De huiskamer van Ravenstein

Elke zondag na de mis schaart een illuster herengezelschap zich rond de stamtafel in de stadsherberg van Ravenstein, vestingstadje aan de zuidoever van de Maas....

ROBIN GERRITS

LAAT HET een pas of vijftig zijn, van de St. Luciakerk, langs de pomp, tot aan de deur van de herberg. Een mooie afstand om na de hoogmis snel de droge keel met bier gesmeerd te krijgen. Dat is nodig, want tot half twee zondagmiddag gaat de stad over de tong. Het illustere gezelschap dat zich de stamtafel noemt, houdt zitting in stadsherberg de Keurvorst in het hart van Ravenstein.

Het oude vestingstadje (stadsrechten in 1380) ligt tussen Oss en Nijmegen, aan de zuidoever van de Maas. Net binnen Brabant nog. Voor drie piek krijg je koffie met een 'mini-Bossche bol' die net zo groot is als de gemiddelde Randstad-moorkop.

Het instituut stamtafel, steevast zondag na de mis, van twaalf tot half twee, biedt een wat dorpse aanblik, althans dorps in de betekenis van iets dat hoort bij het verleden, toen er nog saamhorigheid bestond en men naam, afkomst en gedrag van iedere plaatsgenoot kende. Het gezelschap heeft ook iets corporaals: er is weinig voor nodig om de heren van hun stoel te doen opstaan om een lied aan te heffen.

De sfeer aan de stamtafel is niet die van uitsluiting en hooghartigheid die menig studentencorps kenmerkt. Deze tafel van - dat wel - slechts heren, staat midden in de gemeenschap. Het is ook zeker niet zo dat alleen 'het groot' van Ravenstein mag aanschuiven. Naast de professor, de fabrikant en het gemeenteraadslid zitten onder anderen de waard, de rijwielverkoper en de pr-man aan.

Buitenstaanders mogen meepraten over het wel en wee van het stadje. Maar om lid te worden, dat wil zeggen aangezetene, is meer nodig. De man die aan de wieg stond van de heroprichting van de stamtafel in 1975 (de oorspronkelijke stamtafel dateert van 1575), notarieel-rechtsgeleerde M.J. van Mourik, noemt de voorwaarden op: de kandidaat moet 1) man zijn, 2) geboren of woonachtig zijn in Ravenstein, 3) katholiek zijn, en 4) sociale en culturele binding hebben met het stadje.

De opsomming maakt duidelijk waarom de huidige burgemeester nooit zal aanzitten. De vrouw is niet alleen buiten Ravenstein geboren, ze wil er ook niet wonen. En van sociale of culturele betrokkenheid heeft niemand ooit wat gemerkt.

Eigenlijk telt alleen het gevoel voor Ravenstein (de inwoners zeggen Ravenstein, met de nadruk op de laatste lettergreep). De meeste heren komen allang niet meer recht uit de kerk naar de tafel en niet iedereen is geboren in Ravenstein. Als je maar vaak aanschuift en gezellig meedoet. De 'regels' zijn er vooral om over te lachen.

Zoals de ballotage. Als iemand na een paar zondagen zin heeft definitief aan te schuiven, kan hij dat aanvragen. Op de bewuste zondag wordt de kandidaat verbannen naar de pomp op het pleintje voor de stadsherberg om daar het oordeel van de stamtafel af te wachten. Na terugkeer noemt 'voorzitter' Van Mourik eerst alles wat tégen het opnemen van de aspirant spreekt, en vervolgens alles ervóór. En dan wordt hij aanvaard. Altijd. Als vast attribuut krijgt hij een bierpul met zijn naam erop.

Het heet een serieus gezelschap te zijn. Maar daar is weinig van te merken. Er wordt veelvuldig en hard gelachen. Veel door elkaar heen gepraat. Over vroeger. Over nu. Over de toekomst. Over aanwezigen en afwezigen. Over oud-aangezetenen en over oude aangezetenen.

Zoals de nestor van het tafelgenootschap, dat bij volledige presentie 24 man zou tellen: oud-bioscoop-eigenaar Van Pinxteren. 87 Jaar is hij inmiddels en, al kan hij lang niet alles verstaan, hij is trouw elke zondagmiddag aanwezig. Hij betaalt de jaarcontributie van 25 gulden, - 'voor grafkransen' - altijd vooruit, schertst de onbenoemde voorzitter, en moet ook ver vóór zijn verjaardag z'n rondje geven. Het kan maar binnen zijn.

Sinds Jan en Anneke van de Berg er in 1979 in trokken, speelt de stadsherberg weer de centrale rol die zij van oudsher vervulde. Het pand waarin de Keurvorst zetelt is uit de zeventiende eeuw, en had van begin af een horecabestemming. Vroeger kwam daar behalve het onderbrengen van gasten (en hun paarden) en het laven van dorstige kelen ook het ruimte bieden aan allerlei openbare functies bij, zoals de rechtspraak of gildevergaderingen.

Er is in dat opzicht weinig veranderd. Want niet alleen de stamtafel resideert er, ook carnavalsverenigingen, koren en denksportclubs houden hier hun domicilie. 'Dit is altijd al de huiskamer van Ravenstein geweest, ook voor wij het kochten', zegt Anneke van de Berg. Die sfeer ademt de ruimte ook. Gezellig, een beetje rommelig. En dat moet zo blijven, ook als volgend jaar het hotelgedeelte boven een fikse opknapbeurt krijgt. Je gaat een ruimte waar de geschiedenis tastbaar aanwezig is toch niet veranderen? Het raamkozijn met kogelgat, getuige van de (gelukte) moordaanslag op een NSB-burgemeester in 1944, blijft dus.

Misschien is het ook wel door die eeuwenlange historie dat de stadsherberg, centraal gelegen tegenover kerk en stadhuis, een zaak is met enig cachet, met waardigheid. 'Vroeger was dat al zo, ten tijde van mijn vader', zegt Van de Berg. 'Je kon beter hieruit komen lopen met een slok te veel op, dan uit een andere kroeg.'

Of Ravenstein per trein of per auto wordt aangedaan, in beide gevallen gaat de entree via de Landpoortstraat. Het mooie laantje markeert de overgang van de vrij karakterloze buitenwijken naar het oude hart. De straat voert dwars door een brede groene zone, want om het oude centrum heen ligt wat vroeger de vestingomwalling was. Van de verdedigingswerken is nauwelijks iets over, al is het puntige patroon wel in de plattegrond herkenbaar en staan twee van de vroeg zestiende-eeuwse stadspoorten, de Maaspoort en de Kasteelse Poort, er nog. Het kasteel waaraan Ravenstein zijn naam dankt, is in 1818 gesloopt.

E N DE MANNEN aan de stamtafel, waarover spreken zij zoal? Over die van Herpen, de inwoners van het dorp binnen de gemeentegrenzen met wie al sinds het begin van de jaartelling rivaliteit wordt gevoeld. Toen Walraven van Valkenburg in 1360 besloot zijn kasteel van Herpen te verplaatsen naar de Maas, omdat dat beter uitkwam voor de tolheffing, is het eigenlijk begonnen. Toen werd het jongere Ravenstein vesting, stad, en ging de welvaart daarheen. De karakterverschillen gelden nog steeds, volgens de ridders van de stamtafel. Herpen ligt op zand en je moet gewoon harder werken om daar iets uit de grond te krijgen. Op de vruchtbare klei van Ravenstein is dat niet zo'n kunst, en zo gelden de Herpenaren als de hardwerkende boeren en de Ravensteiners als de luxe stedelingen.

Eigenlijk belichaamt de stamtafel, vinden de heren, het bewustzijn en het geweten van het stadje. Want dat is het! Zo klein als een dorp, maar het voelt als een stad. Natuurlijk, stadsrechten. Maar de kleine straatjes met hun dicht op elkaar gebouwde geveltjes ademen ook geen dorpse sfeer, ook al wonen er maar een paar duizend mensen.

Een mooie gelegenheid voor een bezoek is het weekeinde van 12 en 13 december. Zaterdagsavonds gaat het elektrische licht uit en wordt de hele binnenstad verlicht met duizenden kaarsen. De dag erna staat in het teken van een kerstmarkt. In Tiroler sfeer. Daar heeft de stamtafel vast ook een mening over.

Stadsherberg De Keurvorst, Marktstraat 14, Ravenstein, tel. 0486-411371, Stadswandelingen bij VVV-post Van Beers Bazar, Kolonel Wilsstraat 6.

Meer over