Analyse

De identiteitspolitiek rukt verder op, maar wie gaat dan het kabinet controleren?

Caroline van der Plas van BoerBurgerBelangen heeft één zetel bemachtigd en kreeg maximale aandacht door donderdag in een tractor naar het Binnenhof te rijden. Beeld ANP
Caroline van der Plas van BoerBurgerBelangen heeft één zetel bemachtigd en kreeg maximale aandacht door donderdag in een tractor naar het Binnenhof te rijden.Beeld ANP

De nieuwe Tweede Kamer telt een recordaantal kleine fracties, die er vaak een smalle agenda op nahouden. Zullen zij wel serieus tegenspel kunnen bieden aan de nieuwe regering, vraagt Ariejan Korteweg zich af.

De stoelen in de plenaire zaal van de Tweede Kamer worden toegekend volgens een links-rechts verdeling. Vanuit de voorzitter bezien zit op uiterst links de SP, dan PvdA, GroenLinks, D66, VVD, SGP, CDA, CU, PVV en FvD. In het midden is een rommelig deel met Denk, 50Plus en afsplitsers.

Die al wat arbitraire indeling wordt met de nieuwe Kamer nog moeilijker. JA21 is nog wel te doen, iets links van FvD. Maar waar zet je BIJ1, de BoerBurgerBeweging of Volt? De termen links en rechts beginnen zo vaal te worden dat ze in de nieuwe Tweede Kamer amper nog bruikbaar zijn.

Identiteitsdenken

Het identiteitsdenken was al aanwezig in het parlement voordat de term goed en wel ingeburgerd was. Aanhangers van 50Plus identificeerden zich dusdanig met hun leeftijd dat ze daardoor hun stemgedrag lieten bepalen. Voor de Denk-achterban is dat hun geloofsovertuiging. Bij de Partij voor de Dieren staat alles in het teken van flora en fauna. Deze partijen zijn op sociaal-economisch gebied verwant aan klassiek links, maar op hun kernthema’s niet.

Van dat slag zijn er sinds 17 maart meer: BIJ1 is er voor minderheden, BBB voor plattelanders, Volt voor Europeanen en JA21 voor populistisch rechts dat geen racistische appjes wil. Voor al dat soort deelbelangen blijkt er emplooi te zijn. Thierry Baudet heeft dat nog het best begrepen: de grote groep kiezers met diepe twijfel over de corona-aanpak vond nergens weerklank. Het aanvankelijk vooral conservatieve en nationalistische Forum voor Democratie werd omgebouwd tot anticoronamaatregelenpartij – ook weer een deelbelang –, en werd beloond met acht zetels.

Oude machtsblokken

Decennialang maakten in de landspolitiek een paar grote machtsblokken de dienst uit. CDA, VVD en PvdA noemden zichzelf brede volkspartijen. Alle geledingen van de samenleving waren binnen die partijen vertegenwoordigd. Op elk gebied hadden ze opvattingen die eerst in eigen kring uit en te na besproken waren.

Van die grote machtsblokken is alleen de VVD – lang de kleinste van de drie – nog over. PvdA en CDA kunnen nog een tijdje teren op hun reputatie van bestuurderspartij, maar bieden geen dwarsdoorsnede van de bevolking meer. D66, SP en PVV namen deels hun positie over, maar hebben een te eenvormige achterban om van volkspartijen te kunnen spreken.

Vandaar het spektakel van deze verkiezingsweek: zeventien partijen in de Tweede Kamer, waarvan meer dan de helft vooral op hetzelfde aambeeld slaat. Dat zal aanzienlijke gevolgen hebben voor het functioneren van de Kamer.

De term identiteitspolitiek ontstond in de jaren zestig van de vorige eeuw, en was bedoeld om groepen aan te duiden die zich via de politiek willen emanciperen vanwege kenmerken die ze delen: etnisch, religieus, sociaal, of naar seksuele geaardheid. Dat moet gebeuren met behoud van de eigen identiteit, en niet door op te gaan in een groter geheel – ook de uit de verzuiling voortgekomen ‘brede volkspartijen’ zijn ontstaan uit identiteitsdenken.

Verschillen benadrukt

Bepalend is dat niet het vele dat gemeenschappelijk is wordt benadrukt, maar het weinige dat verschilt. BIJ1 probeert niet Denk van binnenuit te veranderen, Volt gaat niet aan de slag binnen D66, BBB wil niet CDA of CU bijsturen en JA21 kiest er niet voor FvD of PVV te hervormen. Het bestaande wordt niet van binnenuit verbeterd, maar van buitenaf bestreden door een heel regiment aan partijen met een smalle agenda, die hun pijlen richten op het deelbelang waarvoor hun achterban hen op pad heeft gestuurd, en al het andere veronachtzamen.

Dat kan de komende jaren leiden tot heftige botsingen op uiteenlopende terreinen als landbouwbeleid, Europa, klimaat, vluchtelingenbeleid, integratie, onderwijs. De tegenstellingen zullen worden benadrukt tot op het absurde af. Zo verweet Caroline van der Plas (BBB) Sylvana Simons al dat die wel een heel beperkte doelgroep vertegenwoordigt. De kans is groot dat de verpersoonlijking van de politiek verder toeneemt, en de inhoud achter de horizon verdwijnt.

Een ander risico is nog wezenlijker. Dat betreft de voornaamste rol van de Tweede Kamer: het controleren van de regering. Daarvoor zijn Kamerleden nodig die de tijd hebben zich in onderwerpen vast te bijten, en niet tegelijk nog zes andere portefeuilles hoeven te volgen. Deze Kamer telt maar vier wat grotere fracties, die de armslag hebben hun politici hiertoe in staat te stellen. Van die vier – VVD, D66, PVV en CDA – maken er straks wellicht drie deel uit van de coalitie. Dat betekent dat het kabinet Rutte IV een versnipperde oppositie tegenover zich vindt, die veel moeite en misschien weinig animo zal hebben gezamenlijk een vuist te maken.

Recent onderzoek van onderzoeksplatform Investico en radioprogramma Argos liet zien dat de Kamer zijn taak als controleur van wetgeving niet serieus neemt, en veel liever over de waan van de dag debatteert. Het aantal keren dat de Kamer in de plenaire zaal een wet bespreekt, nam tussen 2011 en 2019 af van 141 naar 65. De PVV, waarschijnlijk ook straks oppositieleider, nam aan dertig procent van de wetgevingsdebatten geen deel, en had, ondanks de grootte van de fractie, heel vaak geen schriftelijke inbreng.

De commissie die in 2019 onder leiding van Kees van der Staaij het functioneren van de Kamer onderzocht, stelde ‘een wildgroei aan debatten’ vast. De vraag is of deze nieuwe Kamer terughoudender zal zijn.

Meer over