De intrigerende documentaires van Errol Morris

De films van IDFA-hoofdgast Errol Morris zijn koppige zoektochten naar de waarheid. Kevin Toma ontleedt zijn originele en intrigerende werkwijze. Kent u de Interrotron al?

Errol Morris Beeld Getty images
Errol MorrisBeeld Getty images

Het gebeurt niet snel dat een documentairemaker met zijn werk een tot levenslang veroordeelde gevangene vrij krijgt. Errol Morris lukte het, met zijn meesterwerk The Thin Blue Line (1988). Niet hoofdverdachte Randall Adams maar David Harris loste die novembernacht in 1976 dodelijke schoten op politieagent Robert Wood. Ooggetuige Emily Miller loog in haar belastende verklaringen. The Thin Blue Line bewees zowel het een als het ander en werd de directe aanleiding voor een herziening van de zaak. Waarop Adams, na twaalf jaar gevangenisstraf, alsnog vrij kwam.

Bespaar Errol Morris (Hewlett, 1948) dus het cliché dat de waarheid niet bestaat. Robert Wood werd gedood door vijf kogels en het was David Harris die schoot, punt uit. 'Voor mij is de waarheid absoluut', zegt Morris op de Amerikaanse Blu-ray van The Thin Blue Line. 'Maar dat betekent nog niet dat we haar ook kunnen kennen.'

undefined

null Beeld x
Beeld x

Paradox

Die paradox is wat de films van Errol Morris, hoofdgast van dit IDFA, vaak zo intrigerend maakt. Koppige zoektochten naar de waarheid zijn het. Snuffelend en tastend probeert Morris tot de kern van het verhaal te komen. Een film van hem kan net zo makkelijk draaien om de betekenis van dierenbegraafplaatsen (zijn debuut Gates of Heaven, 1978) als om een vrouw die haar mormoonse geliefde ontvoerde (Tabloid, 2010), of om Donald Rumsfelds excuus voor de Amerikaanse invasie in Irak (The Unknown Known, 2013). Wat het onderwerp ook is, steeds benadrukt Morris hoe glibberig en onvoorspelbaar zulke zoektochten naar de waarheid zijn.

Morris' films zijn herkenbaar in hun stijl en opbouw: meestal worden de pratende hoofdpersonages afgewisseld met vernuftige verbeeldingen van de door hen beschreven gebeurtenissen. Morris gebruikt graag bestaand filmmateriaal en animaties om bepaalde uitspraken te benadrukken: stelt een personage zijn verklaring bij of bieden de sprekers tegenstrijdige perspectieven op dezelfde gebeurtenis, dan verandert daarmee ook Morris' enscenering van de feiten.

Zo toont The Thin Blue Line herhaaldelijk de moord op de politieagent, maar telkens met gewijzigde details. De nagespeelde personages rijden eerst in een gestolen Chevrolet Vega, vervolgens in een Mercury Comet; in een vroege versie van het verhaal zit Adams achter het stuur, in een latere Davis. Met zulke destijds hoogst ongewone ensceneringen rekte Morris de grenzen op van het genre documentaire: ook een documentairemaker, zo bewees Morris, hoeft zich niet te beperken tot een zo objectief mogelijke registratie van de werkelijkheid. Het blijft ontzettend spannend en hypnotiserend hoe The Thin Blue Line met al die verschuivende reconstructies de gedachtengangen van de personages volgt.

undefined

null Beeld x
Beeld x

Moord en dood

Moord en dood zijn de leidmotieven in het werk van de Amerikaanse filmmaker Errol Morris. Als student filosofie interviewde hij al veroordeelde seriemoordenaars. De eerste: Ed Gein, de man die model stond voor Norman 'Psycho' Bates. Wat hem aan het thema fascineert, vertelde hij ooit in een interview, is dat 'moord ons steeds weer dwingt vragen over onszelf en anderen te stellen. Vooral die ene vraag: 'Zijn moordenaars zoals wij?' Of: 'Zou ik ook zoiets kunnen doen, of aan zulke dingen kunnen denken?' (...) Ik hou van moreel complexe vragen, van vragen die moeilijk of zelfs onmogelijk te begrijpen zijn.'

Sterke invloed

Als toeschouwer voel je je dan al snel een detective, en dat is bij de films van Morris een toepasselijke associatie. Morris, opgeleid als historicus met enkele universitaire uitstapjes naar filosofie en wetenschapsgeschiedenis, zat na zijn geflopte eerste twee films, Gates of Heaven en Vernon, Florida (1981) financieel omhoog; de enige baan die hij naar eigen zeggen kon krijgen was die van privédetective. 'Ik denk dat ik een geboren speurder ben', zei hij in 2014 tegen de Engelse krant The Daily Telegraph. 'Zodra je me loslaat begin ik te graven en krabben, gaten te maken, vloerplanken los te trekken en met mensen te praten.'

Het detectivewerk had een sterke invloed op Morris als filmmaker. Een van de effectiefste detective-technieken die hij leerde, was bij mensen aanbellen, zwaaien met zijn badge en zeggen 'dat ik u heus niet hoef te vertellen waarom ik hier ben', aldus de filmmakers in 2012 tegen journalist Ron Rosenbaum. Overvallen door zulk detectivegebluf begon menig persoon meteen te praten en de interessantste geheimen te verklappen - zonder verdere dwang of chantage.

Hierdoor geïnspireerd ontwikkelde de cineast Morris wat hij zelf de 'shut-up-and-listen school of interviewing' noemt. Een methode die er niet op uit is de geïnterviewde verbaal in een hoek te drijven; eerder wil Morris een sfeer te scheppen waarin de spreker alsmaar praat en zo haast terloops zichzelf prijsgeeft.

Morris' eigen, Muppet-achtige stem is in zijn documentaires slechts sporadisch te horen, verder zijn enkel zijn personages openhartig aan het woord.

undefined

null Beeld x
Beeld x

Interrotron

Zo stuit je op mensen als Fred Leuchter, de executie-apparatenbouwer en Holocaust-ontkenner die in Mr. Death (1999) zegt dat-ie nog een half voltooide injectiemachine in zijn kelder heeft staan ('af te halen tegen de reparatiekosten'). Maar ook voormalig minister van Defensie Robert McNamara, die in het Oscar-winnende The Fog of War (2003) zijn afschuw uitspreekt over zijn betrokkenheid bij de WOII-bombardementen op Japan. 'Ik zou zeggen dat ik... We gedroegen ons als oorlogscriminelen.' Als toeschouwer moet je zelf bepalen wat de waarde van dergelijke woorden is, hoewel Morris je - onder meer met een uitgekiende soundtrack en montage - een eind in de wat hem betreft juiste richting duwt.

Bovendien vindt Morris het belangrijk dat bij zulke ontboezemingen een schijnbaar oogcontact tussen de spreker en het publiek ontstaat. In conventioneel gefilmde interviews kijkt de spreker schuin langs de lens, naar de vragensteller en in dat tweerichtingsverkeer wordt de toeschouwer volgens Morris buitengesloten. Samen met production designer Steve Hardie bedacht hij een oplossing voor dat probleem: de Interrotron. Een variant op het autocue-systeem, waarbij televisiepresentatoren recht in de camera kijken terwijl ze in een voor de cameralens geplaatste, halfdoorlatende spiegel hun tekst voorbij zien rollen. De Interrotron (een door Morris' echtgenote verzonnen samensmelting van 'interview' en 'terror') vervangt die tekst als het ware door Morris' hoofd, zodat zijn gesprekspartner niet alleen hém aankijkt, maar ook de filmtoeschouwer.

Morris gebruikte de Interrotron voor het eerst in Fast, Cheap & Out of Control (1997). Inmiddels kan de standaardopstelling met negentien camera's worden uitgebreid, maar ook in deze 'Megatron'-variant blijft het principe hetzelfde: de spreker kijkt direct in de camera en het publiek kijkt terug. Dat de spreker en Morris zelf alleen via de camera oogcontact hebben, maakt het systeem volgens hem alleen maar effectiever. 'Vergelijk het met de telefoon', legde hij in 2004 uit in het filmtijdschrift FLM Magazine. 'Sommige dingen die we via de telefoon tegen elkaar zeggen zouden we nooit zeggen als we ons in dezelfde kamer bevonden. (...) De Interrotron functioneert precies zo: hij schept grotere afstand én een grotere intimiteit.'

undefined

null Beeld x
Beeld x

Luisteren

Errol Morris werkte drie keer samen met componist Philip Glass. The Thin Blue Line (1988), A Brief History of Time (1991) en The Fog of War (2003) krijgen mede door Glass' koelbloedige minimal music precies de juiste drive, spanning en sfeer.

Opvallend genoeg klinken ook de scores die andere componisten voor Errol Morris schreven (onder wie Danny Elfman), tamelijk Glass-achtig.

Betrapt

Toch dringt ook Morris' paardenmiddel niet altijd door tot de diepste zielenroerselen van zijn personages. Voormalig minister van Defensie Donald Rumsfeld, een van de hoofdverantwoordelijken voor de Amerikaanse inval in Irak in 2003, blijft in The Unknown Known zelfs voor het alziend oog van de Interrotron ijzig beheerst.

Herhaaldelijk ontkent hij dat door hem goedgekeurde martelmethodes 'migreerden' van Guantánamo Bay naar de Iraakse Abu Ghraib-gevangenis, totdat Morris hem in een zeer verontrustende scène een rapport voorlegt dat het tegendeel bevestigt. 'Daar kan ik mee instemmen', zegt Rumsfeld na een korte, overwegende stilte.

Betrapt, denk je dan als toeschouwer-detective, maar Rumsfeld lijkt zich van geen kwaad bewust en grijnst zwijgend terug; Morris, met zijn Interrotron en 'shut-up-and-listen'-aanpak, staat machteloos.

Het verbaast dan ook niet dat The Unknown Known tamelijk negatief werd ontvangen door de pers: Morris zou te weinig de confrontatie met Rumsfeld hebben gezocht. Zijn weerwoord luidde: niet mijn stijl en intentie. Niettemin zou hij dat interviewen misschien willen opgeven, zei Morris in 2014 tegen LA Weekly. 'Ik ben het heel erg moe. Nog niet zo moe dat ik het nooit meer zal doen, aangezien mijn inkomen grotendeels afhankelijk is van mijn vermogen om mensen te interviewen. Maar ik weet niet meer zeker of ik het nog wel kan.'

undefined

Commercials

Morris heeft zich nooit alleen met het maken van documentaires beziggehouden. Zijn films financiert hij grotendeels met het maken van commercials (inmiddels zijn het er meer dan duizend, voor onder andere Nike, Toyota en Unilever). Hij heeft een gelauwerd boek gepubliceerd over fotografie (Believing Is Seeing, 2011) en zijn detectivewerk min of meer voortgezet met A Wilderness of Error (2012), een non-fictiethriller over Jeffrey MacDonald, een man die volgens Morris onterecht is veroordeeld voor de moord op zijn vrouw en dochters. Momenteel werkt hij aan zijn tweede speelfilm, Holland, Michigan, een seriemoordenaars-thriller met onder anderen Naomi Watts.

Genoeg te doen dus, mocht Morris zijn Interrotron aan de wilgen hangen. Toch stelt het gerust dat er van zijn hand dit jaar een zestal sportdocumentaires verscheen, gemaakt voor kabeltelevisienetwerk ESPN. Op één na duren die niet langer dan een kwartier, toch zijn ze stuk voor stuk vintage Morris. Wat is Morris' eerste vraag, wil de hoofdpersoon van The Streaker weten, recht in de camera kijkend. 'Ik heb geen eerste vraag', riposteert Morris droogjes. 'Wat is je eerste antwoord?'

undefined

Het beste van Morris

Gates of Heaven (1978)

Ongepolijste kijk op de betekenis en aantrekkingskracht van dierenbegraafplaatsen. Het hoogtepunt van de film heeft met dat onderwerp niets te maken: een hartverscheurende monoloog van een oude vrouw die eindeloos klaagt over haar gezondheid en haar waardeloze kleinzoon - alsof Morris de eerste is die ze in tijden te spreken krijgt.

The Thin Blue Line (1988)

Kippenvel bezorgende docu-thriller, die Morris' doorbraak betekende. Randall Adams zit vast voor de moord op een politieagent, maar Morris vermoedt dat hij onschuldig is en maakt van zijn film een heus detectiveonderzoek.

undefined

Mr. Death: The Rise & Fall of Fred A. Leuchter, Jr. (1999)

Wat begint als het naargeestige portret van een specialist in 'humane' executie-methodes, verandert in een gruweldocumentaire over (ontkenners van) de Holocaust. Verbijsterend en onontkoombaar.

undefined

The Fog of War: Eleven Lessons from the Life of Robert S. McNamara (2003)

De man die honderdduizenden Amerikaanse soldaten naar Vietnam stuurde, vertelt over zijn leven en carrière en breekt voor het oog van Morris' alziende camera in (krokodillen)tranen uit.

First Person (2000-2001)

Fascinerende, voor tv gemaakte miniportretten van uiteenlopende figuren, onder wie een wetenschapper die het hoofd van zijn overleden moeder invroor (of leefde ze nog?) en een vrouw die liefdesrelaties begint met seriemoordenaars.

Meer over