De ideologische verwarring van Likud GESCHIEDENIS VAN 'FATSOENLIJK RECHTS' IN ISRAEL VOOR HET EERST BESCHREVEN

STEL DAT kort voor de verkiezingen van 29 mei in Israël islamitische zelfmoordcommando's opnieuw een aanslag plegen, dan zal dit onmiskenbaar invloed hebben op de uitslag....

LEO KWARTEN

Deze mening wordt gestaafd door opiniepeilingen. Elke aanslag door Palestijnse fundamentalisten brengt onder het Israëlische publiek een radicale, zij het kortstondige beweging naar rechts teweeg. En dus vermindert de steun voor de vredespolitiek van de linkse regering van premier Peres.

Dit zegt iets over de psyche van de 'modale' Israëlische kiezer. Anders dan de berichtgeving vaak doet geloven, is deze nauwelijks geïnteresseerd in de details van de Oslo-akkoorden die zijn regering met de Palestijnen heeft gesloten, en evenmin in het complexe politieke mijnenveld waardoor de Israëlische en Palestijnse onderhandelaars hun weg moeten zoeken. Daarentegen wordt het hele vredesproces vaak gereduceerd tot een even simpele als steekhoudende propositie: zij, de Palestijnen, willen onafhankelijkheid, en wij, de Israëli's, willen veiligheid. Bij elke terreuraanslag dringt zich daarom het idee op dat, naarmate de Palestijnen dichter bij hun politieke doelen komen, Israël er juist verder van verwijderd raakt.

Voor Likud vormde dit gegeven lange tijd de vruchtbare basis voor zijn oppositiebeleid tegen de Oslo-akkoorden. Benjamin Netanyahu, de 46-jarige Likud-leider die door de Israëli's 'Bibi' wordt genoemd, liet geen gelegenheid voorbijgaan om de akkoorden 'een misdaad tegen het zionisme' te noemen. De PLO van Yasser Arafat was een 'Palestijns paard van Troje', dat door verblinde politici als Rabin en Peres was binnengehaald en dat zou proberen de joodse staat van binnenuit te vernietigen. De aanhoudende Palestijnse aanslagen op Israëlische burgers maakten Netanyahu's retoriek tot een self-fulfilling prophecy. Wie niet geloofde dat de PLO en de fundamentalistische bommenleggers hetzelfde doel dienden, was naïef.

De moord op Rabin heeft Israëlisch rechts echter in een lastig parket gebracht. Sinds Rabins weduwe Netanyahu persoonlijk heeft verweten het politieke klimaat voor de moord te hebben geschapen, is diens populisme verdacht geworden. Let wel, het Palestijnse terrorisme is nog steeds dëe 'stemmenwinner' van Likud bij uitstek, maar in het huidige politieke klimaat in Israël is demagogie gewoon niet langer op zijn plaats.

En dus heeft Netanyahu zijn toon gematigd. Voor de Israëlische radio heeft hij zelfs gesuggereerd de PLO 'onder voorwaarden' te willen erkennen om zo het ontstaan van een Palestijnse staat in de autonome gebieden te voorkomen. Het gevolg is dat een grote ideologische verwarring zich van de Likud heeft meester gemaakt. De tijd dat PLO-leden in rechtse kringen werden vergeleken met 'beesten op twee benen' en 'hedendaagse nazi's', is nog niet zo lang geleden.

Wie Israel, Likud and the Zionist Dream van de Britse auteur Colin Shindler leest, zal bovendien beseffen dat Netanyahu met vuur speelt. Shindler beschrijft Likud als een fragiele verzameling facties, die elk gevangen zitten in hun eigen ideologische dogma's. Ze worden slechts bijeengehouden door een algemeen besef van waar men tégen is, namelijk het opgeven van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, niet van waar men vóór is. Shindler concludeert dan ook dat Netanyahu als partijleider geen andere keus heeft dan 'in politiek opzicht roerloos te blijven zitten (. . .) om geen andere reden dan zijn partij voor uiteenvallen te behoeden'.

Shindler is de laatste jaren uitgegroeid tot een van de meest prominente experts op het gebied van Israëlisch rechts. In 1990 had hij het geluk dat zijn benoeming aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem samenviel met het aantreden van de meest rechtse regering die Israël ooit heeft gekend - onder het premierschap van de voormalige Likud-leider Yitzhak Shamir. Shindler nam de gelegenheid te baat en schreef een mooi boek over de verrechtsing van Israël en het effect daarvan op de democratie. De titel van het in 1991 verschenen boek, Plough-shares Into Swords?, verried zijn sombere kijk op de vredeskansen die een dergelijke ontwikkeling zou opleveren.

Met Israel, Likud and the Zionist Dream pakt Shindler de draad op waar hij hem toen liet liggen: in 1992, het jaar waarin Likud na vijftien jaar aan de macht te zijn geweest door de kiezers de oppositiebanken in werd gejaagd. Een mooi moment voor de eerste geschiedschrijving van 'fatsoenlijk rechts' in Israël. Wie wil begrijpen wat Likud beweegt en waarom deze partij zo halsstarrig vasthoudt aan het gehele Land Israëls, moet volgens hem teruggaan naar de jaren dertig. Dat is de periode waarin het socialistisch-zionistische experiment in het toenmalige Britse mandaatgebied Palestina steeds fellere oppositie begon te ondervinden van het militante joods-nationalisme van Vladimir Jabotinsky.

De ideeën van latere Likud-leiders als Begin, Shamir en zelfs de veel jongere Netanyahu zijn grotendeels gevormd door Jabotinsky's 'revisionisme'. Hij predikte een 'bloed-en-vuur-zionisme', met als doel de stichting van een joodse staat op beide oevers van de Jordaan. In tegenstelling tot de socialist Ben-Gurion maakte Jabotinsky zich geen enkele illusie over de reactie van de Arabieren daarop. 'We kunnen (de Arabieren) vertellen wat we willen over de onschuld van onze doelen (. . .), maar zij weten evengoed wat wij willen als wij weten wat zij nìet willen', schreef Jabotinsky al in 1923. Alleen een 'IJzeren Muur' zou Israël in de toekomst kunnen beschermen tegen de Arabische vijand.

Shindler ziet een kaarsrechte lijn lopen tussen Jabotinsky's ideeën en de politiek van Menachem Begin, Israëls eerste Likud-premier van 1977 tot 1983. 'Zijn poging om de PLO te demoniseren door haar te brandmerken als een puur terroristische organisatie, verwant met de nazi's, en zijn doel om de bevolking in noord-Israël te beschermen stonden centraal, toen hij in 1982 het startsein gaf voor de invasie van Libanon', schrijft hij. Likud is de geschiedenis ingegaan als de partij die vrede sloot met Egypte, maar ook als de partij die er niet voor terugdeinsde om via een aanvalsoorlog in Libanon het Midden-Oosten een Pax Hebraica op te leggen. Machtspolitiek en halsstarrigheid hebben altijd de voorkeur gehad boven dialoog en ideologische souplesse.

BEGIN kon in 1977 aan de macht komen, omdat Likud zich zo succesvol had geprofileerd als de 'Tegenpartij' van Israël. Men was tegen het door de socialisten gedomineerde establishment, tegen de schandalen en corruptie van de linkse regering, en tegen achterstelling van de oriëntaalse joden. De laatsten hielpen Begin in 1977 aan de verkiezingszege, omdat Begin hen apprecieerde als gewone joden en niet beschouwde als sociaal zwakken die er niet in waren geslaagd zich om te vormen tot de socialistische Nieuwe Mens.

Begin zelf zag de verkiezingszege van 1977 vooral als de overwinning van Jabotinsky's revisionisme. De voormalige guerrilla-strijder, als commandant van de Irgun ooit verantwoordelijk voor het opblazen van het King David Hotel in Jeruzalem, was eindelijk geaccepteerd. Echter, nu de 'Tegenpartij' geen tegenpartij meer kon zijn, staken de interne tegenstellingen de kop op. Geconfronteerd met de praktijk van het regeren wisten zelfs hardliners als Begin en later vooral Shamir de rechtervleugel van Likud niet onder controle te houden. 'Een merkwaardig samengaan van radicalisme en pragmatisme stelde hen in staat te regeren', zegt Shindler, 'maar tegelijkertijd luidde het ook hun ondergang in.'

De teruggave van de Sinaï aan Egypte, de internationale druk op Israël om zijn nederzettingenpolitiek te wijzigen, de vredesconferentie in Madrid in 1991 - het zijn allemaal ontwikkelingen geweest waartegen het ideologische harnas van Likud niet bestand bleek. Met het ontstaan van religieuze en nationalistische splinterpartijtjes als Tehiya, Moledet en Kach, die Likud nog veel te gematigd vonden, werd de zaak van Eretz Israël overigens geen dienst bewezen. 'De onmacht van ultra-rechts zich in te houden en pragmatisch te denken heeft bijgedragen tot de verkiezingsnederlaag van Likud in 1992', aldus Shindler.

Analytisch gezien is Shindlers boek niet bijzonder sterk. De vloed aan feiten rechtvaardigt niet de vaak wat povere, voor de hand liggende conclusies. Misschien komt dat wel doordat de auteur op twee gedachten hinkt: personality politics enerzijds en de dynamiek van de partij als geheel anderzijds.

Beide draden heeft Shindler niet tot één koord kunnen twijnen. Zo blijft de persoon Begin, die zoveel heeft betekend voor Likud, een bordkartonnen figuur. Ook de inside view ontbreekt. Shindler spendeert nauwelijks aandacht aan de spanningen tussen Likudniks als Arik 'bulldozer' Sharon, David Levy en Bibi Netanyahu: kleurrijke figuren die menig Israëli heel wat meer aanspreken dan in Amerika en Europa zo gevierde linkse 'braveriken' als Shimon Peres en Yossi Beilin.

Neem nu Netanyahu. Dat de Israëli's dit jaar voor het eerst hun premier direct zullen kiezen, lijkt de retorisch begaafde Netanyahu in de kaart te spelen. Personality politics op zijn Amerikaans is deze voormalige Harvard-student op het lijf geschreven. Waar zijn voorganger Shamir overkwam als de leider van een boerenpartij op de Balkan, heeft Netanyahu het gepolijste voorkomen van een Amerikaanse senator - met dat verschil dat zijn buitenechtelijke escapades hem door niemand in Israël worden aangerekend.

Critici noemen hem schamper 'Bibi de soundbite'. Zij verwijten hem een populist te zijn die schaamteloos speculeert op de angsten onder de bevolking. Rabin verweet hem ooit 'collaboratie met Hamas', omdat Likud en Hamas hetzelfde politieke doel zouden dienen: het torpederen van de Oslo-akkoorden. En inderdaad: elke aanslag levert Likud stemmen op. Bovendien heeft het terrorisme Netanyahu lange tijd het excuus gegeven om zijn partij geen pijnlijke ideologische ommezwaai te laten maken. Hij hoefde alleen maar tegen zijn kiezers te zeggen: 'Kijk maar, het werkt gewoon niet.'

ZO KON Netanyahu het zich veroorloven een groot deel van 1995 te besteden aan het schrijven van Fighting Terrorism. Schrijvend voor een Amerikaans publiek werpt Netanyahu zich op als een expert op het gebied van terrorisme-bestrijding, die de wereld waarschuwt voor een ernstige toename van het terrorisme in de komende jaren. 'Het terrorisme is teruggekeerd, zinnend op wraak', luidt de gedragen openingszin. De bomaanslagen op het World Trade Center in New York en in Oklahoma City, die van Hezbollah in Buenos Aires, en het gifgas in de metro van Tokyo - volgens Netanyahu vormen ze het nieuwe gezicht van een oud kwaad.

Netanyahu's bemoeienis met terrorisme is niet uit de lucht komen vallen. In 1967 trad hij toe tot een speciale anti-terreurbrigade van het Israëlische leger. Zijn broer Yonathan diende in dezelfde eenheid, maar vond in 1976 de dood bij de spectaculaire bevrijding van een gekaapt vliegtuig in Entebbe. Hij maakte van diens dood een nationale heldensage. Hij richtte het Yonathan Instituut in Tel Aviv op als centrum voor de bestrijding van het terrorisme. Conferenties en uitgaven als Terrorism: How the West Can Win hadden grote invloed op beleidsmakers in de VS. Netanyahu pocht althans dat de Amerikaanse president Reagan, kort voor hij in 1986 Libië liet bombarderen, delen van dit boek had gelezen.

Maar kijk uit, want Netanyahu is geen man van de wetenschap, maar een liefhebber van wat in Israël hasbara wordt genoemd. De betekenis van dit Hebreeuwse woord houdt het midden tussen informatie en propaganda. Toen Likud aan de macht kwam, werd hasbara een politiek wapen om de acties van de regering 'uit te leggen' aan de sceptische buitenwereld. Een klassiek voorbeeld is de aanslag, in 1982, op de Israëlische ambassadeur in Londen door Abu Nidal, de aartsvijand van PLO-chef Arafat. De toenmalige Likud-regering gaf de PLO echter de schuld en gebruikte het incident vervolgens als aanleiding om Libanon binnen te vallen. Toen hij nog VN-ambassadeur was, heeft Netanyahu deze pertinente onwaarheid tot vervelens toe herhaald.

Fighting Terrorism is hasbara par excellence. 'Terroristen zijn verre van strijders voor de vrijheid, zij zijn de voorlopers van de tirannie', schrijft Netanyahu. Hij beschouwt terreur niet als een strijd van 'zwak' tegen 'sterk', maar als iets wat dictaturen democratieën aandoen. Hij betoont zich een Koude Oorlog-ideoloog, die de Sovjet-Unie aanwijst als de instigator van het wereldterrorisme dat in de jaren zeventig en tachtig de westerse democratieën geselde - een positie die nu zou zijn overgenomen door Iran. Communisten zijn verruild voor fundamentalisten, en het moderne terrorisme heet niet langer Carlos de Jakhals, maar Islamitische Jihad, Hamas, FIS of Hizbollah.

En dan is de stap naar de PLO snel gezet. Netanyahu ziet 'het creëren van de PLO-enclave in Gaza als gevolg van de Oslo-akkoorden' als de belangrijkste impuls voor de islamitische Internationale. Gaza is een unieke 'terreurvrije zone' die Teheran verbindt met zijn 'slapende' terroristencellen in Europa. Hamas of de PLO, voor Netanyahu is er geen verschil. 'Hun strategische doel is hetzelfde: de vernietiging van Israël. Alleen hun methoden verschillen.' Daarom mag Arafat nooit worden toevertrouwd Israël tegen aanslagen te beschermen. Netanyahu suggereert zelfs dat hij, als hij premier wordt, het Israëlische leger kan laten terugkeren naar Gaza - niet alleen voor Israëls eigen veiligheid, maar voor die van de vrije wereld als geheel. Het is weer de oude Likud-retoriek: het demoniseren van de PLO om maar niet te hoeven praten.

Leo Kwarten

Colin Shindler: Israel, Likud and the Zionist Dream - Power, Politics and Ideology from Begin to Netanyahu.

Tauris, import Novelty Books; ¿ 73,50.

ISBN 1 85043 969 9.

Benjamin Netanyahu: Fighting Terrorism - How Democracies Can Defeat Domestic and International Terrorism;

Farrar, Straus and Giroux, import Consul Books; ¿ 37,75.

ISBN 0 374 15492 9.

Meer over