De intens gehate kus des doods

Een week lang stonden top en nul centraal. Pupillen, aspiranten en junioren streden afgelopen weekeinde in het bondscentrum in Utrecht om de nationale parentitels in de jongste leeftijdscategorieën....

Het bridge in de prilste stadia is een worsteling met de materie. Legio verborgen valkuilen. Het paar dat de minste fouten maakt komt bovendrijven. De vaak lange en zware leerschool van het competitieve bridge ontwikkelt en schaaft aan tactische vaardigheden. Verzorgde techniek blijft altijd een conditio sine qua non; op topniveau spitst het spel zich toe op slimme vondsten en avontuurlijke hoogstandjes. Het vermijden van fouten bij een EK is niet voldoende; om in de prijzen te vallen moeten de paren zelf met enige regelmaat fraaie spellen componeren.

De oogst voor Nederland bij de voorafgaande tien EK's bleef beperkt tot een zilveren (1991) en een bronzen medaille (1993). Poolse (vier overwinningen) en Franse paren (zes keer) domineerden dit kampioenschap met voor de Franse topper Paul Chemla een absolute en langdurige hoofdrol, winst bij het eerste EK (1976, met Perron), herhaling van deze prestatie in 1985 en in Italië titelverdediger na de zege in 1999 met Alain Levy. Zowel in Polen als Frankrijk beschouwt men het 'paren' als de belangrijkste discipline.

In schril contrast staat de Nederlandse ervaring met de veeleisende parenstrategie en tactiek van de roekeloze overslag en het messcherpe doublet. Een jaarlijks nationaal kampioenschap van twee weekeindes, een keer mixed en een enkel uitstapje met een goede kennis naar een toernooi. Daar blijft het bij.

De Nederlandse ploeg nam de eerste horde van de afvalrace in Sorrento (van 310 paren in de voorronde naar 126 en na een tweede uiterst lastige hindernis naar een eindstrijd met 54 paren) met redelijk succes; met Bas Drijver en Simon de Wijs op een prachtige tweede plaats in totaal zeven van de elf paren door naar de halve finale waarin de lat hoog ligt.

Drijver/de Wijs bliezen in de openingsfase van het EK een stevig partijtje mee en lieten zich in diagram 1 de kaas niet van het brood eten.

Zie diagram 1

west noord oost zuid

-- -- 2* pas

2* dbl pas 3*

pas pas 3* dbl

pas pas pas --

De 2*-opening was een ongeleid projectiel van de 'zwak met beide hoge kleuren'-soort. Na het informatiedoublet van noord beloofde zuid met 3* een hand met tien tot twaalf punten en een vijfkaart. Met minder kon zuid beginnen met 2SA, waarmee noord tot 3* wordt gedwongen en zuid in 3* kan afzwaaien.

Het 3*-bod van oost was een hyperagressieve actie. En waarom en passant geen 3*? Zuid doubleerde op basis van de puntenovermacht.

Zeker down was het 3*-contract niet. Zuid, de Wijs, kwam uit met *V en speelde *B door voor het aas van west. De leider moest leven van de harten en koos voor *H (na *B is het contract gemaakt) voor de secce aas van noord, Drijver, die *H meenam en ruiten inspeelde. De leider gooide in oost een harten af en zuid maakte *H. Klaveren aas was de tweede downslag.

Je mening tijdens het biedverloop herzien kan een vracht punten opleveren. Noch oost, noch west grepen in diagram 2 een tweede kans.

Zie diagram 2

west noord oost zuid

1* pas 2* 2*

dbl pas pas 3*

4* pas 4* pas

pas 4* dbl pas

pas 5* pas pas

dbl pas pas pas

Oost-west kregen geen moment een klein, of zelfs groot slem in harten of klaveren in beeld. Met de simpele voorkeur van 4* impliceerde oost allerminst een geweldige hand voor een hartencontract, 4* was de aangewezen manier. Nadat het bieden in de manche afstopte achtte noord de tijd rijp voor een redbod.

Het 4*-bod creëerde een herkansing voor oost-west. Een pas van oost, de forcing pas die belangstelling toont in een hoger hartencontract, na 4* was vermoedelijk een betere actie dan het optisch begrijpelijke doublet, al is het niet eenvoudig voor een paar dat eerst op 4* past alsnog naar slem door te gaan.

Het verlies van zes slagen (*AH en een introever, drie azen) in 5* was onvermijdelijk maar de 800 was onvoldoende compensatie voor de 980 of 1010 van 6* dat op de meeste tafels wel werd bereikt.

Afhankelijk van de kleur waarmee west opende uiteenlopende ontwikkelingen in diagram 3. De junioren hadden het er niet gemakkelijk mee.

Zie diagram 3

west noord oost zuid

1* 1* pas 2*

pas pas pas --

Een aanvallend volgbod op een vierkaart leidde tot de 2*-deelscore. Oost kwam uit met *V voor het aas van west die *H naspeelde voor *A. Harten heer en een harten getroefd. Een kleine ruiten uit zuid, *4, *9, getroefd door oost die schoppen doorspeelde voor *B in zuid. De leider had geen opties meer, speelde opnieuw ruiten, west zette *B, en oost troefde het aas af. Klaveren naar het aas en *H gevolgd door een derde introever voor één down.

west noord oost zuid

1* pas 1* pas

1SA pas 2* pas

pas dbl pas 2*

pas pas 3* pas

pas pas -- --

Een 1*-opening bracht oost in de waan dat negen slagen met klaveren als troef geen slecht idee was. Het bleek een misvatting. Noord kwam uit met klaveren: *4, *2, *B en het aas. De leider troefde een ruiten, stak over naar harten aas voor een tweede ruitenintroever. Harten voor de heer van west die oost een introever gaf. Klaveren heer, schoppen voor het aas en met schoppen van slag. De leider verloor twee ruitenslagen voor twee down: min 200, de intens gehate kiss of death (de score die alle andere deelscores verslaat).

west noord oost zuid

1* dbl 1* 2*

pas pas 3* 3*

dbl pas pas pas

De 1*-opening bood noord-zuid de kans de ruitenfit te vinden. De vier-nul verdeling van de troeven veroorzaakte bij west het onbedwingbare verlangen naar plus 200. West kwam uit met *H voor het aas. De leider speelde klaveren naar de boer voor het aas van west die onder harten aas uit speelde. De leider had geen keuze en won de slag met *H, oost *V. Een klaveren naar *H gevolgd door *V. West dekte met de heer voor het aas in de dummy. Een tweede troef via *10 voor de boer van west die met een kleine harten overstak naar de boer van oost. West kreeg de gewenste schoppenintroever maar dat was de laatste slag voor de tegenspelers en plus 670 voor noord-zuid.

Meer over