De huisbewaarster

Ze zag er niet naar uit dat haar vriendenkring op onze kosten voor honderden guldens naar 06-lijnen zou gaan bellen....

Het welkom na de vakantie was juichend geweest. 'Joehoe, wat jammer dat jullie terug zijn', zong ze. Stralend hield ze ze een zwartgeblakerde appeltaart ter verwelkoming omhoog, de schat. 'Speciaal voor jullie gebakken.' Het was ver na middernacht. Grammofoonplaten lagen her en der verspreid uit de hoezen, het stonk naar een kroeg vol zurige rook en het duurde een paar uur alvorens de slaapkamers weer uitgemest en beslaapbaar waren. Had ze hier soms de voltallige jeugd uit haar Friese dorp te logeren genood?

De volgende ochtend kwamen er beestjes uit volle prullemanden gekropen. De stofzuiger bleek verstopt. De deuren zaten vol vingerafdrukken. De naald van de nieuwe platenspeler ging schuil achter een wolk stof. De geraniums waren op sterven na dood, de bougainville was het al. De servieskast was in een geteisterde kermisattractie veranderd. IJskast, fornuis, toilet en badkamer leken langdurig te zijn bezocht door monteurs die net onder een zeer oude auto vandaan kwamen. Het gazon was geel als een woestijn, de zoldertrap gestoffeerd met katteharen en in de schuur stonden eens zo blinkende fietsen vol modder, met sturen en zadels die ineens op een merkwaardige hoogte stonden.

Toen pas ontdekte ik een aantal barsten in de tegels van onze pas verbouwde keuken.

Na haar vertrek had Tanja niets van zich laten horen. Haar tekstverwerker stond nog in de gang. Als aandenken. Haar regenjas er bovenop, vergezeld van een envelop van de postgiro met daarin de oorbellen die we in twee bedden hadden aangetroffen. Ze had ook nog een cd zonder hoes van The Eagles achter de wijnglazen achtergelaten. En in de boekenkast vonden we een pak maandverband, ter hoogte van Proust (In de schaduw van de bloeiende meisjes).

'Joehoe', zong Tanja op een avond door de telefoon. 'Ligt mijn regenjas soms nog bij jullie?' Gut, die tekstverwerker ook? Ze dàcht al! Nee, ze zou haar spullen morgen komen ophalen.

Morgen werd maanden later. Hadden we haar maar geen briefje moeten schrijven waarin stond dat opruimen en schoonmaken na haar logeerpartij ons al gauw een dag of drie had gekost. Tanja was boos. Een smeerpoets? Zij? Hoe durfden we! Nee wij waren zelf schuldig. Ze had immers na een tijdje een pan op het aanrecht ontwaard waar groene schimmel uit groeide. Hadden we die niet even kunnen ledigen en schoonmaken alvorens met vakantie te gaan?

Tanja had zeker de begeleidende notitie over het hoofd gezien. Daarin stond dat die pan met luisterrijke spaghetti speciaal voor haar was bereid. Zodat ze de eerste avond niet hoefde te koken, en nog smakelijk eten kind.

Het jaar nà Tanja verscheen een huisbewaarster die er wel pap van lustte. Van de heren dan - als we de oplettende buren mochten geloven. Maar in tegenstelling tot de onbesproeide grasmat bleek de matras bleek bij nadere inspectie toch nog redelijk vlekkeloos. De wijnvoorraad was slechts tot de helft teruggebracht.

Of we deze zomer niet fijn naar de Antillen wilden. Woningruil. O ja, en ze hebben drie pubers en een hond.

'Hè, toe'

Gillend kruip ik achter het stuur en rij weg zonder te weten waarheen. Ik sta nu al een uur en een kwartier in de file. Opgebroken weg zeker. Maar het kan ook de afslag naar De Efteling wezen.

Ben Haveman

Meer over