De huilbuien van Asturias

Nog nooit zoveel mannen zien huilen op kantoor. Grote kerels allemaal, en doorgewinterde regionale politici, maar ze kunnen hun tranen niet inhouden....

En wanneer ze een persconferentie geven om de oorzaken van hun gemoedstoestand uit de doeken te doen, moet die steeds onderbroken worden omdat ze weer in snikken uitbarsten.

De werkelijkheid heeft de soap ingehaald in Oviedo. De hoofdstad van de Spaanse deelstaat Asturias is ondergedompeld in een drama waarin de hoogste lokale politici de hoofdrollen vervullen.

Heel Spanje geniet mee, al is er geen hond die het verhaal helemaal snapt. Zelfs prins Felipe moet het bang te moede worden, want het 'vorstendom Asturias' is zijn achterland: zoals de Britse kroonprins zich Prince of Wales mag noemen, zo draagt de Spaanse kroonprins de titel Príncipe de Asturias.

De huilende mannen in Asturias hebben allen een ding gemeen: zij hebben zojuist hun ontslag ingediend als lid van de deelstaatregering of als topambtenaar. Dat maakt ze ernstig ongelukkig, want ze wilden helemaal niet opstappen.

Maar ze behoren tot de Partido Popular en de partijtop in Madrid heeft een ondubbelzinnig consigne uitgevaardigd: ontslag nemen of uit de partij gezet worden.

Het merkwaardige is dat ook de partijtop eigenlijk niet wil dat ze opstappen. De leiding van de partij van de Spaanse premier Aznar wil iets heel anders: dat Sergio Marqués aftreedt als regeringsleider van Asturias. Maar Marqués is een harde, die zul je niet gauw op een huilbui betrappen. De partijtop kan de pot op, zegt Marqués, ik ben gekozen door het parlement van Asturias en ik laat me niet wegsturen omdat zullie in Madrid hier de lakens willen uitdelen.

Zullie, dat is zegge en schrijve één man: Francisco Alvarez Cascos, secretaris-generaal van de partij en eerste (wee je gebeente als je de toevoeging vergeet!) vice-premier van Spanje. Cascos is de houwdegen, de straatvechter van het kabinet. Als er politieke tegenstanders beschimpt en beledigd moeten worden, neemt hij de honneurs waar. Zijn ijzeren hand ligt altijd klaar voor het moment dat het eigen partijkader uit het gareel dreigt te gaan lopen.

En Cascos komt uit Asturias waar hij de dienst wil uitmaken, ook al zit hij ver weg in Madrid. Marqués weigert echter te beseffen dat hij slechts als president van Asturias wordt getolereerd zolang dit Cascos zint.

Vrienden voor het leven, die twee. Van jongs af aan voorop gelopen in de partij, veel bij elkaar over de vloer. Maar de relatie is stuk gelopen, en niemand weet waarop. Het schijnt iets van doen te hebben met de scheiding van Cascos en diens tweede huwelijk. De aanleiding voor Cascos' guerrilla tegen zijn oude maat was een opmerking van een van diens ministers die de (eerste) vice-premier een buitensporige hang naar protagonisme verweet. Die man moet weg, donderde Cascos. Vergeet het maar, antwoordde Marqués. Dus nu moet Marqués weg.

Vandaar al die huilende mannen. Met de kaasschaaf snijdt de (eerste) vice-premier de politieke steun aan de president van Asturias weg. Zijn vice-president is opgestapt, een handvol ministers en adviseurs, de PP-fractieleider in het regionale parlement, en elke dag volgen anderen. Maar Marqués houdt vol. 'Laat de fractie maar een motie van wantrouwen indienen', zegt hij uitdagend, wetend dat de PP geen meerderheid heeft en dat de andere partijen grijnzend staan te kijken naar de grootste crisis in de PP sinds haar oprichting.

Zelfs de bisschop van Oviedo bemoeit zich ermee: 'Het zou goed zijn als de betrokken politici eens uitlegden wat er nu eigenlijk aan de hand is.'

Voor de kersverse socialistenaanvoerder Borrell is dat zonneklaar. Cascos, eerder beschuldigd van het opzetten van een samenzwering om ex-premier González politiek te breken, is een onverbetelijk intrigant: 'Overdag smeedt hij complotten tegen de socialisten en in zijn vrije tijd tegen zijn eigen partijgenoten.'

Cees Zoon

Meer over