraat in het centrum van in Antwerpen. Hij doet met een stel vrienden een dagje Antwerpen vanuit Hengelo.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

In Antwerpen rinkelt de kassa non-stop door de Nederlanders die er komen winkelen en borrelen. Deze zeuren weliswaar over mondkapjes, maar na twee zware jaren zijn ze meer dan welkom.

Sacha Kester

Hoe druk het was? Tom Michels schudt even met zijn hoofd en kreunt zachtjes: ‘Amai.’ De afgelopen weken, toen Antwerpen massaal door Nederlanders werd bestormd, stond er constant een meterslange rij voor zijn kassa. ‘Ik werk al jaren in de retail, maar zoiets heb ik nog nooit meegemaakt.’

Het is verleidelijk: terwijl de winkels in Nederland wekenlang moesten sluiten, en de horeca ook de komende tijd nog geen centimeter ruimte krijgt, kun je in België gewoon inkopen doen, lekker uit eten gaan en daarna een biertje drinken. Voor de meeste Nederlanders is het maar een klein stukje reizen naar Antwerpen, Brugge, of Gent – steden waar zij toch al graag komen – en ondanks de oproep van zowel zowel premier Mark Rutte als Cathy Berx, de gouverneur van Antwerpen, om weg te blijven, zitten de treinen richting Antwerpen mudvol en rijden er overal in de stad auto’s met gele nummerborden.

Deze week is het rustiger dan tijdens de kerstvakantie, maar op de Meir, de grote winkelstraat met zaken als Zara, H&M en Primark, hoor je nog steeds veel Nederlands met een noordelijke tongval. ‘We zijn vanmorgen om 8 uur uit Hengelo vertrokken’, vertelt de 17-jarige student Finn de Jong vrolijk. ‘Juist dankzij al die nieuwsberichten over ‘te druk, te vol in Antwerpen’, beseften wij dat het hier open is. En er is he-le-maal niets te doen bij ons thuis, dus we dachten: wij gaan gewoon!’

Ze zijn van harte welkom, zegt Michels, filiaalhouder van 4Geeks. De slanke man (32) met sluik haar staat stralend in de enorme winkel waar hij merchandise verkoopt van alles wat er op een scherm voorbij komt: Batman-badjassen, een Star Wars-popcornmachine en – de grootste hit volgens Michels – Funko POPS: kleine poppetjes met een groot hoofd die Jimi Hendrix, Harry Potter of een van de vijfduizend andere helden moeten voorstellen. ‘Deze invasie van Nederlanders heeft voor ons alles goedgemaakt wat er vorig jaar door corona is kapot gegaan.’

De Nederlanders zijn van harte welkom bij Tom Michels, filiaalhouder van 4Geeks in Antwerpen.   Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
De Nederlanders zijn van harte welkom bij Tom Michels, filiaalhouder van 4Geeks in Antwerpen.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

De cijfers zijn indrukwekkend. Tijdens de eindejaarsperiode draait Michels normaal gesproken 3.000 euro omzet per dag, en de afgelopen weken heeft hij dagelijks 10.000 tot 12.000 euro binnengehaald. Eenzelfde geluid klinkt bij andere winkeliers in het centrum van Antwerpen: de Nederlanders hebben de kassa non-stop doen rinkelen. ‘Het zijn goede klanten’, glimlacht Patrick Beunckens van schoenenwinkel Ken. ‘Terwijl een Vlaming lang kan twijfelen en uiteindelijk één paar schoenen koopt, beslist een Nederlander snel en neemt drie, vier paar mee naar huis.’

Discussie aangaan

Waar alle middenstanders het ook over eens zijn, is dat niet alle Nederlander zich aan de regels houden. ‘Ze dringen gewoon naar binnen als we al aan het maximum aantal klanten zitten dat onze zaak mag betreden’, vertelt Daisy Lebegge van Neuhaus, de uitvinder van de Belgische praline, met zachte stem. ‘En ze zijn ook niet zo trouw in het dragen van een mondmasker.’ Wat vooral vervelend wordt gevonden: als je er iets van zegt, gaan sommige Nederlanders een discussie met je aan. Dat ze niet lekker kunnen ademen met zo’n ding, dat ze geen ‘schapen’ zijn, of dat ze niet geloven dat het werkt om de verspreiding van het virus tegen te houden. Terwijl een winkelier 750 euro boete krijgt voor elke persoon die zonder mondkapje in zijn zaak staat. De klant moet 250 euro betalen – en dat moet allemaal direct afgerekend worden.

De extra omzet is na twee zware jaren wel nodig ook, zegt Chiel Sterckx van de Unie voor Zelfstandige Ondernemers (Unizo). ‘Er zijn in België harde klappen gevallen. Veel zaken hebben hun deuren moeten sluiten en de overlevers likken nog steeds hun wonden.’ Volgens de cijfers van Unizo is er mede dankzij de Nederlanders in de eerste week van het nieuwe jaar 10 procent meer omzet gedraaid dan normaal. Dat is een gemiddelde voor heel Vlaanderen: in de steden en langs de grens bracht de Hollander extra geld binnen, maar de rest profiteert hier niet van mee.

Aan het begin van de pandemie werden er in België juist strengere maatregelen getroffen dan in Nederland, en in totaal zijn winkels daar vier maanden dicht geweest. De horeca is zwaarder getroffen: die moest zeven maanden lang de deuren sluiten. Het personeel ging in die periode in Tijdelijke Werkloosheid, wat betekent dat ze een uitkering (70 procent van hun salaris) kregen en de werkgever geen loonkosten had. Die kreeg daarbij, onder voorwaarden, een tegemoetkoming van enkele duizenden euro’s. Als werkgevers een omzetverlies van 40 procent konden aantonen, werd daarvan een deel door de overheid gecompenseerd.

Bij brasserie het Groene Hart in Antwerpen zitten veel Nederlanders op het verwarmde terras.  Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Bij brasserie het Groene Hart in Antwerpen zitten veel Nederlanders op het verwarmde terras.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Het is hier beter geregeld dan in Nederland, zeggen Rogier Jongeneelen (34) en zijn vriendin Irene Smans (36). Zij kunnen het weten, want ze hebben twee zaken in Breda en een restaurant aan de Groenplaats in het centrum van Antwerpen, Het Groene Hart. Daar zit het terras nu vol. Er wordt gegeten, er komen dienbladen met shotjes voorbij en er wordt meegezongen met Banger hart van Rob de Nijs.

Nieuwe energie

‘De afgelopen weken waren waanzinnig’, vertelt Jongeneelen. ‘We zaten van half 10 ’s morgens tot 11 uur ’s avonds vol en mensen stonden soms drie kwartier in de rij te wachten op een tafeltje.’ Maar wat vooral zo fijn was, zegt Smans, is die sfeer van opgetogen mensen, die met wildvreemden aan de tafel naast hen een feestje bouwen. ‘Je merkt dat iedereen erdoorheen zit en opgelucht is als ze hier weer even normaal kunnen doen. Dat is niet alleen leuk voor de omzet, maar vooral voor ons gemoed. Je wilt ondernemen, en van al dat enthousiasme om je heen krijg je na zo’n zware tijd zelf ook weer energie.’

Meer over