De indianen rekenen terecht op Nederland

In 1613 sloot Nederland een verdrag met indianen dat voor de laatsten nog altijd heel betekenisvol is.

De bloeddorstige ontvoerder, de edele wilde, de domme, de dappere krijger, de natuurbeschermer; clichébeelden van indianen zijn talrijk en sterk. Ze zijn gevoed door figuren als Winnetou, Witte Veder, Hiawatha en onze eigen Klukkluk uit Pipo de Clown; in boeken, speelgoed en films. Ook bijvoorbeeld de milieubeweging (Greenpeace, Rainbow Warrior) haalt inspiratie uit een stereotiep beeld van 'De Indiaan'. En dan hebben we het nog niet eens over Joan Franka's creatie voor het Eurovisie Songfestival.

Veel indianen zijn daar logischerwijs minder gelukkig mee. In de Verenigde Staten bestrijden zij al jaren de discriminerende namen en mascottes van sportclubs als de Washington Redskins en de Atlanta Braves. Het is tijd dat de stereotiepe beeldvorming rond indianen ook in Nederland wordt genuanceerd.

Dat is het geval met de grote indianententoonstelling in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, waarover deze krant juichend berichtte. Ook de tentoonstelling Het Verhaal van de Totempaal in het Leidse Museum voor Volkenkunde en de anderhalve week geleden door de AVRO uitgezonden documentaire Reel Injun dragen bij aan een completer beeld van indianen en doorbreken de clichés waarmee we zijn opgegroeid.

De huidige golf van aandacht voor indianen is welkom, maar daar mag het niet bij blijven. Want Nederland heeft een serieuze eigen verantwoordelijkheid ten opzichte van de oorspronkelijke bewoners van Amerika. Zeker in 2013.

Die verantwoordelijkheid ontstond in de 17de eeuw toen Nederlanders het gebied rond Nieuw Amsterdam koloniseerden. Daar kwamen ze in contact met de Haudenosaunee, ook bekend als Irokezen, een federatie van zes volken waaronder de Mohawks. Om de handel in huiden en pelzen vrij te houden, kozen onze voorouders voor goede betrekkingen met deze indianen.

Op 24 april 1613 sloot Nederland als eerste land een verdrag met een indiaanse natie, op basis van gelijkwaardigheid. Het verdrag maakte de handel mogelijk en bepaalde dat partijen elkaar zullen bijstaan. De slotbepaling luidde: 'Ten bovenstaande belooven wij participanten weedersijdts in amitie en vriendtschap vol te houden ende te handhaven voor soolangh 't gras groen is.'

Eeuwen verstreken, maar het gras was nog groen in 1923 toen de Haudenosaunee een beroep deden op het vriendschapsverdrag. Opperhoofd Deskaheh benaderde ons land in een conflict met Canada. Deskaheh reisde op zijn eigen Haudenosaunee-paspoort naar Genève en Nederland diende een Irokese petitie in bij de toenmalige Veiligheidsraad van de Volkenbond. Canada was woest en Nederland ging door de knieën voor de nieuwe bondgenoot.

In 1977 zijn de Irokezen terug in Genève voor de eerste VN-conferentie over en met indianen. Vanaf dat jaar bezoeken Irokezen ook regelmatig Nederland om hun zaak te bepleiten, altijd reizend op hun Haudenosaunee-paspoort. Begin jaren negentig hebben de Mohawks zelfs een 'ambassade' in Den Haag. Als Nederland in 1993 ineens visa aan Mohawks weigert, stappen de indianen naar de Raad van State die hen in het gelijk stelt. De Mohawks moeten onmiddellijk worden toegelaten op hun Haudenosaunee-paspoorten.

Voor de Irokezen zijn deze essen- tieel omdat ze daarmee hun soevereiniteit onderstrepen. De VS of Canada zijn buitenland. Zoals een Mohawk onlangs zei: 'Wij zijn nooit verslagen door wie dan ook en we hebben ons nooit overgegeven. Als Nederland ons vroeger erkende en verdragen met ons sloot, moet het dat nog steeds doen.'

Daar zit veel in, zeker voor de kampioen van het volkenrecht die Nederland pretendeert te zijn. Maar terwijl tientallen landen, waaronder Schengen-landen, de indiaanse paspoorten accepteren, heeft Nederland een paar jaar geleden zijn beleid juist aangescherpt.

Voor de Mohawks geldt het verdrag uit 1613 nog steeds en ze willen dit jaar de vierhonderd jaar betrekkingen met Nederland herdenken. Het zou een mooi gebaar zijn van het nieuwe kabinet daarop in te gaan. Volgens minister Timmermans is naast economische diplomatie, bevordering van mensenrechten weer terug als prioriteit in het buitenlands beleid.

Het verdrag met de Mohawks is een daad van economische diplomatie avant la lettre, maar ligt nu op mensenrechtenterrein. En op het terrein van het internationaal recht, waar Nederland altijd hamert op het naleven van verdragen. Bovendien heeft Nederland een bredere verantwoordelijkheid als ondertekenaar van de VN-Verklaring over de Rechten van Inheemse Volken. Het opnieuw toelaten van Irokezen tot ons land op hun indiaanse paspoorten zou dit jaar een mooie eerste stap zijn.

In de tentoonstelling in de Nieuwe Kerk zijn het vriendschapsverdrag en de paspoorten vergeten. Het is te hopen dat de Nederlandse regering haar verplichtingen niet vergeet. Want het gras is nog steeds groen.

undefined

Meer over