De Hollandse honkbal invasie

Steeds meer Nederlanders en Antillianen boeken succes in het Amerikaanse honkbal. De Amerikanen krijgen dat in de gaten en het nationale team profiteert....

Yurendell de Caster staat klaar bij de thuisplaat met de honkbalknuppel in zijn handen. Hij kijkt op en glimlacht breed. Op de werpheuvel staat Calvin Maduro klaar om een bal met 135 kilometer per uur zijn kant op te gooien. 'Dat was bijzonder', zegt De Caster later. 'Ja, mooi', vindt Maduro.

Het is niet zomaar een ontmoeting tussen de slagman van Indianapolis Indians en de werper van Columbus Clippers, vorig weekeinde in Indianapolis. Het is een bijzonder Antilliaans moment, een eerste confrontatie tussen twee topsporters die elkaar goed kennen.

Beiden spreken Engels, Nederlands en Papiamento. Beiden spelen in het Nederlands team. Beiden boeken succes in Amerika en beiden zijn bevriend met de man bij het eerste honk: Indians-slagcoach Hensley Meulens, een voormalige topspeler in de VS, geboren en getogen op Curaçao.

Hij verhoogt die vrijdagavond de oranje-getinte feestvreugde in Victory Field, een vriendelijk stadion in 'Indy'.

Honkballers met een Nederlands paspoort doen het goed in de VS, de bakermat van de sport. De eveneens succesvolle Japanners springen meer in het oog, maar als leverancier van talent vallen Nederland en de Antillen op. Een forse groep spelers bevolkt de diverse divisies, van de 17-jarige Gregory Halman in de liga voor eerstejaars spelers tot de 28-jarige ster Andruw Jones op het hoogste niveau in Atlanta.

De Caster (25) is een opvallende verschijning. De buitenvelder is een publiekslieveling. 'We noemen hem D', zegt Sharon Jameson, een fanatieke supporter. Gezeten op haar vaste plek bij het derde honk kijkt ze verrukt zijn kant op. 'And we love him!' Waarom? Hij is goed, bescheiden 'en ook nog ongelooflijk knap'.

De speler heeft de liefde van de supporters snel verdiend. Dit is pas zijn eerste seizoen bij de Indians. Zijn slagpercentage is goed, hij steelt honken, vangt lastige ballen en heeft al negen homeruns geslagen. 'Hij is een complete speler', zegt coach Meulens (38), die blij is met de komst van De Caster. De twee weten wat ze aan elkaar hebben: De Caster werd groot als speler op de honkbalacademie van Meulens op Curaçao.

Ook Robert Eenhoorn (37), de Nederlandse bondscoach, is te spreken over De Casters ontwikkeling. Eenhoorn weigert de meest getalenteerde Nederlandse spelers in Amerika te noemen, maar zegt na enig aandringen dat De Caster erg goed is. 'Hij krijgt misschien een kans.'

Dat wil zeggen: een kans om de overstap te maken naar de Major League, de eredivisie van het honkbal. Alle dertig clubs in die liga hebben zogenoemde farm teams, clubs die tot dezelfde organisatie behoren. Zij spelen in de Minor League, en zijn onderverdeeld in vier klassen: AAA, AA, A en de rookie (eerstejaars) liga. De Caster en zijn Indians spelen op het hoogste (AAA) niveau, als onderdeel van Pittsburgh Pirates.

Het gerucht in Indianapolis wil dat De Caster binnenkort naar Pittsburgh gaat. Heeft de speler dat zelf al gehoord? 'We zien wel. Mensen praten. Ik weet van niks.' Natuurlijk wil hij naar de 'big league', zoals iedere honkballer. Meulens: 'Over een paar weken beginnen de gesprekken, let maar op.'

Eenhoorn hoopt dat De Caster erbij zal zijn, wanneer van 2 tot 17 september het WK in Nederland wordt gespeeld. De speler hoopt het ook: 'Als ze me oproepen, en ik kan, ga ik natuurlijk.'

Vorig jaar maakte hij deel uit van de ploeg bij de Spelen in Athene, waar zesde werd.

E r zijn niettemin twee scenario's die hem in de VS kunnen houden. Als hij bij Indians blijft en zijn ploeg haalt de play-offs, dan zal zeker tot eind september duren. En als hij naar Pittsburgh gaat en díe club haalt de play-offs geldt precies hetzelfde.

Het Nederlandse team werd eerder deze maand overtuigend Europees kampioen - voor de negentiende keer. Dat succes is voor een deel te danken aan de 'Amerikaanse' spelers. De mannen in de Minor en Major Leagues 'spelen op wereldniveau', zegt Eenhoorn.

'Je staat daar elke dag op het veld. Je kunt je optimaal ontwikkelen, fysiek én mentaal. De spelers zijn niet per definitie beter, maar je staat wel dag in dag uit tegenover werpers die hard en precies gooien, en tegenover slagmensen met veel talent.'

De AA-en AAA-niveaus zijn volgens Eenhoorn vergelijkbaar met de top van Nederland. In de Major League zit je dus ver boven hetgeen in Europa mogelijk is. De trainer speelde zelf van 1990 tot 1997 bij Amerikaanse topclubs, waaronder New York Yankees en Anaheim Angels.

'Mijn ontwikkeling als speler, en nu als coach, had ik nooit doorgemaakt zonder mijn tijd in Amerika', zegt hij.

Datzelfde geldt voor Hensley Meulens, die overigens zelden Hensley wordt genoemd. De coach kon al vroeg overweg met een knuppel en verdiende de bijnaam 'Bam-Bam'. Meulens werd opgemerkt op Curaçao en had een mooie loopbaan in de Major League, ook bij New York.

De Caster zit er zaterdagmiddag relaxed bij in de kleedkamer. Niet fanatiek en opgefokt, zoals sommigen van zijn teamgenoten. Als jochie op Curaçao voetbalde hij graag. 'Ik wilde naar Nederland, voor Oranje spelen. Ik had geen idee dat je professioneel kon honkballen.' Maar hij had talent, scouts ontdekten hem al vroeg, en in 1998 ging hij naar Amerika. 'Het overkwam me.'

De gedenkwaardige slagbeurt tegen Maduro één dag eerder, verliest hij. 'Vanavond kan ik wraak nemen', zegt hij met een lachje. 'Het moet 1-1 worden tussen ons.' Die avond spelen Indianapolis en Columbus hun tweede wedstrijd in een serie van vijf. Weer staan de twee Antillianen tegenover elkaar. Maduro werpt slechts twee innings, geeft een paar honkslagen weg, maar De Caster houdt hij opnieuw kort.

De Arubaan Maduro is in honkbalgek Amerika redelijk bekend, omdat hij bij zoveel verschillende clubs heeft geworpen. Na een paar rondjes om het veld op de bloedhete zaterdagmiddag, somt de compact gebouwde werper op: in 1991 getekend bij Baltimore, door de Minor League gedwaald, in 1996 naar de Major League bij Philadelphia, in 1998 weer naar AAA, van 2000 tot 2002 weer in de Major League bij Baltimore.

Toen blesseerde hij zijn elleboog, een ramp voor een werper. Sindsdien werkt hij aan zijn herstel. Na matige periodes bij Dodgers en in de Minor League speelde hij vorig jaar voor de Nederlandse ploeg tijdens de Spelen. In juni tekende hij een contract bij Yankees, die hem onderbracht bij Columbus, het farm team in de AAA-liga.

Hoeveel Maduro daar verdient, wil hij niet zeggen. Het ligt ergens tussen de 1500 en 30 duizend dollar per maand, weet Bam-Bam Meulens. De salarissen in de Minor League, een vrije markt waar talent en kwaliteit worden beloond, lopen ver uiteen. De Caster krijgt in Indianapolis achtduizend dollar per maand. Maar het stampvolle seizoen, met precies acht vrije dagen, duurt slechts vijf maanden.

De rest van de tijd moet je jezelf zien te redden. Sommige jongens geven trainingen in de wintermaanden, anderen spelen in Zuid-Amerika, 'en sommigen werken als postbode', zegt Meulens. Geld is nog een reden dat al die jongens naar de big league willen: daar is het minimum jaarsalaris 300 dui-D e vier Nederlandstalige topspelers - Andruw Jones, Sidney Ponson, De Caster en Maduro - zijn Antilliaans. Meulens, zelf in 1989

Major League-speler van Curaçao, kan uitleggen waarom. 'Toen ik klein was, stond voetbal op nummer een. De afgelopen tien, vijftien jaar heeft honkbal die plek overgenomen. Het is ongelooflijk, het aantal kinderen, dat nu honkbalt.' Maduro merkt dat ook. 'Ze zien Jones, Ponson en mij op tv. Dat willen ze ook.'

Meulens: 'Men zegt dat honkbal een Amerikaanse sport is. Dat is ook zo. Maar iedereen houdt van het spel.'

Meulens runt sinds vorig jaar een academie waar de profs in de winter elke dag 's ochtends kunnen trainen. 's Middags spelen tientallen kinderen, van vier tot negentien jaar. Bovendien staat hij Eenhoorn bij als assistentcoach van Oranje, wat de banden tussen de nationale ploeg en de Antilliaanse talenten verder versterkt.

Meulens is vol lof over Eenhoorn: 'Als bondscoach heeft hij veel ten goede veranderd de afgelopen jaren, echt ongelooflijk.' Dat honkbal vanaf 2012 geen olympische sport meer zal zijn, zoals deze zomer werd besloten, is echter wel een klap, zegt Meulens. Ook omdat het geld van NOC* NSF zal verdwijnen. 'Overheidsgeld. Zonde. Ik weet niet wat er gaat gebeuren.'

Vrijwel al die jonge werpers en slagmannen, in Nederland en op de Antillen, willen uiteindelijk naar Amerika. Dat kan ook, zegt Calvin Maduro. 'Trainen, trainen, trainen, spelen, spelen, spelen', is zijn devies. En dan zorgen dat een scout je ziet. 'Als je goed genoeg bent, kom je er.

Maar Meulens waarschuwt ook: 'Het is een lange weg. Niet zo van: vandaag tekenen en morgen sta je in de big league. Andruw Jones heeft het zo gedaan. Ik deed het in drieënhalf jaar. Maar het is moeilijk. Kijk naar Yurendell, die is al acht, negen jaar bezig.'

Meulens benadrukt dat Nederland zelf ook erg goede spelers voortbrengt, jongens die zo in de AA of AAA kunnen meedraaien, of zelfs op het hoogste plan. 'Je hebt goede spelers in Oranje die nooit prof zijn geworden, maar die altijd uitblinken bij internationale wedstrijden.'

Hij denkt aan Dirk van Klooster, 'altijd een van de besten'. Professioneel honkballen in de VS is niet per se zaligmakend, vindt Meulens.

Bovendien mag de tocht naar het topniveau kronkelig zijn, het is geen straf. De Caster heeft het naar zijn zin in Indianapolis. De slagman neemt het devies serieus uit Bull Durham, de film uit 1988 over Minor League-honkbal. 'Dit spel is leuk. Heb het naar je zin!', zegt Kevin Costner daarin.

Hij krijgt gelijk, zeker als je naar De Caster kijkt. Nadat Maduro hem zaterdagavond opnieuw geen honkslag gunt, staat De Caster dicht bij de achterwand als de tegenstander aan slag is. Hij vangt een lastige bal voor een uit, beëindigt zo een inning, buigt licht naar het juichende publiek, en geeft de bal aan een jongen op de tribune. De speler lacht, het jochie lacht terug. En je ziet het aan De Casters houding: dit spel is leuk.

Meer over