De illusies van concrete

Ze ontkennen een eigen stijl te hebben. Maar Rob Wagenaars en Gilian Schrofer van ontwerp bureau Concrete weten wel precies wat ze willen: een illusie creëren....

'We zijn niet alleen van die clubontwerpers, hoor.' Het hoge woord is eruit bij Rob Wagemans van het Amsterdamse ontwerpbureau Concrete. 'En we zijn ook niet hip', vult zijn partner Gilian Schrofer meteen aan. 'Dat zou betekenen dat onze ontwerpen maar een seizoen mee gaan. Wat onzin is natuurlijk.'

Vreemd is het niet, dat imago van trendy jongens dat kleeft aan Wagemans (27) en Schrofer (34), samen het ontwerpbureau Concrete. Zij waren het die Amsterdamse restaurants als Spring en Morlang een eigentijds en spraakmakend interieur gaven. En met de inrichting van de Supperclub, Café Bep en begin deze maand de nieuwste nachtelijke hotspot club More zijn ze toch ook de hofleverancier van hippe uitgaansgelegenheden in Amsterdam.

Natuurlijk staan ze nog steeds voor 'de volle honderd procent' achter deze ontwerpen. Ze doen nog zoveel meer. De koffieketen Coffee Company voorzagen ze van een herkenbaar uiterlijk. En de ijs- en chocoladewinkel Australian. De reiswinkel Travelplanner. Suppa in Utrecht. Laundry Industry in Londen. Wel is het zo dat ze nu eenmaal iets hebben met horeca. 'Rob vooral als gretig consument, en ik heb lang als kok gewerkt.' Daarnaast waren Bep en de Supperclub ook een goede manier om snel op te vallen. 'Het zijn openbare gelegenheden waar iedereen komt.'

De kracht van deze ontwerpen schuilt in het totaalconcept, vinden ze zelf. Het uitgaanspubliek wil tegenwoordig luxe en comfort. De hele week hard werken en in het weekeinde relaxen in een exclusieve omgeving. Wagemans: 'Zo'n club waar een portier een selectie maakt, zodat je zeker weet dat er jouw soort mensen komen. Of een biertje dan drie of vier gulden kost maakt niet uit.'

Met Café Bep en de Supperclub speelde Concrete in op die behoefte. Het zijn tenten die verrassen, meent Wagemans. 'Wel weten de mensen meteen als ze binnenkomen wat ze kunnen verwachten. Een goede maaltijd, leuke mensen, persoonlijke bediening. Kortom, kwaliteit. We hebben die cafés neergezet als een merk. Als je naar die en die kroeg gaat ben je zo en zo soort persoon. Net als met je kleding.'

Het is hun droom om datzelfde totaalconcept toe te passen op huizen. Bijvoorbeeld een huis voor Prada ontwerpen. Of, waarom ook niet, een Concrete-huis. Dat de consument weet dat in zo'n huis altijd een internetkamer is met de snelste verbinding. En een ruime slaapkamer en een ligbad. Schrofer: 'Mensen kunnen dan een identiteit ontlenen aan zo'n huis, net als met hun auto. Dat ze van tevoren weten wat voor buren ze kunnen verwachten. Een soort Rosa Spierhuis eigenlijk.'

Concrete barst van de ideeën en van de ambitie. In de krap vier jaar dat het bureau bestaat, heeft het zo nu en dan flink gestormd. Aanvankelijk waren ze met z'n drieën, onlangs stapte partner Erik van Dillen uit het bedrijf. 'Hij werkt nog steeds met Concrete, maar nu als freelance ontwerper.' Er werken er inmiddels vijf. Per jaar worden al gauw veertig projecten afgeleverd.

In anderhalf jaar tijd groeiden ze uit hun kantoor boven Australian in de Leidsestraat, niet toevallig een van hun ontwerpen. Schrofer: 'Wel zo handig toch, boven je portfolio zitten.' Binnenkort verhuizen ze naar de derde etage boven club More.

Amsterdam is al te klein voor Concrete en binnenkort is ook de rest van Nederland dat. Met een vestiging in New York is al een belangrijke stap naar het buitenland gezet. Het eerste project in New York wordt nl, een filiaal van restaurant Morlang waarin ze 'het nieuwe Nederland' presenteren. Wagemans: 'Geen kroketten en friet, maar paling in het groen. Het grafisch ontwerp is van Anthon Beeke, het terrasmeubilair van Piet Hein Eek en de lampjes zijn van Droog De sign.' Ook in Londen en Dublin zijn stevige contacten gelegd.

Van het imago van hippe horecatijgers hebben ze binnenkort geen last meer. Helemaal niet als straks de herinrichting van het Barleus Gymnasium in Amsterdam is afgerond. Dan kan iedereen zien dat Concrete een frivole nachtclub kan ontwerpen, maar ook een serieus instituut als een gymnasium. Een ontwerper hoeft niet altijd feeling te hebben met zijn opdracht, is hun opvatting. 'Soms is het zelfs een voordeel om een buitenstaander te zijn', zegt Schrofer. 'Dan kun je veel objectiever kijken.'

Wie in zee gaat met Concrete kan erop rekenen dat alles ter discussie staat. Zo vroeg Wagemans zich bij het Barleus hardop af waarom in een school altijd van die grijze stoelen en bankjes moeten staan. En waarom het bureau van de leraar altijd voor de klas staat. Natuurlijk gaan jongeren met een ander doel naar school dan naar de kroeg. Maar een school kan toch ook een prettige leefomgeving zijn waar mensen worden verrast.

'Leerlingen moeten na hun lessen op school blijven hangen', legt Wagemans uit. Dat betekent naast goede ventilatie 'zodat het niet stinkt in het lokaal' en een grote kantine 'als ontmoetingscentrum', ook een aangenaam studiehuis - waar leerlingen huiswerk kunnen maken - en een internetcafé in de kelder. Als tegenhanger komt er ook een lerarenhuis, waar de docenten kunnen lunchen, proefwerken nakijken en misschien na hun lessen blijven hangen. Want waarom zou een school niet tot een uur of acht of negen 'savonds open kunnen blijven?

Op de vraag wat nou precies de Concrete-stijl is, blijven Schrofer en Wagemans het antwoord schuldig. Ze hebben namelijk geen eigen stijl. Zeggen ze. Toch zijn er terugkerende elementen in hun ontwerpen. Vaak is er één blikvanger die de indeling bepaalt, zoals de enorme bank in Spring die het restaurant in tweeën deelt. Of de winkel van Australian die bijna geheel uit toonbank bestaat. Door het interieur verder leeg te laten, spelen details een belangrijke rol. Bij club More verstopten ze lampjes in de muur.

Is dat dan het geheim van Concrete, de kunst van het weglaten? Schrofer noemt het liever 'simplificeren'. Het allereerste idee dat ze hebben, is vaak doorslaggevend. 'Welke materialen gebruiken we en hoe delen we de ruimte in. Daarna hoef je alleen nog de details in te vullen, zoals lampen en stoelen.' Die voorkeur voor minimale vormgeving komt terug in de materialen die ze gebruiken: hout, staal en beton. Wagemans: 'Natuurlijke materialen die weinig opsmuk nodig hebben.'

Een verwantschap met de Nederlandse ontwerpers die het zo goed doen in het buitenland met hun sobere en functionele design voelen ze zeker. Volgens Schrofer is functionaliteit iets waar Nederlandse ontwerpers altijd in hebben uitgeblonken. 'Het zal wel iets met onze calvinistische volksaard te maken hebben.'

Vandaar ook die naam Concrete. Wagemans somt op: 'Stabiel, to the point, degelijk, duidelijk. En het is niet opgehangen aan onze personen. Wij zijn onbelangrijk.'

Over een eigen stijl mogen ze dan onzeker zijn, wat ze willen met hun ontwerpen weten ze haarfijn. Een illusie creëren. Zo is in de Coffee Company alles gekleurd in koffietinten. 'Je proeft koffie, je ruikt koffie en overal om je heen zie je koffie', aldus Wagemans. Niet voor niets noemt hij Las Vegas als belangrijke inspiratiebron. 'Alles in die stad draait om illusie. Om bezoekers het gevoel te ontnemen dat ze in een woestijn zijn, bouwen ze een Eiffeltoren. De straat wordt geparfumeerd door sproeiertjes in de plastic palmbomen. Zelfs tijd bestaat niet, want er hangen nergens klokken.'

Schrofer fronst zijn wenkbrauwen. 'Ach, we hebben allebei zo onze eigen inspiratiebronnen.'

Nooit zul je in hun winkels een etalage aantreffen. 'Dat werkt niet. Als er roze tasjes in de etalage hangen en ik houd niet van roze, dan loop ik door', verklaart Wagemans. Bij Concrete is de winkel zelf de etalage. Op dat concept kunnen Schrofer en Wagemans zich met hun jongste project helemaal uitleven. Voor Rituals, een nieuw winkelconcept dat bestaat uit een catalogus en een internetshop, moeten ze een bijpassende winkel ontwerpen.

'Net als Las Vegas moet die winkel een gevoel oproepen', meent Wagemans. 'Namelijk geloofwaardigheid.' Want dat is volgens de ontwerper waar het aan schort bij e-commerce. 'Er is niemand die je helpt. Je moet je creditcardnummer invullen, ook al zo eng. En vervolgens moet je maar afwachten of je precies dat krijgt wat je zocht.' Bij Rituals wordt de internetshop geloofwaardig, omdat er ook een echte winkel is waar je kunt klagen. Zo'n winkel moet uitstralen dat hij er al jaren staat, vult Schrofer aan. 'De vitrines zien eruit alsof alleen deze producten erin passen. En overal staat het Rituals-logo.'

Rituals verkoopt verzorgingsproducten voor mens en huis; van badhanddoeken tot poetsmiddelen. Ook dat element nemen ze mee in hun ontwerp. Schrofer: 'Water is het verbindende element. Dus kiezen we voor transparante materialen zoals matglas. Daarnaast hangt reinigen sterk samen met rituelen, dat wordt geassocieerd met iets oriëntaals. Daarom gebruiken we bamboehout, dat ook nog een waterplant is. Verder is de inrichting heel strak. Het moet de dynamiek van zo'n concept uitstralen.'

Winkels, cafés, scholen, nachtclubs, restaurants; allemaal ontworpen volgens de heer sende smaak. Wordt het onderhand niet eens tijd dat hun werk in een museum is te zien? 'Alsjeblieft niet, zeg', meesmuilt Schro fer. 'Door toegepaste kunst in musea te plaatsen is het iets voor de elite geworden. Terwijl een mooi wasbakje ook gewoon een goed wasbakje moet zijn.' Liever ontwerpen ze een museum, zoals de Van Baarenzaal in het Centraal Museum in Utrecht in samenwerking met Krijn de Koning.

Deze opvatting heeft Concrete ook kritiek opgeleverd. Ze zouden behaagziek zijn. Commercieel zelfs. Wagemans ziet dat niet als kritiek. 'Commercieel betekent ook dat iets pakkend en effectief is.' Ze willen de wereld best mooier maken, maar ontwerpen is ook een vorm van ondernemen. Schrofer: 'Uiteindelijk moet je ontwerp doen wat het moet doen: geld in het laatje brengen.'

Compromissen sluiten ze niet. Regelmatig worden projecten in een pril stadium afgeblazen. Maar nooit onder het mom: als je vaak nee zegt tegen lastige opdrachten kun je vaker ja zeggen tegen leuke opdrachten. Schrofer: 'Het doet iedere keer weer pijn om een opdracht terug te geven. Je bouwt een intieme relatie op met je klant en het is frustrerend als je er dan toch niet samen uitkomt.' Eigenwijs moet je ze niet noemen. 'We weten gewoon heel goed wat we willen.'

Ook onderling willen ze nog weleens botsen. 'We zijn het niet altijd met elkaar eens, nee', zegt Wagemans, tenger, blond en licht kalend. 'Zeg maar, altijd niet', nuanceert zijn partner, twee meter lang en een volle bos donker haar. Meestal pingpongen de ideeën op en neer tussen de bijna afgestudeerd architect Wagemans en Schrofer, een autodidact vormgever. Dat juist dit hun kracht is, daar zijn ze het wél over eens.

Eigenlijk is de enige overeenkomst tussen de twee dat ze allebei dyslectisch zijn. Een groot voordeel voor vormgevers, meent Schrofer. 'Wij zijn veel meer gericht op de vorm van dingen. De woning waar ik tot mijn tweede woonde, kan ik nu nog feilloos uittekenen. Jij kunt dat zo mooi uitleggen, Rob.' Wagemans vult aan: 'Wij kunnen geen woorden lezen, maar wel een tekening.'

Meer over