De intimidatiehuishouding: iedereen een patser

Het begon onschuldig. Op de bomen van een recentelijk opgeknapte straat hingen op een dag briefjes met een hartenkreet met een hoog Sinterklaasrijmgehalte....

Pieter Hilhorst

'Mooi zo'n brede stoep. Maar wie doet er wat aan de hondenpoep? Het was hier nog nooit zo'n enorme troep.' Ik keek verbaasd rond. Het viel nogal mee. Bij sommige bomen lagen drollen, maar het trottoir zelf was schoon. Een onbedoeld gevolg van de opknapbeurt. Vroeger stonden de bomen aan de andere kant van de weg. Een week later werd de stemming grimmiger. Geen ludieke versjes meer. Bij van de bomen was met een spuitbus op de stoep gekalkt. 'Nog keer stront = dood.'

Wie schrijft zoiets op? Een paar dagen later zat op een bankje bij de agressieve graffiti een vierjarig jongetje met op zijn schoot zijn slapende kleine broertje. Ik kwam in gesprek met de vader. Ik vroeg hem naar de tekst op de stoep. Hij liet me de drollen zien.

'Dat is toch niet normaal meer.' De boom voor zijn deur was inderdaad erg populair. 'Er spelen hier kleine kinderen.' Ik vroeg hem of hij het had opgeschreven. Hij ontkende, maar voegde eraantoe dat als dit geen effect heeft, hij het ook niet meer wist.

Dreigen is in de laatste tijd. En vaak werkt het ook nog. Als ik een hond had, zou ik minstens twee straten omlopen. Je moet niet hebben dat zo'n opgefokte eikel zich op je viervoeter stort. Het is verleidelijk om in dit minidrama een metafoor te zien voor de verloedering van de samenleving. De zelfbeheersing is verdwenen. Vroeger moest je tot tien tellen voor je boos werd, nu is een bedreiging bij de derde tel geen uitzondering meer. Ayaan Hirsi Ali, Rita Verdonk, Dick Advocaat, Geert Wilders en Jan Peter Balkenende kunnen er over meepraten.

Soms loont de agressie. De wethouder van Goirle heeft afgelopen week ontslag genomen. De strijd om een nieuw winkelcentrum liep daar zo hoog op dat hij werd bedreigd, zijn auto werd vernield en vergiftigd vlees in zijn tuin werd gegooid (er stierven enkele katten). Bart-Jan Spruyt, de directeur van de Edmund Burkestichting heeft aangekondigd vanwege de bedreigingen minder op te treden in het openbaar.

En toch klopt er iets niet. De vader van de schattige kinderen voldoet niet aan het beeld van de asociaal zonder normbesef. Integendeel. Hij schreeuwt omdat hij niet weet tegen wie hij praten moet. Terwijl het toch een kleine moeite is om af te stappen op de mensen die hun hond uitlaten en te vragen om wat begrip.

Vijfentwintig jaar geleden stelde de socioloog Bram de Swaan dat we van een bevelshuishouding waren overgegaan tot een onderhandelingshuishouding. Het vanzelfsprekend gezag van autoriteiten is verdwenen. We treden elkaarals gelijken tegemoet en beslechten onze geschillen via onderhandelingen, via een proces van geven en nemen. Inmiddels lijkt ook de onderhandelingshuishouding op zijn retour. Als je elkaar niet durft aan te spreken, kan er ook geen sprake zijn van onderhandelen. Als mensen niet geloven dat er naar ze geluisterd wordt, beginnen ze met dreigen en schreeuwen. Wat overblijft is hard tegen hard en ieder voor zich: de intimidatiehuishouding, iedereen een patser.

Deze overdreven strijdbare houding zie je niet alleen bij burgers, maar ook bij gezagsdragers. De keiharde aanpak is populair. Begrip voor daders uit den boze. Geen paarse pacificatiepraktijken, maar een juridische strategie van shock and awe. Tegen de bedreiger van Rita Verdonk en de rappers die in een nummer fantaseerden over een liquidatie op Hirsi Ali wil het OM op basis van een obscuur artikel levenslang eisen. Het laatste slachtoffer reageerde wat verbaasd op deze eis. Met een fijn gevoel voor humor zei ze dat voor haar een brief van Balkenende aan de rappers genoeg was geweest.

Maar tegenwoordig geloven we meer in strafrecht dan in overleg. We vergeten dat het recht een polariserende vorm van geschiloplossing is. Het is niet gericht op een compromis of een gezamenlijke oplossing. Onlangs bepleitte de Tilburgse hoogleraar Maurits Barendrecht in NRC Handelsblad daarom een modernisering van het recht, meer gericht op geschiloplossing en minder op juridische scherpslijperij. Volgens hem is het grote probleem van de samenleving namelijk niet dat mensen geen waarden en normen meer hebben, maar dat ze de vaardigheden en instrumenten missen om conflicten op een vreedzame manier op te lossen. De bevelshuishouding is verdwenen, maar we zijn vergeten wat het betekent om te leven in een onderhandelingshuishouding.

Voor het bereiken van een oplossing die voor beide partijen acceptabel is, moeten mensen zich leren verplaatsen in anderen en stoppen met het tamboereren op het eigen gelijk. Maar dat geldt tegenwoordig als slap, als half gedogen, als half toegeven. Dus zal de hatemail blijven stromen, blijven bedreigingen populair en worden stoepen volgekalkt met hondenhaat.

Meer over