De inquisiteur van Argentinië

De journalist Horacio Verbitsky wordt geroemd en gevreesd in Argentinië. De enige militair die ooit over de vuile oorlog heeft gesproken, wilde alleen bij hem zijn hart luchten....

BRONNEN melden zich vanzelf bij Horacio Verbitsky (59). Daarvoor hoeft hij zijn neus maar buiten de deur te steken. 'U bent toch Verbitsky?', vraagt een voorbijganger op een zebrapad in het centrum van Buenos Aires. De journalist knikt, met de vermoeide glimlach van iemand die de afloop kent.

Op een samenzweerderige toon vertelt de voorbijganger dat hij weet waar de explosieven voor de aanslagen op joodse doelen werden bewaard. Er volgt een adres. Nooit heeft hij het aan iemand willen vertellen. De journalist belooft dat hij erachteraan zal gaan.

Dat journalisten worden aangesproken als ombudsman, heeft te maken met het feit dat de democratie faalt, zegt Verbitsky (59) later. 'Instellingen functioneren gebrekkig. Mensen weten niet waar ze naartoe moeten met hun problemen.' Maar, zegt hij ook over zijn land: 'Wij zijn te tolerant jegens onrecht. De ontsteltenis en opwinding duren altijd maar kort.'

Zijn meest geruchtmakende bron was marine-officier Adolfo Scilingo. Deze sprak hem aan in de metro. Dat was in 1995. Verbitsky herinnert zich een onopvallende man met een archiefmap onder zijn arm, die hem vertelde dat hij bij de marine had gezeten en diverse beruchte martelaars kende. Scilingo wilde praten. Hij ergerde zich eraan dat de chefs van toen mooi weer speelden terwijl hun ondergeschikten die slechts opdrachten hadden uitgevoerd, bij iedere promotie de mensenrechtenlobby over zich heen kregen.

Verbitsky, die de zaak niet helemaal vertrouwde, nodigde hem uit op zijn kantoor. Scilingo kwam, stipt op tijd en met documenten. Scilingo bleek tijdens de dictatuur te hebben meegedaan aan de bijna wekelijkse 'doodsvluchten'. Ook hij had nog levende (maar verdoofde) gevangenen het ruim uit geduwd, de zee in. Het marathon-interview, dat later als boek onder de titel De Vlucht werd gepubliceerd, leest als een verhoor in een Amerikaanse misdaadfilm. Een genadeloze officier van justitie (Verbitsky) kleedt de verdachte uit. Het boek, meermalen vertaald, werd een bestseller en geldt nog steeds als een van de schokkendste documenten over de dictatuur.

Verbitsky is altijd intens. Voor vrienden een warmhartige homo ludens; voor zijn vijanden een kwelgeest met principes. Argentinië's inquisiteur, grappen collega's. Perro, hond, doopten zijn vrienden hem dertig jaar geleden. Want hij blaft en bijt als er kwaad volk aankomt. De hond werd het embleem van zijn wekelijkse column in het linkse dagblad Pagina 12.

Zijn vader was romanschrijver. Verbitsky is journalist en heeft nooit anders willen zijn. Onderzoeksjournalistiek is zijn stiel; het leverde meer dan een dozijn boeken op. Tijdens de dictatuur publiceerde hij ondergronds, voor de krant van de Monteneros (de stadsguerrilla). Verbitsky's bekendheid ging gelijk op met het succes van de links-ludieke Pagina 12, opgericht tijdens de eerste jaren na de dictatuur.

Met de volledigheid van een rechtbankscribent legt de columnist daarin iedere zondag het hoe-wat-waar van machtsmisbruik en plichtsverzuim bloot. Zijn twee pagina's lange column is opiniërend en vaak onleesbaar, maar doelgericht als een Exocet-raket. Verbitsky blijkt overal oren en ogen te hebben. Dankzij hem weten Argentijnen wat er in het labyrint van het Hooggerechtshof of tijdens het laatste generaalsoverleg bekonkeld is.

Aan publiekgericht schrijven doet hij niet, geeft de columnist eerlijk toe. Voor frivoliteiten is hij niet ter wereld gekomen. Champagne dronk hij voor het eerst toen hij vijftig werd. Zijn kantoor is het hol van een dossiervreter, ongevoelig voor modetrends. Geen ramen, posters aan de wand, wc buiten op de gang en ieder jaar weer een boekenplank erbij.

Hij bedenkt zijn onderwerpen niet, zegt hij. Ze komen vanzelf. 'Ik ben gevoelig voor wat er leeft in de maatschappij. Ik maak de onderwerpen die mensen bezighouden, inzichtelijk en verdiep ze met onderzoek.'

Als onderzoeksjournalist staat hij eenzaam aan de top. Zijn precisie, vasthoudendheid en organisatievermogen zijn ongeslagen. 'Zijn grootste verdienste is dat hij het Argentinië van de archieven heeft blootgelegd. Iets waar niemand ooit zin in had', zegt columniste Norma Morandini.

Verbitsky was verslaggever tijdens de processen tegen de militaire commandanten, begin jaren tachtig. Hij kwam als eerste en ging iedere dag als laatste weg. De processtukken bewerkte hij met meerkleurige pennen. Zo ging alles zijn archief in, om er jaren later iemand mee om de oren te slaan.

Zijn archief is zo befaamd, dat collega's hem bellen als ze iets zoeken. Uit zijn mappen kwam de advertentie waarin twee Zorreguieta's hun instemming met het regime van Videla betoonden. Natuurlijk had hij hem bewaard. Net als het vonnis van de rechter die de publicatie had verboden, en de daarop volgende uitspraken in hoger beroep. Het was de journalist Verbitsky die destijds een publicatieverbod had aangevraagd. 'Ik maak ultrarechts al heel lang het leven zuur. '

Verbitsky geniet al jaren moreel gezag, ondanks zijn linkse stellingname. Waarom? 'Niemand heeft hem ooit op een fout kunnen betrappen', zegt onderzoeker Alejandro Inchaurregui. De columnist is ook een van de weinigen die aanzien genieten, ondanks zijn (nooit verhulde) verleden als guerrillero. Hij werkte voor de inlichtingendienst van de Monteneros.

Begin jaren negentig werd de journalistiek in Argentinië 'de vierde macht' genoemd. Topfiguren in de politiek vielen na onthullingen in de krant. Robo para la Corona (Ik steel voor de kroon) was Verbitsky's belangrijkste bijdrage in het festival der onthullingen. Het boek ging over de mateloze corruptie aan het 'hof' van ex-president Menem en leidde tot ontslag van twee ministers. In Hacer la Corte (Het hof maken) documenteerde de journalist de verpolitisering van het Argentijnse Hooggerechtshof onder Menem. Twee rechters moesten vervolgens vertrekken.

Ex-president Menem probeerde de journalist monddood te maken met een dozijn processen, onder meer wegens smaad. Verbitsky kocht onmiddellijk een laptop, want zijn grootste angst was in een cel terecht te komen en niet meer te kunnen schrijven.

Sinds vorig jaar schrijft Verbitsky niet alleen over nieuws, hij maakt het ook. Hij werd ('op mijn oude dag') onbezoldigd voorzitter van de mensenrechtenorganisatie Cels. Mensenrechten staan nu mede door zijn vermetelheid weer hoog op de politieke agenda. Want Verbitsky was de aanstichter van het vonnis in maart, waarin de amnestiewetten ongeldig werden verklaard.

Het is Brinzoni, de chef van de landmacht, die de activiteiten van de mensenrechtenbeweging probeert te saboteren. Terwijl diens voorganger openlijk excuses heeft aangeboden over de dictatuur, zegt Brinzoni dat het onderzoek naar het verleden zinloos is. Verbitsky: 'Ik had het gevoel: nu of nooit. Dit kan niet. Of we doen een stap terug, of één vooruit en proberen van Argentinië een fatsoenlijk land te maken. Als een samenleving de ergste misdrijven niet vervolgt, ontbreekt de grond om alle andere, mindere ook te vervolgen.'

Hij besloot de gok te wagen en kaartte namens Cels de strafvervolging van militairen in een verdwijningszaak aan. De rechter verklaarde de amnestiewetten in deze zaak ongeldig, en daarmee was de weg vrij voor vervolging van andere militairen wegens verdwijningen en mogelijk andere vergrijpen.

Strateeg Verbitsky kondigde daags voor de herdenking van de coup aan dat legerchef Brinzoni een van de militairen is die Cels gaat vervolgen. Met gevoel voor publiciteit maakte de Cels-voorzitter in dezelfde week ook bekend dat het portret van ex-dictator Videla op zijn verzoek zou worden verwijderd uit de militaire academie. Een dictator aan de wand was een belediging voor de jonge kadetten, zei hij.

En er is nog een overwinninkje: Brinzoni heeft bij Cels om de antecedenten gevraagd van zevenhonderd militairen die mogelijk een rol hebben gespeeld tijdens de dictatuur.

Een pervers spelletje noemt Verbitsky het: 'Zij willen weten wat wij weten. Maar zij vertellen ons niet wat zij weten en waarover zij al 25 jaar stilte bewaren. Als zij een certificaat van onschuld willen, moet ik hen teleurstellen. Iedere dag komt er nieuw materiaal boven water.'

Er is al meer dan een jaar voorbij zonder nieuw boek. Hij mist het, geeft hij toe. Maar de mensenrechtenlobby is op dit moment belangrijker. Hij houdt aan de lopende band toespraken, geeft interviews en voert gesprekken. Hij zoekt privé juristen op, zakenlieden en ja, ook militairen. Om hen ervan te overtuigen dat het tijd is zich publiekelijk uit te spreken tegen de amnestiewetten.

Tegen alle meningen van deskundigen in gelooft hij dat het Hooggerechtshof straks de amnestiewetten (in hoger beroep) ongeldig zal verklaren. Met een malicieus lachje maakt hij een toespeling op het Argentijnse superioriteitsgevoel. 'Het kan toch niet zo zijn dat het Argentijnse hof onderdoet voor het House of Lords in Engeland en het Hooggerechtshof in Chili.'

Meer over