De ideale receptuur voor nieuwe natuur

Nieuwe natuur komt niet vanzelf. De mens moet ingrijpen om te voorkomen dat bijvoorbeeld brandnetels een verlaten akker overwoekeren. Bij Planken Wambuis op de Veluwe wordt een proefveld ingericht om de invloed van het bodemleven op de toekomstige vegetatie te onderzoeken....

MARC VAN DEN BROEK

SCHOP EEN BOER van zijn akker en de natuur keert terug. Volgens dit eenvoudige recept proberen naïeve natuurbouwers grote stukken landbouwgrond om te toveren tot eldorado's voor vogels en andere natuur. Maar deze handen-over-elkaar werkwijze werkt niet in alle gevallen.

Mogelijk moeten de beheerders op het teruggegeven land planten zaaien of de juiste bodemdieren loslaten om iets moois te krijgen. Maar wèl de goede. Want als ze de verkeerde werkwijze kiezen, gaat het jarenlang fout op de gronden voor nieuwe natuur.

Het Nederlands Instituut voor Oecologisch Onderzoek (NIOO) in Heteren heeft vlak voor kerst van de EU twee miljoen gulden subsidie gekregen om te onderzoeken hoe die fouten zijn te voorkomen. Centraal staat de vraag: wat is de beste werkwijze om landbouwgrond zonder al te veel risico uit produktie te nemen en hoe krijg je het snelst de gewenste natuur?

De NIOO-medewerkers prof. dr ir J. Woldendorp en dr W. van der Putten hebben talrijke voorbeelden van mislukkingen. Woldendorp: 'Hier in de buurt is jaren geleden een grasland uit produktie genomen. Dit heeft weinig opgeleverd, waarschijnlijk doordat de zaden van de gewenste soorten verdwenen zijn. De vegetatie is verstoord en wordt gedomineerd door de kleine brandnetel.'

Dat de gewenste natuur niet altijd vanzelf komt, lijkt logisch. Jarenlang hebben boeren met zware machines de aarde omgewoeld en hebben ze hun akkers besproeid met meststoffen en diverse soorten landbouwgif. De bodem heeft ruimte moeten bieden aan wortels van planten die daar van nature nooit zouden komen. Vaak stonden er met grote regelmaat dezelfde gewassen, waardoor het leven in de grond eenzijdig is geworden, gedomineerd door schadelijke nematoden (aaltjes) en ziekteverwekkende schimmels.

Danig verstoord dus, vatten Woldendorp en Van der Putten van het NIOO samen. De EU-subsidie voor het onderzoek is net binnen. 'Ik kreeg zojuist een telefoontje van Natuurmonumenten over de rekening van het hek rond ons proefterrein', zegt Woldendorp tevreden. 'Het onderzoek kan beginnen.'

Bij Planken Wambuis op de Veluwe komt een proefterrein van vijfduizend vierkante meter, zo groot als een voetbalveld. De afgelopen zomer ploegde, zaaide en oogstte daar een boer voor het laatst. De natuur kan nu haar gang gaan en wordt daarbij nauwlettend in de gaten gehouden en gemanipuleerd door de onderzoekers uit Heteren.

Het voetbalveld tussen de Veluwse bossen wordt verdeeld in vijftig stukjes van tien bij tien meter. Op elk vlakje doen de onderzoekers wat anders. Op het ene zaaien ze kruiden in, het volgende enten ze met bodemorganismen uit de buurt en op weer een ander doen ze niks. Vervolgens houden de biologen de ontwikkeling van de vegetatie nauwgezet in de gaten om de gestelde vragen te kunnen beantwoorden.

'Het is deels onbekend terrein wat we onderzoeken', zeggen Woldendorp en Van der Putten. 'We weten alleen dat wat het eerst gebeurt, bepalend is voor de jaren erna', benadrukken ze het belang van hun onderzoek. 'Als op de braakliggende grond brandnetels domineren, krijg je die niet zomaar weg. De planten die de eerste jaren opkomen, leggen de toekomst van het gebied voor lange tijd vast. Als je geen brandnetels wil, moet je dat vooraf voorkomen.'

Welke planten opkomen, hangt af van een groot aantal factoren. Bepalend zijn uiteraard de in de grond aanwezige, maar sluimerende zaden van de planten die hier groeiden voordat de boer zijn intrede deed. Maar ook de micro-organismen in de bodem, zoals de schadelijke aaltjes en schimmels, nuttige mycorrhiza en de wat grotere diersoorten, waaronder pieren en insekten, bepalen welke plant het redt en welke niet.

OM BETER TE kunnen voorspellen wat er kan gebeuren op verlaten akkers, worden er in Europa zes proefvelden als bij Planken Wambuis aangelegd. Aan dit groots opgezette onderzoek nemen instituten uit zes landen deel, elk gespecialiseerd op één deelgebied.

Er zijn zoveel proefvelden nodig om onder verschillende klimaatomstandigheden algemene principes van natuurontwikkeling boven water te krijgen. In het kletsnatte Engeland, het natte Nederland en het wat drogere Tsjechië ligt de eerste serie. De tweede loopt van het koude Zweden, via Nederland en Frankrijk naar het mediterrane Spanje.

Het NIOO coördineert het onderzoek en brengt op alle zes proefvelden de werking van de schadelijke micro-organismen in kaart, een onderwerp waarover in natuurlijke bodems bar weinig bekend is. De andere deelnemende instituten kijken naar mycorrhiza, de rol van insekten en de aanwezigheid van zaden in de bodem.

In Heteren bestaat ervaring met de invloed van de schadelijke micro-organismen op het planteleven. De hinder die ze kunnen veroorzaken is bekend. Als een boer lang hetzelfde gewas teelt, wordt zijn akker 'moe' en neemt de opbrengst af.

Onder andere bij aardappels speelt dit. Aardappelmoeheid is een bekend begrip. De aaltjes die van aardappels houden, kunnen zich onbeperkt uitbreiden als er regelmatig piepers groeien. Daarom mogen op een akker hooguit één keer in de drie jaar aardappels staan, tenzij de grond wordt ontsmet.

Ook in de natuur beïnvloeden de micro-organismen het planteleven. Het NIOO heeft dit onder meer in de duinen bestudeerd. Op kale plekken vlakbij zee wil alleen helmgras groeien. Die vegetatie blijft in stand, mits de wind voortdurend vers zand aanvoert, zoals in de eerste duinenrij veelal het geval is. Als het niet meer stuift, wordt het zand 'helm-moe' en grijpen andere planten hun kans, hebben de onderzoekers van het NIOO een paar jaar geleden ontdekt.

Op de proefvelden willen ze kijken in hoeverre de kleine organismen uit het akkerbouwtijdperk de komst van nieuwe planten dwarsbomen. Van der Putten: 'De grond zit vol met agressieve aaltjes en schimmels. Er komt geen gewas meer en wat doen ze? Als hun voedsel weg is, verdwijnen ze mogelijk. Maar de kans bestaat dat er planten komen waarop ze zich massaal storten. Op die manier kunnen ze de ontwikkeling van de gewenste vegetatie belemmeren. Ongevoelige soorten grijpen hun kans waardoor een paar plantesoorten gaan domineren.'

ALS EERSTE STAP in de speurtocht naar het juiste recept voor natuurontwikkeling willen de NIOO-onderzoekers kijken welke schimmels en nematoden een rol spelen bij de allereerste stappen van het nieuwe groen in de herwonnen ruimte. In het laboratorium worden bodemmonsters geanalyseerd en de soorten gedetermineerd.

Uiteindelijk moet het project, dat een aantal jaren gaat duren, uitmonden in een advies voor natuurontwikkelaars. Wat is de ideale receptuur voor nieuwe natuur? Wat moet je spontaan laten opkomen en wat moet je er zelf naartoe brengen? Over dat laatste moet je niet te moeilijk doen, vinden ze in Heteren, zolang het soorten uit de buurt betreft.

'Soorten verspreiden zich langzaam', weten Woldendorp en Van der Putten. Ze laten een publikatie zien over het oprukken van wormen in de Noordoostpolder. Ze hebben sinds de jaren veertig de tijd gehad, maar hebben nog steeds niet alle uithoeken van de polder bereikt.

Marc van den Broek

Meer over