De Holland-Afrika lijn

Blanke vrouwen in donker afrika. hoe nederland een stempel drukt op een dorp in senegal. samenleven in abéné...

tekst daniel koning

'Ik haat jubilea. Het zijn begrafenissen. Stel je voor: al mijn vrienden staan rond m'n graf, allemaal houden ze een hypocriet toespraakje. En dan zegt de hoofdredacteur van de krant: 'Jan Mulder; 25 jaar stond hij op de bres in de Wibautstraat. Hij was altijd het zonnetje in huis.' En na afloop gaan ze er met je vrouw vandoor.

Ik voetbal al 25 jaar niet meer. Dat zeggen die jaren tegen mij, al maar door, elke dag opnieuw. Voor een voetballer is dat een vervelende boodschap. Het stadion, het publiek, uitblinken - dat was mijn leven. Schrijven lijkt daar wel wat op, maar het is allemaal surrogaat vergeleken bij de midvoor.'

In O'Dunbeyeland dansen de doven. Ze kunnen niet horen, maar ze kunnen wel voelen. Ze kunnen de trillingen voelen als zwarte mannen de met geitenvellen bespannen djembe's ranselen. Ze zijn hier na een slopende reis aangekomen, beroofd van een handtas op de veerpont over de Gambia-rivier, en nu bewegen zes paar in korte broek gestoken, bleke benen zich onwennig over de vloer van de door palmbladeren beschutte ontvangstruimte.

Adri Zeegers uit Rotterdam kijkt tevreden toe; alles verloopt volgens plan. Twintig dorpelingen heeft ze ingehuurd voor de begeleiding van de groep die onder leiding van Kees Twist - vrijwilliger bij de Nederlandse vereniging van slechthorenden - met de Afrikaanse cultuur gaat kennismaken. Ze leeft al zes jaar in Abéné, vissersdorp met vijftienhonderd inwoners in het zuidelijke deel van Senegal, de Casamance. De naam van haar kampement komt uit een Senegalees sprookje. De accommodatie is jeugdherbergachtig. Water haal je uit een put en poepen doe je in een kuil met een rietmat eromheen.

Westelijker dan Senegal kan niet in Afrika. De voormalige Franse kolonie wordt aan de landzijde ingesloten door Mauritanië, Mali, Guinee-Bissau en Guinee, en aan de kant van de Atlantische Oceaan horizontaal in tweeën gedeeld door de vroegere Britse kolonie Gambia. Sinds de onafhankelijkheid in 1960 is het een relatief stabiel Afrikaans land. In de jaren negentig is in de Casamance een separatistische rebellenbeweging actief geweest omdat de regering in Dakar, ver weg gelegen in het noorden, het zuiden verwaarloost. Door stammentegenstellingen is de beweging uit elkaar gevallen.

Rotterdamse Adri, maatschappelijk werkster in ruste, wilde iets doen in Afrika. Ze was er al vaker geweest toen ze acht jaar geleden via een kennis in Abéné terechtkwam. Ze ontmoette Thomas Sanka Diabang. 'We schelen meer dan dertig jaar maar we konden heel goed met elkaar overweg. We hadden toen nog niks, hoor.'

Abéné. Dorp zonder elektriciteit, zonder waterleiding, zonder gezondheidszorg, zonder geld. Met tamtamspelers, met dansers, met houtsnijders, met vissers en met malaria. In het helse natte seizoen, als je ogen in je hoofd branden van je eigen zweet, als de rijst wordt verbouwd, gaan er twintig, soms wel dertig bewoners dood aan malaria.

Na twee jaar keerde Adri er terug en ze is gebleven. 'Thomas en ik besloten samen verder te gaan, we zijn getrouwd. Hij is professioneel danser. Samen hebben we O'Dunbeyeland opgezet. We organiseren cursussen djem be-spelen, batikken, dansen en schilderen. Neder landse kun stenaars en kunstenaars van hier geven cursussen. Zo ontstaat het beste van twee werelden.

'Als Europeaan leer je hier relativeren. Ik heb hier gestresste mensen zien openbloeien als een zonnebloem. Als ik in Nederland ben, denk ik: "Waar maken ze zich hier in godsnaam druk om. Om de Betuwelijn". Hier moeten de mensen iedere dag bedenken hoe ze morgen aan eten kunnen komen. Iedereen leeft met iedereen. In een samenleving zonder geld is dat nodig. Sinds twee jaar heeft Thomas een tweede vrouw van zijn eigen leeftijd, Astou. Ze hebben ook een baby nu. Dat is hier heel gewoon. Het leven is hier veel relaxter. We wonen met zijn drieën in een traditioneel gebouwde ronde hut. Ik voel me hier erg thuis, maar ik blijf wel Europeaan. Je wordt nooit Afrikaan. Mensen die dat beweren zijn de weg kwijt.'

In de schaduw van palmbladeren hebben de personeelsleden zich aan de doven voorgesteld: de tuinman, de dansleraar, de tekenleraar, de djembe-trommelaars, de batikkers, de kok en de schoonmaaksters. Met zijn twintigen zijn ze, voor zes cursisten. Dat kan hier: een gemiddeld jaarsalaris bedraagt 400 gulden.

Thomas is er niet bij. Boze tongen in het dorp beweren dat niemand hem ooit een danspas heef zien uitvoeren. Dat hij, terwijl Adri zich kapot werkt, in haar auto rondtoert - arm uit het raam, zonnebril op - en de rest van de tijd achteroverleunt en rookt. Het eerste is niet te controleren, maar de andere observaties kloppen.

Raymond Rodriguez is gestresst. Zijn aggregaat is nog steeds niet gerepareerd. Al twee keer heeft het hem een dag gekost om over zandwegen vol kuilen naar Banjul te rijden voor onderdelen, en nu zegt de mecanicien weer dat de bougies niet deugen. Die avond zal hij opnieuw met waxinelichtjes langs de vier bewoonde vakantiehuisjes van zijn kampement gaan om de gasten een beetje bij te lichten.

Die gasten vinden dat helemaal niet erg. Het zijn doorgewinterde Afrika-gangers die al grotere ontberingen hebben doorgemaakt. Ze zijn al blij met het water dat Raymond dagelijks oppompt zodat ze kunnen douchen.

Casamar heet het kampement. Raymond runt het met zijn echtvriendin Lisa. Allebei zijn ze uit Abéné, zijn voorouders kwamen lang geleden uit Portugal. Ze werken een beetje samen met Adri van O'Dunbeyeland. Zij stuurt gasten die het bij haar wat al te primitief vinden naar hem, en hij stuurt reizigers met een kampeerbudget door naar haar.

In het centrum van Casamar ligt een overdekt terras met koelkast op butagas. De gasten nemen zelf hun Cola of Gazellebier en zetten in een schriftje op de bar een streepje achter hun naam. Mooie Lisa steekt met traag deinende Senegalese puntbillen het terras over. Ze gaat de barracuda klaarmaken die twee bejaarde Italiaanse neven vanmorgen gevangen hebben. Ze brengen al hun vakanties samen door op plaatsen waar je kunt vissen. Bij het avondeten schuiven vier Britse dames van onbestemde leeftijd aan. Je kunt ze overdag zien dansen, horen zingen en trommelen onder leiding van leraren die een strak dagprogramma hanteren. Ze zijn gekomen voor de cultuur en dat zullen ze weten ook.

Sheila vertelt over haar steeds terugkerende droom, waaruit ze ontwaakt in de absolute zekerheid dat ze al haar tanden kwijt is. Zelf denkt ze dat het te maken heeft met haar gebrekkige vorderingen op het gebied van zang en dans. Dat ze er geen bite, geen grip op heeft.

'Zo slecht gaat het toch niet', zegt Daryn. Bovendien, weet ze: 'Het is een standaarddroom, net als theedrinken met de koningin en lunchen met de Beatles.' Gillian vertelt over haar schooluniform, over de messcherpe plooien in haar rok. Als je knielde moest hij de grond raken, zoniet dan was hij te kort. Anita was groupie, ze reisde drie maanden achter Pink Floyd aan. Ze herinnert zich Praag nog: 'Het was alsof de paus op bezoek kwam.'

Malika, begeleidster van het groepje, ook Engelse, getrouwd met een Senegalees, vertelt over de positie van de vrouw in het land van haar echtgenoot. Over verstoorde familieverbanden door polygamie. De moslims hebben hier twee, drie, vier, soms wel zes vrouwen. Het ontwricht de samenleving. Het is een prestigezaak voor de mannen. Ze slapen om beurten bij hun vrouwen thuis, of wonen met meerdere vrouwen moeizaam samen in één huis. De kinderen zijn soms bij oma, dan weer bij de ene moeder, dan weer bij de andere. De armoede is groot, want de heren kunnen de gezinnen niet onderhouden. Ook de uit het Westen geïmporteerde romantische liefde heeft, compleet met jaloezie, haar intrede gedaan. Als de tafeltjes zijn afgeruimd, komen de muzikanten die Raymond heeft ingehuurd. Er wordt gedanst, gedronken en geklapt. Tot diep in de nacht bestaat Europa niet.

'De meeste Senegalese mannen leiden een vrij actief seksleven en een alleen reizende vrouw mag dan ook verwachten dat ze af en toe wordt aangesproken. Dit is vrijwel nooit agressief bedoeld en kan het best worden afgedaan met een grapje in de trant van: "Mijn man is bokser", of: "Een andere keer als het niet zo heet is." Zo staat het in de reisgids van Insight Guides, en het is zo.'

Jolante Dekker, gescheiden, moeder van drie dochters, oma van drie kleindochters, ging drie jaar geleden voor het eerst naar Abéné. Een vriendin had een cursus houtsnijden gedaan bij Adri van O'Dun beyeland en was razend enthousiast over eenvoud en vriendelijkheid van de Senegalees. Je komt op straat niemand voorbij zonder: ' a va?' 'Très bien et vous?'. 'La famille ça va bien aussi?' 'Oui, et la v"tre?'

Het was 1998 en het was mei. Yolante bezocht het Arti sanat: rond een pleintje gebouwde werkplaatsjes waar kunstenaars hun houtsnijwerk maken en verkopen. Populair is de zittende figuur, ellebogen op de knieën, kin in de ebbenhouten handen. Vrij naar de Penseur van Rodin. Ook het slabestek mag zich in grote populariteit verheugen, alsmede de vrouwenfiguur die iets zwaars op het hoofd draagt.

Later die dag merkte Yolante dat ze op enige afstand werd gevolgd door een 'lange slungel'. 'Hij liep de hele dag met ons mee. Ineens begon het tot me door te dringen: hij zit achter me aan. Hij heeft me twee weken lang het hof gemaakt, en toen was het aan tussen ons. Hij noemt me Yoyo. Alphousseny Bassene heet hij: Alfo'. Het was een dag in mei, en het zag er naar uit dat het voor Alfo een dag zou worden als alle andere. Tot Yoyo zijn werkplaatsje binnenkwam. 'Ze interesseerde zich voor mijn werk. Ze was heel vriendelijk voor mij. We kregen een relatie van het hart. Ze kan me ook helpen met het verkopen van mijn werk. Het allerbeste wil ze voor mij en mijn gezin. We begrijpen elkaar heel goed en bespreken alles samen.'

Yoyo is al vier keer teruggeweest naar Abéné. Dit jaar zelfs twee keer. Ze heeft op het terrein van Alfo, honderd meter van zijn hut, voor enkele tienduizenden guldens, haar eigen huis laten bouwen. Ruime stenen bungalow met uitzicht op een dichtbegroeid moeras vol pootjebadende zilverreigers.

'Bij mijn tweede bezoek heeft Alfo me thuis uitgenodigd om me voor te stellen aan zijn vrouw Awa. Het was zo ontzettend schattig. Er zijn geen meubels in het huisje en ik mocht op het bed zitten. Samen met een vriendin heeft ze voor me gedanst. Ze keek niet moeilijk. Ik kon niet met haar praten, ze spreekt bijna geen Frans. Ik ben van plan Wolof te gaan leren. Als ik in Abéné ben, slaapt Alfo bij mij. Dat hebben we afgesproken. Na het ontbijt gaat hij naar huis om de kinderen naar school te brengen. Het is open en bespreekbaar. Ik ben verliefd op die zwarte man. Hij is heel fijngevoelig. Een week voordat ik kom, slaapt hij niet bij haar.

'Ik wil hier in het dorp ook wat doen, projectmatige dingen. De school voorzien van boeken, schriften en potloden. Wij zijn rijk, zij zijn arm. Dit is op mijn weg gekomen en ik voel me verplicht iets te doen. Als het blijft gaan zoals de afgelopen jaren en we blijven elkaar verstaan, wil ik dat zo blijven doen. Ik ben tamelijk trouw van nature. Er is voor hem ook meer toekomst als hij mij heeft. Ik heb hem 3000 gulden gegeven om een put te laten slaan. Nu kan hij zijn grond besproeien, groente verbouwen. Met zijn houtsnijwerk erbij sprokkelt hij een inkomen bij elkaar'.

In de droge tijd tussen november en juni, als het weer bijna subtropisch is, droge lucht, 28 graden en altijd een beetje wind, dan komt Yoyo naar Abéné. Elke morgen ontmoet ze Awa bij de put. 'Bonjour madame Bassene', zegt ze dan tegen Alfo's vrouw. 'Bonjour madame Bassene', zegt Awa dan tegen haar en ze kussen elkaar twee maal op elke wang. De kinderen Bassene: dochtertje Ado van vijf en zoontje Lamin van twee, zijn nu eens bij de ene vrouw van pappa, dan weer bij de andere. Binnenkort verwacht Awa haar derde.

Matar Diassy - Max - is een begenadigd djembe-speler. 32 jaar geleden geboren in een grote vissersfamilie in het dorp. Nu woont hij in een buitenwijk van Keulen en geeft trommellessen op het conservatorium. In het begin van de jaren negentig gaf hij een aantal workshops in Duitsland. In Bielefeld ontmoette hij Gabi. Grijze dame met roodgelakte nagels en een piercing in haar linker neusvleugel. Ze zijn nu zes jaar getrouwd. De vierde keer voor Gabi, die een reformwinkel heeft, de eerste keer voor Max. Een keer per jaar gaat ze een paar weken met hem mee naar hun huis in Abéné. Max gaat zelf twee keer per jaar. 'In Keulen heb ik geen vrienden.' Er is wel een Kneipe waar hij landgenoten kan ontmoeten, maar Duitsers vindt hij een beetje moeilijke mensen: 'Immer arbeiten.' Maar hij is blij met zijn werk daar want het bestaan in Abéné wordt steeds kariger.

Hij weet het van zijn familie: de visvangst is de laatste jaren nog maar een derde van wat het tien jaar geleden was. De kinderen van Abéné spelen vandaag op het strand. De onderwijzer is niet komen opdagen, zoals zo vaak. Ze klimmen op de slanke vissersboten, pirogues. Ze hebben een snotneus. Door gebrek aan vitamine c zijn ze vatbaar voor infecties van de luchtwegen.

De smalle pirogues trotseren de branding en worden door vele handen over stukken boomstam het strand opgerold. Vanuit de apebroodboom kijken gieren toe hoe de vis gestript en verhandeld wordt. Een deel is voor direct gebruik, een deel wordt op rieten matten in de zon gedroogd. Suleiman Gigal zit op zijn hurken en repareert een net. Twee uur geleden is hij aangekomen met de vier vissers met wie hij samen vist op sardinel, lipvis, tandbaars en zeebrasem. Eergisteren hebben ze tien kilometer uit de kust hun netten uitgezet en vanmorgen zijn ze teruggegaan om te oogsten. De vangst viel tegen. 'Vroeger vingen we veel dichter voor de kust zo veel dat we het konden verkopen of ruilen in de dorpen in de omgeving die niet aan zee liggen'. De regering in Dakar heeft voor veel geld vergunningen verkocht aan Europese landen als Frankrijk en Spanje. Ze vissen met hun industriële trawlers niet alleen de zee leeg, maar vernielen 's nachts de netten van de inheemse vissers. Er gebeuren ook veel ongelukken. De varende visfabrieken merken de pirogues met hun buitenboordmotoren niet op. De kleine vissers hebben geprotesteerd, ze zijn in twee dagen helemaal naar Dakar gereisd, maar de president heeft niets veranderd. 'Wij kleine vissers kunnen niet betalen'.

Het fijne rode stof van de dorpsstraat dwarrelt op als er een ossenkar passeert. Heel soms komt het door een gammele vrachtwagen. Halverwege de straat bevindt zich een kleine spullenwinkel met drie plastic emmers, wat bezemstelen en blikken met onduidelijke inhoud. Kralingen, staat er op een bordje boven de deur. Eigenlijk wilde Lamin het winkeltje Adri noemen, omdat Adri Zeegers hem heeft geholpen met zijn handeltje. Maar ze wilde dat niet. Zo werd het Kralingen, naar de Rotterdamse wijk waar ze vandaan komt.

Schuin aan de overkant bevindt zich cafetaria de Melkweg. Op de deur zit een stenciltje geplakt. 'Massage onder de mangoboom', staat er op. Willemina Oosterveld biedt het aan. Ze is in Amersfoort en Amsterdam opgeleid in klassieke massage, maar ook in acupressuur, reflexologie en ademhalingstechniek. 'Hebben uw spieren die kans al eens gehad? Zit er niet wat stress? Door een massage kunt u zich tijdens uw verblijf beter ontspannen, en meer genieten van Senegal.'

En dan heb je in Abéné nog Mieke die een relatie heeft met Apai. En Aaltje uit Deventer die twee keer per jaar naar haar vriend Solo komt en Ien die met de dertiger Bakari in een lemen hut woont. Ze zijn van na de menopauze. O ja, en dan nog de zestigers Rob en Ank. Als echtpaar gearriveerd en nu allebei met een Afrikaanse geliefde.

Het komt allemaal door Anna Dijkstra, dansdocente uit de Amsterdamse Pijp. In de jaren tachtig kwam ze in contact met Senegalese dansers uit Parijs. Ze ging met ze mee naar Abéné. 'Het was mij om de dans te doen', vertelt ze op haar Amsterdamse etage. 'Ze maken zo'n geweldig goed gebruik van de ruimte en het ritme. Ze gaan mee in een bewegingsstroom en zijn tegelijkertijd heel receptief. Het lijkt onbeheerst, terwijl het heel technisch is.

'Ik heb ook onderzoek gedaan naar het therapeutisch gebruik van de dans. Ndöpp is meer dan dans. Het is een cultus waardoor mensen genezen van stoornissen. Afhankelijk van de ernst van de kwaal wordt een kip of een stier geofferd, en dan volgen er zeven dagen van rituelen, muziek en dans. De mensen raken in trance en komen in een andere relatie tot de geestelijke wereld te staan. Senegal is voor 90 procent islamitisch. Maar het animisme leeft ook nog bij de moslims van de Casamance.

'Ik heb een jonge Senegalees ontmoet in Amsterdam, die ik wilde helpen om terug te gaan naar zijn land. Ik heb hem geholpen om een huisje te bouwen waarin ik ook kan wonen als ik er ben. De grond is ontgonnen, hij kon gaan verbouwen. Ik zorgde voor het geld en kon me verdiepen in de cultuur. Ik was in '92 de eerste Nederlander daar. Het jaar daarop heb ik het allereerste dans- en muziekfestival georganiseerd. Het hele dorp was erbij betrokken. Ik heb veertig contracten afgesloten met traditionele theater- en dansgroepen, muzikanten en zangers. Alles werd bij elkaar gebracht in een tiendaags programma met workshops dans en percussie. Het is nu een jaarlijks festival geworden dat overigens steeds moeilijker kan worden gefinancierd: steeds meer niet-betalers komen er op af buiten de organisatie om. Ik ben me nu aan het terugtrekken en heb het overgedragen aan de jeunesse van het dorp. Ik wil nog wel helpen met de publiciteit.'

Het festival is een beetje een relatiemarkt geworden. Iedereen wordt verliefd hier. Nederlanders hebben geld en kunnen investeren in een huis. Op een gegeven moment gaat het meestal fout. De Senegalezen zijn op zoek naar een toebab (blanke) met geld. De economische ongelijkheid veroorzaakt op den duur grote problemen. Zelfs met een bijstandsuitkering ben je hier rijk en heb je een zekere macht. Je krijgt ongelijke verhoudingen in de dorpsgemeenschap. Van nature delen de mensen hier. Nu zie je een scheiding ontstaan omdat bepaalde dorpelingen in Europese kleren rondlopen. Er ontstaan enorme welstandsverschillen.'

Yoyo is dit jaar met haar oudste dochter naar Abéné gereisd. Ze heeft haar Alfo een jaar niet gezien. Het is even onwennig, maar al snel lopen ze weer hand in hand. Ze straalt. 'Is hij niet mooi, hij is zo'n lieve, zorgzame, betrouwbare man. Vrouwen van boven de vijftig zijn hier niet uitgerangeerd zoals in Europa. Ze letten hier niet zo op het uiterlijk, er is meer respect voor wie je bent.'

De culturen botsen wel zo nu en dan, dat is onvermijdelijk. 'Ik zat aan het strand met een paar jonge mannen die tamtam speelden.' Iedere keer als ze het vertelt, moet ze weer schaterlachen. 'Alfo kwam aangestormd. Wijd opengesperde ogen, elke pees gespannen in zijn magere lijf. Zijn rechterarm en wijsvinger waren gestrekt: "A la maison", riep hij. 'Ik ben gewoon blijven zitten. Hij moet ook bijleren en dat doet hij ook. Hij was ook niet gekrenkt toen ik het later heb uitgelegd. 'Toen we eens bij vrienden van hem waren, werd een van de rondlopende kippen gevangen en de nek omgedraaid. Het toppunt van gastvrijheid. Ik heb er geen hap van gegeten. Natuurlijk eet ik wel kip, maar niet een kip die me eerst heeft aangekeken. De tranen sprongen me in de ogen. Alfo nam me meteen apart en zei: "Je moet niet huilen, anders denken ze dat ik niet goed voor je ben." Er is ook al eens ruzie ontstaan over geld. Soms heb ik het gevoel dat hij denkt dat ik een onuitputtelijke bron ben. Hij was erg beledigd toen ik dat zei. Twee dagen zwijgzaamheid en spanning, toen hebben we het bijgelegd. Als ik nu zeg: "Je mag wel blij met me zijn", dan zegt hij: "En jij met mij." Ik lever dan wel het geld, maar hij is een jaar bezig geweest met het huis. Als een soort meewerkend opzichter. Hij is niet aan zijn houtsnijwerk toegekomen.'

Regelmatig wordt er tot diep in de nacht getrommeld, gedanst en gedronken rond een houtvuur voor de dertig toeristen die er zijn in het dorp. Fatou kun je daar aantreffen. Ze is mooi en jong. Ze maakt overhemden op maat op haar Singer trapnaaimachine en ze zoekt een toebab. Leeftijd onbelangrijk. 'Liefde heeft geen leeftijd.' Ook Adelaide zoekt een blanke man om haar toekomst veilig te stellen.

Salomé wil naar Duitsland: 'Ze hebben zo'n prachtige taal.' Als je op het terras zit van bar- resto Chez Vero, waar ze bedient, hoor je een bandrecordertje in de keuken: ich bin, du bist, er ist. Binnenkort gaat ze naar Dakar voor een visum. Naast de bar staat een glimmende fiber koffer. American Express, staat er op. Af en toe doet Salomé het deksel even open. Als je weg gaat zegt ze: 'Tschüss.'

Dromen doen ze veel in Abéné. Ze hebben ook hoop, ze hopen dat het festival steeds meer mensen zal trekken. Dat de dansers, de djembe-spelers, de batikkers en de houtsnijders van de toeristen zullen kunnen leven. 'Maar we willen geen massa-toerisme zoals in het noorden', zegt Raymond van Casamar. Tweehonderd bezoekers per jaar in het dorp lijkt hem meer dan genoeg.

Er is ook ongerustheid. Op dit moment, en het is toch topseizoen, is er maar een dertigtal buitenlanders. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken geeft nog steeds een negatief reisadvies voor de Casa mance, in verband met de rebellen die verworden zijn tot groepjes bandieten. Vorig jaar zijn nog dertig auto's aangehouden door gewapende jongens. De inzittenden zijn beroofd van alles wat ze bezaten. Abéné is onlangs voor het eerst opgeschrikt door een gewelddadige beroving en aanranding. Een Duitse dame van middelbare leeftijd was het slachtoffer.

Yoyo gaat binnenkort weer naar Nederland. Ze ziet er tegenop om Alfo heel lang niet te zien. Hem achter te laten bij Awa. 'Als ik hier ben, kan ik goed omgaan met mijn jaloezie. Als ik thuis ben is dat moeilijker. Ik moet het van me afzetten. Ik heb twee levens. Dat is wat het is.'

'Kaaellemennopee', zegt Alfo en een glimlach breekt zijn ernstige gezicht open. Yoyo is net begonnen met zijn alfabetisering. Op zes enveloppen heeft ze haar adres in Nederland geschreven. De postzegels zijn erop geplakt, en ze bezweert Alfo dat hij naar Bernard moet gaan, die kan schrijven. Dat hij hem alles moet vertellen, hoe intiem ook.

Alfo is kortgeleden bij de marabout geweest, de Afrikaanse variant van de imam. Hij heeft zich een tweede gri-gri laten aanmeten. Een bezweringsarmband. Hij heeft zijn problemen voorgelegd, zijn angst voor de jaloezie van de dorpsbewoners op zijn nieuwe welvaart. De marabout heeft toepasselijke spreuken uit de Koran op briefjes geschreven. Ze zijn ingenaaid in kleine leren zakjes. Ze vormen de armband die hij van nu af aan zal dragen.

Meer over