De Hongs gaan eropuit

Hoe verzinnen ze het - een andere eerste gedachte is bijna niet mogelijk. Een serie roltrappen, 800 meter lang, midden in de stad....

DOOR ERIC VAN DEN BERG

Maar het past bij Hongkong. Of in elk geval het bééld van Hongkong .

Zeker zeven miljoen mensen bewegen zich door de metropool tussen werk, markt, mall en hun appartementje in een van de ranke wolkenkrabbers. Over een netwerk van loopbruggen, in rode of groene taxi's, in de spic en span metro, of natuurlijk per Star Ferry, die de Victoria Harbour oversteekt. Wereldstad Hongkong. De Golden Gate legt het af tegen de Tsing Ma-brug, de skyline van Sydney redt het niet bij die van Hong Kong Island. Zo'n stad. Er staan scheppingen van Norman Foster (het hoofdkwartier van de HSBCbank) en I.M. Pei (de Bank of China, die als een scherp mes de lucht in steekt). En sinds kort is het hoogste punt weer hoger: toren Twee van het International Financial Center meet 415 meter. Met dubbeldeks lift.

Dat is Hongkong.

Oók .

Want er is ook een onvermoede kant: Hongkong, 'Speciale Administratieve Regio' van China, is eigenlijk geen stad maar een eilandenrijk. Ze zijn geteld: 260 eilanden (waarvan Hong Kong Island er dus slechts één is). Van het grondgebied - zes keer zo groot als Washington DC - wordt 70 procent als 'groen' bestempeld, 40 procent is zelfs 'beschermd natuurgebied', ondergebracht in een van de 23 Country Parks.

Het is niet eens zo heel ver van de pakkenaanpraters van Nathan Road of de toekomstvoorspellers op de Temple Street Night Market. De Dragon's Back-route, een populaire trap-op-trap-af wandeling in de heuvels bij buitenpost Shek-O, begint min of meer ín de stad. Sai Kung East Country Park ligt verder weg: metro naar Choi Hung, daar minibus 1A (de groene) naar het vissersplaatsje Sai Kung, en dan bus 94 - wat klinkt als een hele wereldreis, maar het niet is. Het openbaar vervoer in Hongkong is efficiënt en goedkoop; etappes sluiten nagenoeg naadloos op elkaar aan. Dus is het zo'n vijf kwartier reizen van de hotellobby in Kowloon naar het begin van de Wandelroute van de Verlaten Stranden.

Waar het mobieltje geen bereik meer heeft. Heel soms dringt China Mobile nog door (China ligt op dit punt slechts 30 kilometer verder), maar de connectie met Hongkong is verdwenen. Het High Island waterreservoir (280 miljoen kubieke meter) herinnert eraan dat ergens in de buurt veel mensen moeten wonen, maar dat is het dan ook. Hier groeit de paarse Chinese Bell Flower in het wild, vind je tientallen soorten bamboe, en, o ja, er leven 22 soorten slangen, waarvan zeven giftig. 'Geen nood', zegt gids Roger Walker (zijn echte naam) van Walk Hong Kong, die hier wekelijks loopt. 'Je komt ze niet tegen. Ze zijn bang.'

Veertien kilometer lopen, langs idyllische baaien (geliefd onder smokkelaars) die vandaag helaas baden in een mist, door bossen die zijn geplant op vroegere rijstvelden. Soms een behoorlijke klim omhoog, soms ploegend over het strand, maar meestal toch over een betonnen pad of in elk geval stenen - want zo zijn de Hongkongers dan ook wel weer. Alles is geregeld; barbecuepits, lunchhokjes, bankjes overal. Plus na elke kilometer een noodknop voor hulp.

Een deel van de geplaveide tocht overlapt de MacLehose Trail, de beroemde route van 100 kilometer door de New Territories. Genoemd naar Lord Murray MacLehose, gouverneur van 1971 tot 1982, die halverwege de jaren zeventig bedacht dat de stedelingen buitenruimte nodig hadden en de Hongkongse natuur beschermd diende te worden tegen economische groei en stadsuitbreiding. Aan hem zijn de natuurparken te danken; jaarlijks is er een internationale benefietloop voor teams over het pad dat hem eert. Snelste tijd: 11 uur en 57 minuten.

MacLehose was een vooruitziende geest: de Hongs moeten eropuit.

Sinds de SARS-epidemie in 2003 lijkt het zelfs een opdracht geworden. 'Vroeger gingen de mensen veel meer naar de shopping mall of naar de bioscoop, maar nu willen ze naar buiten', zegt Walker, zelf sinds 1981 inwoner van de stad. 'Ze willen niet meer op plekken zijn waar veel mensen op elkaar zitten gepakt.'

Zondag, dé buitendag. Golfen op de openbare golfbaan van het eiland Kau Sai Chau bijvoorbeeld - twee maal achttien holes, reserveren weken van tevoren noodzakelijk - en dan terug met de ferry en vis eten in Sai Kung. De Hongkongers en de toeristen kiezen bij een kraampje een blauw gespikkelde tandbaars van ruim een halve meter uit een aquarium (oké, wat garnalen of een kreeft kan ook), krijgen die mee in een plastic tas, en leveren hem in bij de kok van het restaurant ernaast. Dit willen we eten, succes ermee.

Filmster Jackie Chan, ambassadeur van de Tourist Board, is ingehuurd om in tv-spots het vissersdorp in de New Territories te promoten. Taste it! Prima, maar beter niet in het weekeinde. Wat ook geldt voor de vegetarische lunch in het Po Lin-klooster midden op het eiland Lantau (twee keer zo groot als Hong Kong Island). Tienduizenden Chinezen en Hongkongers stappen op zondag in een tourbus (of bus 23 bij metrostation Tung Chung) om de Boeddha's van Verleden, Heden en Toekomst te eren. Al-le-maal gaan ze eten, want wie geen lunchbon koopt (60 hongkongdollar voor eenvoudig, 100 voor luxe), mag niet naar binnen bij Attractie nummer 1: de Big Buddha .

Dat bronzen beeld - 23 meter hoog, 200 ton zwaar - zetelt in Lotus-houding 480 meter boven de Zuid-Chinese Zee. Feitelijk beschouwd zit hij op de Memorial Hall, waarvan de muren zijn betegeld met tienduizenden gedenktekens van gestorvenen die het een eer vonden zich op deze plek te vereeuwigen (met foto: 20 duizend dollar, 2000 euro). De bezoekers schuifelen er langs, de meesten stoppen even bij de plaquette van Anita Mui, de 'Madonna van Azië' die anderhalf jaar geleden overleed. Bloemen en sinaasappels blijven achter.

De Grote Boeddha heeft het beste uitzicht over het eiland. Hij ziet aan alle kanten groene heuvels, de stranden (heel Hongkong heeft er 150), de kronkelende wegen, de weggestopte Ma Po Ping-gevangenis en, beneden aan zijn voeten, de krioelende menigte die knielt en offers brengt in het klooster. Onder hen ook Cheung Man Cheun, een lerares uit Hongkong, aan de paddestoelensoep in de grote eetzaal. 'Ik kom hier om de monniken te steunen', zegt ze. 'Met het geld bouwen ze scholen en tehuizen. Dat is mijn offer.'

De meeste dagjesmensen branden wierook, kopen een aandenken, kijken nog één keer omhoog naar het immense bronzen beeld en stappen weer in de bus. Als er nog tijd is, gaan ze naar Tai O (bus 21 staat ook tussen de heuvels gewoon klaar). De Chinezen bezoeken daar de Kwan Tai Tempel (voor de God van Oorlog en Rechtvaardigheid), de stedelingen kopen er hun vis. Op de markt houden reisleiders met megafoons hun groep bijeen, maar in de smalle straatjes, twee hoeken verder, klinkt het geklik van Mah Jongstenen.

Ook dit is wat je buiten noemt. Nog even doorlopen, naar het puntje van het schiereiland - oude vrouwtjes die de straat vegen, kinderen die hun drie woorden Engels op een paar toeristen uitproberen, het kabbelende water tegen de vissersboten, de zee, de zon, de voorbijdrijvende wolkenpartijen, en - hm, in de verte de vliegtuigen die hun laatste bocht indraaien richting Hong Kong International Airport.

O ja. Hongkong. De wereldstad.

Waarnaar iedereen aan het eind van de dag terugkeert. Met bus 11 in een half uur naar Tung Chung, behalve woonoord voor tienduizenden luchthavenmedewerkers ook een van de meest vervuilde plekken van Hongkong. Niet op straat - wie zomaar wat vuil neergooit kan rekenen op een boete van 150 euro - maar in de lucht. Veroorzaakt door het eigen helse verkeer, maar grotendeels toch binnendrijvend vanuit de Pearl River Delta in China, waar voor de hele wereld mobiele telefoons, schoenen, auto's en dvd-spelers in elkaar worden gezet. Op slechte dagen verdwijnen de torenflats in een bruingrijze nevel.

De Hongkongers maken zich zorgen, zo bleek onlangs nog uit onderzoek van bureau Synovate. Bijna alle ondervraagden hadden last van luchtvervuiling, de helft van hen overwoog te verhuizen. In 2002 zijn naar schatting achthonderd mensen voortijdig gestorven als gevolg van de verontreiniging; er zijn al onderzoekers die uitkomen op vijftienduizend sterfgevallen per jaar.

Hongkong groeit (alleen al vanuit China komen er 150 mensen per dag bij), en wíl groeien. Op Hong Kong Island wordt opnieuw een snelweg bijgebouwd, afgesnoept van Victoria Harbour. Het vliegveld, dat hét knooppunt van Zuid-Oost Azië wil zijn, zal in de komende vijftien jaar verdubbelen.

En al op korte termijn: Disney komt eraan. Op 12 september opent Disneyland Hong Kong in Penny's Bay op Lantau. Concurrent Ocean Park mag vervolgens niet stilzitten en zal zijn water-en pretvoorziening op Hong Kong Island voor een half miljard euro herbouwen. Inclusief onderwaterrestaurant, kung fu stuntshows en hogesnelheidstrein.

Dan is Hongkong wat het volgens de Tourist Board zou moeten zijn: een familiebestemming. Shoppen in Kowloon, wandelen in de New Territories, dolfijnen kijken op Hong Kong Island, knuffelen met Mickey op Lantau. Ook het Po Lin-klooster wordt ontsloten. Vanuit Tung Chung gaat er vanaf 2006 een kabelbaan omhoog - binnen een kwartier tot aan de voeten van Boeddha. Zelfs de transit-passagier, die een paar uurtjes heeft te doden, kan dat vanaf de luchthaven nét redden.

Meer over